pim (poging tot herschrijven van de geschiedenis)

Pim is een jongensnaam. Maar zij droeg ’t met stoer gedrag.
Ontkennen van haar eigen ik, vooral vrolijk haar glimlach laten schijnen over de mensheid, waar mannen toch net ff stoerder waren dan dat zij eigenlijk kon.
Ontkennen van haar laatste middelbare schoolfeest, waar ze werd aangerand door een onbekende man.
Ontkennen van middernachtse rit door Vondelpark, waar ’t van voren af begon.

Pim wilde verliefd zijn op mij, & ik weet eigenlijk nog steeds niet waarom.
Ik wilde slechts heel ff verliefd zijn op haar, & daar weet ik wel de reden van. Ik had een vrouw nodig om te overleven in die na-middelbare-schoolse jungle die Amsterdam heette. Pim was 2e keus daarin. & Ze voldeed uiteindelijk niet aan ’t stoere gedrag dat ze voorgespiegeld had.

Zij zag mij niet, zoals ik dat andersom wel deed, als een mogelijkheid tot warmte voor de nacht, vrijen na afloop van een avond stappen, gesprekspartner over schoolse problemen.
Ik was meer dan dat. Veel meer.

Waarschijnlijk was ik een oplossing voor haar, voor haar problemen, haar tekort aan aandacht, misschien haar wens wel te eten.
Ze wilde wel eten, ze wilde daar ook aandacht voor krijgen, ze wilde wel de foto’s laten zien van de tijd dat ze kunstmatig voedsel kreeg toegediend in ’t ziekenhuis, ze wilde ook best vertellen dat ze de maaltijd had uitgekotst, ze wilde ook de appel van de dag tonen, of de snickers van de middag. & Ook haar dunne buik wilde ze met liefde laten omarmen. Of haar, ondanks alles, blozende wangen laten kussen.

& Altijd die lach, die zou ’t voor haar wel doen. Daar zou ze de wereld wel mee veroveren, of verontwaardigd mee lachen naar haar ouders, die altijd verkeerd waren. Zachtjes prakkend in ’t goedje dat onherkenbaar op haar bord lag, onderwijl haar moeder veroordelend. De preek voorbereidend waarmee ze haar moeder de les zou lezen zogauw ik weg was. Want zij was Pim, niet zomaar de dochter van haar moeder.

Ik geloof dat ik de brief heb weggegooid. Maar de strekkig staat in m’n geheugen gebrand. Want ik ben schuldig, staat er daardoor op m’n voorhoofd.

Als je niet wilt reageren, beschouw deze brief dan als ongeschreven.

Pim is al jaren dood.

Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.