liftlog 9

M’n moeder ging naar ’t optreden van m’n broer. In Schoorl.
‘O, dan ga ik mee,’ zei ik.
Heel plotseling. Ik besloot ’t ter plekke. Iedereen keek op. Nu opeens?
‘Maar je weet helemaal niet of je nog vervoer kunt krijgen vanuit Schoorl,’ was ‘t 1e commentaar. ‘& Je moet niet van Ma willen dat ze je naar Alkmaar brengt.’
Ach, ik ging gewoon mee. Onderweg zou ik wel bedenken wat ik ging doen, maakte ik duidelijk. Misschien wel verder liften.

Bij Schoorldam liet ik me afzetten. Ik gaf m’n moeder een paar zoenen & zei m’n tante gedag, die achter had gezeten & nu mijn plaats voor innam. Gezellig naast m’n moeder. Ze reden de afslag naar Schoorl in. & Ik liep verder over de Rijksweg naar Alkmaar. Nog maar 8 km.
Je weet niet wie je mee gaat nemen. ’t Enige dat zeker is, is dat je enkele woorden met elkaar gaat wisselen. Waar je naartoe moet, hoever hij/zij gaat, hoelang je al staat. ’t Is altijd een leukere conversatie dan voor je uit zitten staren in de trein.
Van elke auto die voorbij komt kijk je de bestuurder recht in de ogen. Ook al gaan ze nog zo snel. Overtuigd dat je ’t waard bent om meegenomen te worden. Vriendelijk, minzaam, vertrouwenwekkend. Alles draagt bij tot ’t snel meegenomen worden. Zelfs hoe je je benen zet. Nonchalant, stroef of doorgezakt. Degene die je meeneemt wil de ideale passagier in z’n auto. Hoewel men wel degelijk geneigd is veel op de koop toe te nemen. Mocht ’t tegenvallen zogauw je naast ze zit.

De 5e auto nam me mee.
‘Waar moet je naartoe?’
‘Oh, alleen maar tot Alkmaar. M’n moeder heeft me net hier afgezet.’
Totaal overbodig zoveel info bij ’t instappen. Maar ik was goedgemutst. Eindelijk weer ‘ns liften.
De man haalde allerlei spullen van de stoel. Gooide ’t naar achteren. Zodat ik zonder reliëf in m’n billen kon zitten.
‘Ik kom van de camping,’ zei hij toen we reden. ‘Ik moet even naar huis. De was doen. De post doornemen.’
‘U zit daar ’t hele seizoen?’
‘Ja, ’t is heerlijk, ’t leven op de camping. Je leert allerlei andere mensen kennen. Je speelt ‘ns een spelletje kaart. Drinkt een glaasje wijn bij elkaar. & Niemand moet iets. Je hebt allemaal ‘tzelfde doel. ’t Is heerlijk om daar de laatste jaren van je leven door te brengen, zolang ’t kan. ’t Leven is niet meer zo gejaagd, als vroeger.’
Hij keek voor zich uit. We reden achter enkele andere auto’s. Rustig tempo, geen neiging om iets in te halen, maar net zo snel als degenen voor ons.
& Als de man wat zei, dan keek-ie me kort aan. Bij de 1e woorden.
‘Dat is ook zo mooi van deze auto. De techniek gaat zo snel. Ze kunnen alles. Moet je kijken: we rijden de hele tijd 80. Ik hoef niets ervoor te doen. Cruisecontrol heet dat. Alleen als ik rem, dan gaat-ie er vanaf. Maar als ik denk dat ik op een lekkere snelheid zit, dan druk ik weer deze knop hier in,’ hij wees op een knopje naast ’t stuur dat ik net niet kon zien, ‘& dan rijd ik de hele tijd ‘tzelfde tempo. Je rijdt dan veel rustiger. Geen spanning.’
& We waren al in Alkmaar. Via de oude weg gingen we Alkmaar in.
‘Kijk,’ wees-ie naar een scheefstaand bord, ‘dat bord daar, dat staat al jaren scheef. Gebeurt nooit wat aan.’
‘Niet zoveel mensen gebruiken deze weg nog, denk ik.’
We naderden ’t station.
‘De trein staat al klaar,’ zei hij, ‘als je nou snel bent ’
We zijn inmiddels gestopt. Vlak voorbij de spoorwegovergang. 200 Meter verder langs ’t spoor ligt ’t station.
‘Nee, hoor, ik ga me niet haasten. Als ik lift dan heb ik alle tijd van de wereld. Anders neem ik gewoon de volgende trein.’
‘Nee, ik bedoel: dat als je nu snel uitstapt, dan heeft die man die daar achter ons rijdt geen last van ons.’
Ik keek om & zag een auto naderen. Ik stapte snel uit. & Keek de man zo lang mogelijk na. Met opgeheven hand om te zwaaien.

’t Einde van een rit is net zo belangrijk als ’t begin ervan in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.