Pre-volutie

Je weet niet waar ’t begint, verandering, maar opeens heeft ’t zich doen gelden, geuit, zijn aanwezigheid bepaald.
Zo bedacht ik, waarschijnlijk iets meer dan een half jaar geleden, om een boekenkast midden dwars in de woonkamer te zetten. De handeling was relatief snel gebeurd, maar ’t rijpen van dat plan, dat heeft wikken & wegen gevergd, meten met een centimeter, stappen ook, soms van elleboog tot hand of topje van middelvinger als maat hanterend, m’n verzameling van boeken beschouwen, in hoofd, als verschillende entiteiten waar ze van elkaar verschilden van onderwerp.

Zulke dingen gaan niet over 1 nacht ijs. Zeker niet als ’t uitzicht vanaf de dagelijkse stoel ingrijpend gaat worden gewijzigd.
Maar juist dat heeft de doorslag gegeven na weken van gepeins. Voortaan recht in de bek van een boel boeken kijken. Zo voor ’t grijpen, zo voor ’t denken wat er ook alweer allemaal in staat.

Voorbereiding is ’t halve werk, zullen wel vele wijzen mij voorgegaan zijn te bedenken, achteroverleunend in voldoening. Waarschijnlijk net zomin verzot op omzetting, herordening of verplaatsing van hoe alles gewoon was te staan of liggen.

Dus een 2e moest daarachter komen. & 2 Keer ‘tzelfde doen, maakt zoiets haast tot een routine, waardoor de gewenning al gewend is er aan gewoon te raken. Zo snel kan ’t soms gaan.

Ik heb, toch bezig, er meteen tussendoor de vazen van stof ontdaan. De planken moesten immers vooraleer ze hun plek zouden vinden tussen de staanders opgekuist worden.
Maar zo gauw je begint met schoonmaken, afstoffen in mijn geval, dan dreigt ’t hek van de dam. Want overal is stof als je even niet opgelet hebt. M’n toetsenbord is waarschijnlijk ’t minst bestoft doorgaans stilstaand element in huis, waar ik ondanks dat toch regelmatig m’n vingers tussen de rijen toetsen laat gaan om ’t te ontdoen van weer een vers laagje.

Dat komt dan door dat stoffen. & Van ’t stofzuigen dat ik ook maar meteen heb opgepakt. Ze zouden een zuiger moeten ontwerpen waarbij de lucht in beroering komt, zodat ’t nog liggende niet tot leven wordt gewekt. Als ze niet door ’t mondstuk van mijn stofverzamelaar worden gegrepen rijzen ze als Lazarus op & leggen zich te ruste op een willekeurig andere plek.

Mensen, vrienden noemen zij zich, of anders begeleiders, zeggen dat dat goed is. Dat ik tot iets gezet word & dat ’t er van opknapt.
Ze gaan verder met wijzigheden als ‘wat van buiten ordening krijgt, zorgt voor meer overzicht van binnen’ & andere tegeltjes.
Maar daarbij zien ze niet dat er geen eindigheid is. Dat niets stopt. Dat we verdorie niet met dominosteentjes aan ’t spelen zijn, waar uiteindelijk de laatste valt, maar dat dit doordringt tot alle elementaire deeltjes. & Dan heb ik ’t niet over dat boek dat ik hier ergens in een kast heb staan, half gelezen, half bestorven. Al een tijdje ongewild dienend als een voor mij redelijk veilige vergaarbak van de stof die ik nooit meer hoef te zuigen & die hopelijk niet ongemakkelijk in beroering komt om me lastig te vallen met hun (want eigenlijk is ’t een meervoud van ongekend groot getal) aanvang aan een nieuw circulair bestaan.

Nee, dan Zijperspace, die vanwege zijn begin gebonden is aan een zekere eind.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *