Nonnenparadijs

Dan wil ik liefst naar een paradijs, na wat ik eergister schreef. Dat onbenulligheid weerkeert, een suffigheid zich uit m’n neus snuit. Ik me niet herhalen mag, slim genoeg om dat te voorkomen.
Mijn ouders geloofden volgens mij nog wel in een Eden, hoewel ik dat niet zeker weet. Zij waarschijnlijk ook niet meer. De manier waarop ik toen hun geloof in twijfel trok: ik & m’n broers vooral niet meer naar kerk wilden; daarnaast de gevangenis van elke dag voor de maaltijd een gebed. Van dankujezus. Waarschijnlijk een grapje van m’n oudste broer. 1 Van de 6 moest een voortrekkersrol hebben.
Met 6 broers om de spijs des tafels zien afkoelen tot straks minder genot.
Liever een sprintje getrokken naar & voorbij ’t Weesgegroet.

Ik overdrijf. Maar probeer gedachten te verzamelen. Niet als wat goed is, waar iets fout; meer waar mijn gedachten steeds weer blijven hangen.
Beleven, herbeleven, & vooral genieten van de nonnen in ’t klooster waar Pa ons mee naar toe sleurde. We met een halfblinde non mochten patiencen & we kregen te zien wat zij kon zien dankzij een dure vergrootinstallatie.

Om wat voor reden was Ma niet aanwezig op dit uitstapje, eerdere keren wel, maar mss dit bezoek wel daardoor des te spannender: we konden nu nog meer kaartspellen leren. ’t Was een schatkist aan vergeten spellen, dat klooster. Plus stiekeme trucjes die vooral niet té stiekem moesten zijn, want anders had de andere non aan zijkant dat door. Maar andere buurvrouw zuster fluisterde dat dan ff door. Per ongeluk in 1 van broertjes oor.

Zo’n zusterhood waar je naar terug blijft verlangen. De grootvergrotende ogen van de annoterende zuster, de oudste, met haar dure vergrootlens, zodat ze dat kon doorgeven aan de bibliotheekbeheerders. Haar zusters.

De andere zusters die ons op een gegeven moment vroegen of we een boterham bliefden. We melk & pindakaas kregen geserveerd, ik geloof ook 3-kleurighagelslag desnoods. Plus een aai over je schouder. Je bol.
Een nooit vermoeiende glimlach. Je een eeuwig gemak zonder verwachtingen kreeg geserveerd. Aai over kortgeknipt bol.
Daarna een doorwandel naar volgend doel. De schuivende rokken slepend ruisend richting rustvertrek.

Maar wij kwamen toen ’t stalen hek was verwijderd. Niet slechts meneer pastoor de enige persoon was die kon komen. Toen de etenswaren, de boodschappen, doorheen een gat werden overhandigd; er niet te veel van ’t gezicht mocht worden gezien. Hun familie slechts herkenning had van hoe hun kap zich over hun hoofd vormden. Niet meer dan dat. Ze niet meer alleen door een luikje contact konden maken met de hun vroegere buitenwereld.
Dat naast meneer Pastoor m’n vader de 1e man was die hun vrouwenklooster mocht betreden.

Ik vertel ’t waarschijnlijk verkeerd. Maar ’t is me allemaal later verteld. Mss op de terugweg richting Den Helder, waar mijn vader toen een paar jaar geleden door juist hun nonnen benoemd was tot directeur van de Huishoudschool. In Den Helder.

& Voordat ik daarvan wist, van dat alles wist, was ik een kind dat altijd verlangde naar de nonnen, hun spelen van spellen, hun belangstelling voor ons. Zelfs naar de blindheid van een enkeling, een oudere enkeling, want juist die niet zagen hoorden meer, was ons verteld, bevroeden meer.
Juist zij, de oudste non die  op haar extreme vergrootglas na, nagenoeg blind was, juist zij wist dan de spelregels beter uit te leggen & ons evengoed te laten winnen.

Plus hun zacht slepende voeten, niet zo bedoeld, maar dat er gemak was, niemand werd gestoord, wij evengoed kinderen konden zijn.
In enthousiasme, omdat 1 van ons onverwachts toch gewonnen had, streken ze ons hoofd, onderweg richting de voorbereiding voor de maaltijd. Maar de troost was net zo sterk als de overwinning. M’n haar weer even strak, m’n kriebels van genoegzaam, zolang pa maar wegbleef, net zo goed.
Mss nog een rondje hoopten we dan.

Een bijna kus op soms voorhoofd daarbovenop de rust van zacht & slechts traag hoorbare adem, een ziltzacht strijken door ons haar. Toevallig waar welk zuster dan ook voorbij liep.
Daar zaten we dan van hooguit 4 broertjes rijk. Die andere 2 of 3 waren die tijd voorbij.

& We bleven maar winnen met welk kaartspel dan ook in Zijperspace.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *