motje

Ik raak er aan gewend. Ik zie de bui al hangen als ’t gezicht van Boekenman de hoek om komt & ik weet dat ik ‘tzelfde & zal reageren als gewoonlijk.
‘Nee, ik kan je geen biertje op de pof meegeven, want je vergeet ’t toch weer.’
‘Ach, voor 1 keertje.’
‘Nee, ik heb je al vaker verteld dat m’n baas ’t niet wil. & Jij zelf gaat er ook niet goed mee om, want elke keer vergeet je langs te komen om te betalen.’
‘Ja, dan zou ik ’t zelf ook niet doen.’

De andere klant bekijkt de conversatie.
‘Je kent ‘m blijkbaar al redelijk goed?’ vraagt-ie als Boekenman de zaak heeft verlaten.
‘Ja, hij geeft een beetje sjeu aan ’t werk.’

Boekenman komt een kwartier later met genoeg geld aanzetten.
‘Ha, wacht,’ zegt-ie chaotisch. Blijkbaar verstoord door de vele klanten die tussen hem & de ijskast staan.
‘Waar moet ik op wachten?’ terwijl hij uit ongeduld ’t geld al heeft neergelegd & ’t bier nog niet in handen.
‘Ja, zie je wel dat ik aan ’t geld kan komen,’ ondertussen richting ijskast zwalkend.
‘Tuurlijk, ik had ook niet anders verwacht.’
Hij nadert de kassa weer, met z’n flesje bier naar me reikend, zodat ik ‘m kan openen.
& Plots klinkt er razendsnel een waterval aan woorden uit z’n mond.
‘Gooi ‘m maar open als je me mot. & Als je me niet mot, dan mot je ’n ’t toch, want je wil geen mot. Maar ik denk dat je me wel een beetje mot.’

’t Was een motje in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *