Moes

Hé Moes,
Ik besef me nu pas dat m’n herinnering dat ik je nog op je bed heb zien liggen misschien wel achteraf gecreëerd is. Door wat Quint zei, of Jan. Tante Cor kan ook.
Dat maakt op zich niet zoveel uit natuurlijk: een geheugen wordt ook opgebouwd uit beelden die bij elkaar geconstrueerd worden om ’t totaalbeeld te laten kloppen. ’t Is niet prettig lopen over een pad met gaten & andere oneffenheden.
Maar ’t is zoveel jaren later alsof…
Hoeveel jaren zijn ’t nou?
Ik moet een truc uithalen met te berekenen wanneer ’t voorbij was voor Pa & dat Carel niet snel daarna er plots niet meer was. Ik verzin de omstandigheden erbij waar ik mee te maken had, wie met me meeging naar de begrafenissen, & wat er bij jouw dood daar aan veranderd was. Of veranderen ging.
Dat doe ik met moeite, die lijntjes verbinden: als ik ’t ene touwtje heb, weet ik soms waar en/of hoe ’t volgende er aan vastgeknoopt zit: hun oorzakelijk verband bindt & smeedt weer herinnering. Waarbij jouw lichaam (wanneer ben ik eindelijk je tegen jou gaan zeggen?) steeds terug knippert als levenloos liggend op je bed.
Ik verzin er een al werkende elektrische deken bij, hoewel ik niet eens zeker weet of je die wel gebruikte, een half uur voor de gang naar bed traag op stoom komend om de nachtelijke tocht te veraangenamen.
’t Kan Jan zijn, misschien Quint, die me op de hoogte heeft gesteld. Ik heb Tineke gebeld & plannen voor vertrek gemaakt.
Ook dat zijn logische herinneringen, maar ’t zijn slechts vanzelfsprekende verpakkingen, waar echter de kleur van ’t omhulsel aan ontbreekt. Ik weet niet waar ik ’t huis binnenkwam, wie er was, wanneer ik besloot in ’t computerkamertje te slapen.
De begrafenisondernemer trad binnen. ’t IJsdeken werd onder je neergelegd, ook elektriek, maar tegengesteld doel. Kaarten, foto’s, herinneringen werden om je heen verzameld, voor hen die over de dagen kwamen kijken. Gordijnen toe. Geen buurvrouw of tante meer die je over ’t venster heen op erg vaste slaap kon betrappen.
Ik deed ’t toetsenbord, daar was ik bedreven. Dus naast m’n bed schreef ik de afscheidswoorden voor op de kaart & in de krant.

‘Maar onze hoop zou ’t wel verlengen
Tegen beter weten in tot eeuwig lang.’

’t Is nu enige jaren later alsof ik je beeld weliswaar nog heb, maar alles eromheen zich aan ’t vermisten is.
Wie zou achter inmiddels vervangen gordijnen nu daar wachten tot & of men haar vergat?

Maar hé, Moes, hier spreekt Zijperspace…

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.