nigtevecht

‘Is er ook een café open?’ vroegen we aan de man van de pont.
We hadden wel eetcafé de Buren gezien vanaf de overkant, maar de stoelen stonden daar op tafel.
‘Ja, er is 1 café in Nigtevecht,’ zei de pontschipper.
Hij keek even om naar de kant die dichterbij kwam. We schommelden op de golven van zijn bewegingen.
Hij wees met een zwaai van z’n arm.
‘O ja, dat is dat café dat aan de kade ligt,’ vulden wij in.
‘Die moet nu wel open zijn,’ zei de man. ‘Een café zou toch rond deze tijd van de dag open moeten zijn.’
Hij lachte er bij.
Wij waren ’t met ‘m eens. Dus lachten we ook.
‘Ja, die zou rond dit tijdstip wel open moeten zijn,’ zei hij nogmaals.

‘’t Ziet er anders wel dicht uit,’ zei ik.
We stonden aan de buitenkant van ’t terras. Ik kon geen entree bekennen.
‘Nee,’ zei Johanneke, ‘op de deur staat dat-ie open is.’
‘Waar zie jij een deur dan?’
‘Daar. Waar die houten plank schuin over ’t raam staat.’
‘Maar ik zie geen deurknop.’
‘Daar moet je die houten plank denk ik voor gebruiken.’
Ik liep op de deur toe. Trok aan de plank. De deur gaf mee.
‘Ja, open,’ constateerde ik.
Johanneke volgde.
Ik stak m’n neus naar binnen. Er zaten 3 man in ’t donker aan de bar. Een ander was bezig op een laptop. Ze keken me alle 4 aan.

‘Mogen we buiten zitten?’ vroeg ik aan de barman.
Hij zette de drankjes voor ons neer.
‘Natuurlijk.’
‘Nu zij er toch zijn,’ zei een man aan de bar, ‘hebben we meteen een jury. Kunnen we onderzoeken wat andere mensen er van zouden vinden.’
Hij stond van z’n barkruk op & liep naar ons toe. De barman bleef naast ons staan.
‘Stel,’ zei de klant, ‘je gaat op vakantie. Zou ’t dan handig zijn om je koffers door een bedrijf naar Schiphol te laten vervoeren? Dat je zelf er geen last van hebt. Dat ’t naar ’t vliegtuig wordt gebracht waar jij je reis mee hebt geboekt, terwijl jijzelf rustig de trein neemt om op Schiphol aan te komen.’
‘Ik zou ze gewoon meenemen in de trein,’ zei Johanneke.
‘Zie je,’ zei de barman. ‘Daar hebben mensen geen zin in. Ze hebben er geen behoefte aan.’
‘Maar dit zijn jonge mensen.’
‘Die oude mensen die ’t zouden willen, die zouden net zo goed zelf met dat bedrijf mee kunnen rijden. Een bedrijf dat zoiets regelt is toch veel handiger?’

‘Ik zou wel aan de waterkant willen zitten,’ zei ik bij buiten gekomen. ‘Zal ik even vragen of we de stoelen daar neer mogen zetten?’
Ik liep terug.
Met m’n hoofd om de hoek vroeg ik: ‘Mogen we 2 stoelen pakken voor aan de waterkant?’
‘Als je ze zelf weer terugzet,’ zei de barman.
‘Vanzelfsprekend.’
We sleepten de stoelen met ons mee. Gingen zitten & proosten onze glazen tegen elkaar.
‘Van hieruit is ’t net alsof we aan de overkant op een eiland hebben gewandeld.’
‘Was ’t ook bijna,’ zei Johanneke.
‘Volgens mij konden we alleen via Overveen verder.’
We staarden naar daar waar Overveen zou kunnen liggen.

‘Per 4-kante meter de duurste grond van Nederland,’ vertelde de klant ons.
Hij was erbij gekomen & bleef staan praten.
‘Hier in Nigtevecht?’ vroeg ik. ‘Of aan de Vecht over ‘t algemeen?’
‘Aan de Vecht.’
We keken even mee met z’n blik. Naar verderop, waar hij had gezegd dat z’n boot lag.
‘Lust jij ook een biertje?’ vroeg ik aan de klant.
Hij ging er maar bij zitten, ipv te blijven staan. Hij zette z’n gat op de grond.
‘O ja, dat lust ik wel.’
‘Klein? Groot?’ informeerde ik.
‘Groot natuurlijk.’
Ik haalde bier binnen. Johanneke & de klant praatten verder.
Bij terugkomst hadden ze ’t over zijn vak.
‘Ik heb 5 praktijken, verspreid over Nederland.’
‘Homeopathie?’ vroeg ik.
‘Nee, dat is ouderwets. We zijn de periode voorbij dat we onze geest gebruikt hebben. Homeopathie helpt niet meer.’
Hij struikelde een enkele keer over z’n woorden, maar bleef met twinkelende ogen naar ons kijken.
‘Als ik jou nou zo aanraak,’ zei hij tegen Johanneke, terwijl hij haar met beide handen bij haar been pakte, ‘dan voel je wat. Dan voel je energie. Daar zit wat.’
Hij lachte vergenoegd.
Ik schoof een beetje verder weg. Keek naar ’t been van Johanneke dat net in zijn greep had gezeten.
‘Bij mij zal dat anders zijn,’ zei ik.
‘Hoezo dat?’ vroeg de klant.
‘Hij houdt er niet van zomaar aangeraakt te worden,’ vulde Johanneke voor mij in.
‘Oh?’ zei de klant.
Hij keek even voor zich uit. Vinger aan z’n kin.
‘Dan ga ik nu misschien iets vreemds zeggen,’ ging-ie na enig overdenken verder, ‘maar dat ligt dan aan jouw grootvader.’
Ik keek verbaasd.
‘Ja, ik ben ook nog telepathisch ingesteld.’

Diezelfde avond werd een opa streng toegesproken in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *