Na-vertelling

Zijn we niet verplicht, in deze omstandigheid, om ’t allemaal op te tekenen? Bijv dat de stuifsneeuw net een wolk was die aan ’t achterraam voorbij trok, licht waarneembaar, zo zonder verafbril vanuit de stoel.
Of de rook die uit de flat richting spoor tevoorschijn spookt als schimmige geesten zoals ijl samenhangende veders, zo licht dat ’t zich kan laten golven door de wind.

We hebben bijna een jaar gerond van bewust meer aanwezig zijn in eigen huis. Dat gevoel van ‘binnen zijn’ wordt nu nog meer versterkt door een witte mat voorbij de voor- dan wel achterdeur. Vlak voorbij de drempel ligt door de warmtestraling van binnenshuis ’t als vocht die de sokken of sloffen zullen pogen te absorberen, een stap verder gloort een glibberpartij voor de schoenen zonder deugdelijk profiel.

Over enkele dagen zouden we gewend moeten zijn aan de gladheid, ’t doorpakken terwijl we lopen, ’t oplettend aftasten of ’t wel kan zonder vallen. Dan is ook ’t zout dermate in de wegen getrokken, op schoenzolen verder verspreid & heeft de sneeuw & ijzel in grauwbruine vervorming van modderdonkere blubber, uiteenvallend bij betreding, grootdeels ’t slechts kort durende rijk van ’t sprookjeslandschap veroverd.

Hier.
Dat is: in mijn uitzicht vanuit m’n stoel.
Hier, zucht nog de adem van noordelijke geesten die dit land al enkele jaren niet meer wist te bereiken. Veilig beschermd door gordijnen & ruiten plus een cv die de verwarming opport. Ik zie ’t stuifdunne sneeuw als een ouderwetse tv-storing verticaal voorbij flikkeren; als ik te lang kijk, worden m’n ogen moe van de continue verandering van een schijnbaar stilstaand beeld. Als ik opsta voor een blik wat dichter bij, ontwaar ik sporen van een vogel die blijkbaar zeer dicht bij mijn venster op zijn wereld voedsel heeft bespeurd. Datzelfde geldt voor de kat die via mijn 1-tegelig brede pad de tuin heeft gerond omdat hij die 1e sporen als alternatief voor de dagelijkse kattenbrokken zag. Of als uitoefening van z’n grootste hobby, de jacht.
Alles is schijnbaar niets onthullend bedekt, maar tegelijk lijkt de sneeuw zo doende te spreken, zolang ’t zichzelf niet opnieuw heeft bedekt. Een open boek die steeds dichtgeslagen wordt door de witte inkt waarmee z’n woorden worden geschreven.

Dat zouden we de kinderen van straks moeten kunnen vertellen. Ik weet nog dat 1 van m’n broers 5 jaar heeft moeten wachten om z’n 1e sneeuw te beleven.
Als dat weer gebeurd, zo’n lange tijd van wachten, een grote kans dat ’t hout van de sleetjes reeds rottend, ’t ijzer van de schaatsen roestend, de verkeersleiding inmiddels weer onervaren, de KNMI opnieuw panikerend met duiding van hoe erg; dan zouden we de herinneringen moeten hebben opgetekend, paraat om te zeggen hoe schoon & stil zo’n vergezicht van overal wit.
Dat je vrede kan hebben met ’t feit dat de tijd even bevroren is.

Dus we praten onszelf even tijdloos in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.