Ik lees boeken. Kijk series ter afleiding van.
Te warm om naar buiten te gaan. Ik ben een slachtoffer ‘by 1st degree’ zeg je dan.
Heb ook gebeld dat ik de planten, vooral tomaten die nu juist groot groeien, niet kan bewateren. Hoewel zij in Frankrijk zitten. Maar er was gelukkig een alternatief voor die lange tocht: even de buurtuinders bellen om mijn taak over te laten nemen.
Alles stroomt. Ondanks de droogte, zou je bijna zeggen
Vooral vanaf boven. De druppels van voorhoofd naar m’n ogen zijn zuur bijtend. Een enkele keer, maar steeds weer.
Tenzij ik binnen zit. Voor zolang ’t duurt. Als ik niet naar buiten geroepen word.
M’n gordijnen dicht, witte lakens een meter hangend voor de ramen; de tuindeuren eveneens, om als veiligheidsgordel tegen een binnenshuize opwarming te dienen natuurlijk.
Maar onderwijl lees ik dus boeken.
Hoewel dit keer weer niet in de juiste houding. Dat laat zich blijkbaar slecht in zomer vertalen. Winter nooit last van.
Alle bijeen opgestapeldheidheden.
Ik ben niet meer bang alleen te zijn. Begrijp mezelf in m’n aanpak van zo min mogelijk last te hebben.
Sluit mezelf op. & Wacht wat komen gaat.
Ik voel af & toe een vinger die naar me kijkt, die me verwijt, meestal die van de rechterwijs die zich ooit nog verklaren laat.
Maar ik heb me tegelijkertijd voorbereid op dat wat mogelijk komt. Vast weer uit een onverwachte hoek.
Maar ook die zijn bevriend met Zijperspace.