ontbijt

Voor ’t 1st dit jaar zit ik in de tuin te ontbijten, vol in de zon, zodat de bladzijden van ’t boek niet ontcijferd kunnen worden. Ook de baseballpet helpt niet.

Zou ik überhaupt een woord gelezen hebben, steeds starend over de tuin van ’t vergane jaar? Met kale rechtstaande of enigszins scheefhangende stokjes gespietst in de grond, verbazende overlevenden van een lange periode van waai. Diverse malen afgeleid door bloempjes van de week ontloken, of sprietjes van een bolgewas die als kolonisten de wijde wereld ontdekken. & ’t Zoeken naar namen is weer begonnen; net als m’n vader aan ’t begin van ’t nieuwe groeiseizoen zit ik te mijmeren over welke plant op welke plaats tevoorschijn zal komen. Geschokt over ’t veel te vroeg ontwaken van enkele insekten, die verdwaasd hun zoektocht naar oriëntatie-punten aan ’t maken zijn. & Daardoor opgesloten raken in ’t doolhof van ramen in m’n keuken.

De 1e maal van vele keren kijk ik vergenoegd naar de tuin, die de mooiste tuin is, in al z’n kale dorheid, vergane glorie & z’n 1e gloren van de volgende generatie, want in al z’n wanorde wordt ’t mijn verlengde woonkamer, mijn naamplaatje aan de achterkant van ’t huis.

Er bevindt zich een nimmer falend uitzicht in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.