Ontmoeten

Ik kom ze tegen. Overal. Juist op de meest onverwachte plekken. Tineke werd er gek van, hoewel wat overdreven gesteld misschien. Verbaasd eerder, dat dat kon. Zoveel mensen kennen & herkennen, waar je ook bent.
Zoals net van de boot stappen & na de 1e 10 stappen in de haven van Vlieland al ‘Hé, Monty!’ zeggen tegen een natgeregende jongen in evenzo gezelschap.
‘Dat moet niet de hele vakantie zo doorgaan,’ lachte ze me toen toe.

Maar soms wil mijn blik te graag. In ’t Diemerbos een vrouw met kind voorop. Ik zie haar licht bollende wangen krullen tot lach bij ’t ‘Hallo’. ’t Is tenslotte nu nog leuker te groeten dan voorheen. Nog een stapje verder weg van de afsluiting.
‘Ken ik jou niet ergens van?’ vraag ik.
‘Hm, nee. Niet dat ik weet.’
‘Brouwerij ’t IJ?’
‘Nee, nooit geweest.’
‘Hm, dan lijk je veel op iemand die ik daarvan ken.’
Altijd die lach, zie ik opnieuw voor me, als ik langs kwam voor de lege glazen. Een heel clubje vriendinnen, allemaal even enthousiast over hun barman, maar zij had de lach, nagenoeg immer paraat ook.
‘Maar wel lekker bier,’ zegt haar man, al luid, vanwege voorbij aan ’t voorbij gaan.

Dat zijn de missers. De conversaties die zichzelf daarna repeteren. Me afvragen of ik die vrijheid wel had mogen nemen duurt zeker 10 min. & Nadat ik me een tijd afgeleid heb met een opdoemend insect, begint ’t korte gesprek opnieuw. Nieuwe varianten op ’t afgespeelde scenario dringen zich op, van hoe ’t wel goed had kunnen lopen.

Op dezelfde plek, 2 uur later, komt iemand op mij toe gereden.
‘Ben je op zoek naar insecten?’
Ik kan alleen maar bevestigend antwoorden. Terwijl ik ondertussen zijn pet van z’n hoofd pel om ’t herkenbare te voorschijn te krijgen.
‘Ja, zie je, ik ben ecoloog…,’ gaat-ie verder.
‘Ja,’ begin ik, een ‘ja’ van tijd rekken, zodat ik bijtijds klaar ben met mijn pel-arbeid & ik de juiste reactie klaar heb. ‘Timmermans, is ’t niet?’
Even later weet ik zelfs zijn voornaam te noemen. Namen pronken, schiet me te binnen, laten zien hoe ijverig je bent mensen te verzamelen, zodat er een mogelijkheid is dat ze ’t gevoel krijgen niet onopgemerkt te zijn.
Overijverig. Maar die gedachte komt pas bij de herhaling van de voorstelling, ergens op de fiets terug naar huis.

Voordat ik echter thuis ben moet ik 1st nog door ’t Diemerbos, ’t centrale pad richting hoofdingang. Liefst ga ik een andere weg, al die eigenaren & hun hond, verstrooide liefdelingen hand-in-handbreed op ’t fietspad, kinderfietsjes niet in toom door een binnenkomend gesprek bij moeder. Dat soort dingen, moppert ’t in m’n hoofd.
Maar ja, mijn hyper dwingt me altijd snel thuis te komen. & Er is nog een andere oorzaak om ’t altijd efficiënt te willen. Liefst nog iets meer dan dat.

Vlak voor dat vermaledijde fietspad hoor ik: ‘Hé, Ton!’
Met: ’t wordt alleen maar beter, schuif ik mopperkont opzij. Van verkeerde herkenning, via oprechte belangstelling, naar een enthousiaste roep.
Ik rem. Kijk om. M’n weder-‘Hoi!’ is al onderweg.
Maar m’n blik zegt nog iets van onherkenning. Dat lijk ik tenminste uit te stralen.
‘Waarvan ken ik je dan?’ vraag ik voor ’t gemak van dit ongemak.
Zo schandelijk, iemand anders niet herkennen. Waarbij ik met 2 maten meet, want gebeurt ’t een ander, dan ben ik mild.
‘Van Merel.’
Ik ken zo veel Merels, denk ik, waarbij de zin mijn keel al verlaten heeft voordat ik dat op waarheid heb kunnen checken. Ik ga ze nog snel even na terwijl zij tegenover me alweer reageert.
‘Roze. Brouwerij ’t IJ. & Ik volg je ook. Van de week die foto’s van je broer. Die volg ik nu ook.’
Of iets van dien aard, in een bepaalde volgorde. ’t Is inmiddels een puinhoop in m’n hoofd van zoeken & willen herkennen, verhalen plaatsen met Merel erbij. Nieuwjaarsdag, overleden vriendin, & m’n mond die praat voor de gedachten uit.
Dan tilt ze haar bril op.

Niet zo veel verder in de tijd rijd ik weer m’n weg naar huis. Een tevreden man op de fiets. Leuk: mensen ontmoeten. Zo simpel is leven, denk ik erbij. Nogmaals leuk doe ik erbovenop.
Ik had alleen wat meer controle willen hebben op wat ik zei, komt de zelfkritiek om de hoek kijken, ong ter hoogte van de 1e hondeigenaars. Ik had heus niet 2 keer hoeven zeggen dat die bril af ’t grote verschil maakte bij de herkenning.
Daar werd ik niet beter van, de conversatie minder mooi.

Had ik overal maar een toetsenbord in Zijperspace & wat vertraging in de tijd.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *