Meisjeskamerdeur

Onderweg in m’n jeugd heb ik op gegeven moment besloten dat ik niet meer thuis wilde komen. Dat was mijn beslissing nadat ik…
Hm, wat nadat ik?
’t Kan toch geen vergissing zijn van mijn geheugen, waar de details blijkbaar zijn vervaagd, maar waar ook steeds de woestheid van m’n vader op komt borrelen.
Er vlakke handen opnieuw fonkelen, m’n moeder net niet schreeuwde van: ‘Niek, doe dat niet!’
Never nooit niet was ik van plan, een uitdrukking die destijds nog niet bestond, zou ik terug keren.

Dus naar Mirjam. De enige waar daadwerkelijke eerlijkheid mee mogelijk was. Zei hij, de ik, in heimwee naar zwoemelende verliefdheid. Misschien dat ik daarom de deur uit was gerend. M’n fiets richting de Schooten, een relatief nieuwe wijk in Den Helder, had gestuurd.

& Haar moeder ons met rust liet, op Mirjam’s slaapkamer. Ik haar dagboek te lezen kreeg. Over gelijkzame problemen met gelijkende ouders. We uiteindelijk dagboeken wisselden, ik had die van mij, als meest kostbare eigendom, met me meegenomen op m’n vlucht van samenschrapend belangrijke spullen, slechts spaarzame kleren, lesmateriaal, dagboeken, voordat een mens besluit z’n ouderlijk huis ontvlucht. We onze verhalen, zoals dat soort verhalen zich nooit goed genoeg laten vertellen, want daar zijn dagboeken niet voor bedoeld. Maar alles wat in pennenschrift geschreven stond. Dat deelden we.

Maar…
Op een gegeven moment klopte Mir’s moeder op haar meisjeskamerdeur.
Of ik mee wilde eten, vroeg ze om de hoek.
Nee, leek me beter. Alsof m’n moeder me gebeld had, anders van moeder tot moeder; hoewel, je weet wel; mobieltjes, laat staan smartphones toen nog lang niet bestonden. Maar innerlijk moederlijk contact, vermoed ik. Stiekem via een telefoonnummer beginnend met 02230-32572.

Daar meteen besloten werd dat liefde met Mirjam niet mogelijk was, maar er nog veel mogelijk- & moeilijkheden we nog te gaan hadden.
Ik dus naar huis ging.

Er thuis niets aan de hand leek. Hoewel Ma een hand over m’n schouder legde. Een knuffel was geen vanzelfsprekendheid op deze leeftijd, maar wat ze deed was goed.
Zolang Pa maar geen vurige directeurspreek deed.
Ik evengoed een vol bord eten kreeg aangereikt. Dat had ondanks alles op me gewacht.
Terwijl m’n vader nog steeds z’n directeursmond dicht hield, tenslotte, of juist ondanks hoofd van de lokale huishoudschool, iedereen wist dat hij ontzettend hard kon schreeuwen, de echoënde gangen zijn stem tussen meisjes door kon vermenigvuldigen.
Maar hier was mijn moeder die hem deed zwijgen.
Althans soms.
De juist op dit moment soms.

Ik bevind me daar, vrij vaak, in Zijperspace, van veel stil.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *