Questionnaire

’t Komt vaak niet verder, maar ’t suddert wel lekker door. Met een vleugje van een antwoord die die naam eigenlijk misschien niet zou mogen dragen, gewoon omdat de intentie of ’t doel niet op die manier geformuleerd hoeft te worden.
Je zou ’t eerder verwondering kunnen noemen, dat proces, 1tje van ‘in ontwikkeling’, met een grote urgentie dat niet te willen pretenderen. Wat onderweg opgepikt kan worden, is meegenomen. De noodzakelijkheid daarvan is hooguit dat ’t als extra voer kan dienen. Nog meer vraag om te consumeren, te malen, te verwerken in combinatie met andere ingrediënten.

Zo stond ik daarnet in de keuken, vlak nadat ik me gerealiseerd had vreselijk trek in vette kippenhamburgers te hebben die ik in m’n voorraad wist. Ik had ze tenslotte vanochtend dankzij de verleidelijkheid van een 35%-sticker aangeschaft. De verlekkerde van te voren opgebouwde zogenaamde honger was te groot & die voorgestelde noodzakelijkheid werd enkele uren later nog even bevestigd door lekkere trek.
Ik weet hoe die dingen werken hier. De klok kan er net niet op gelijk gezet worden, maar er heerst een hoge voorspellingsgevoeligheid hier. Ons kent ons, ziet u.

Ik vroeg me af waarom ik eigenlijk biologische bakboter gebruikte icm zonnebloemolie. Een vermoeden van antwoord deed iets van opborrelen, maar drong zich niet op. Er was geen noodzaak.
De ontkenning van wat voor kip gebruikt was deed zich iets meer gevoelen, als een vraag hoe ik die gewetenskwestie weg kon moffelen, de schuld kon verhullen, ’t tegemoetkomende genot van vet & ongezond & slecht kon laten prevaleren.
Maar poeh, waar ik vroeger ‘god’ zou schrijven, ik had ‘m toch wel ff gesteld.

Dan de kwestie waarom ik me zo bewust moest zijn om god er bij te betrekken, al was ’t maar door hem schichtig om de hoek te laten gluren, & dat te laten vervangen door een nederlandse vertaling van ‘Winnie the’, & hoe ik die snelle associatieve gedachtegang kon hebben laten gebeuren.

Achtereenvolgens kwam de vork voorbij die ik in de zelfgemaakte saus, van sambal, zaanse mayo (nu in de bonus, wist ik vanochtend) & chilli pickle, op een gegeven moment in m’n mond stak om een zorgvuldig afgemeten hoeveelheid ter begeleiding van 2 van de gebraden kiphamburgers op ’t bord te deponeren, nog een zwiep na om zo min mogelijk op m’n vork achter te laten, omdat ik wist dat ik de rest pardoes bij onbeslistheid, twijfel, angst-voor-aanbranden-haast in m’n mond zou steken. & Dat zoiets een beetje suf was, waarom die sufheid, omdat ik toch ondertussen wel uit ervaring wist dat wat ik ook op ’t bord schepte aan saus altijd aangevuld moest worden.
Daarna de afdepdoekjes die, we zitten overigens nog steeds in de eerder genoemde achtereenvolgens, om ter compensatie van die hap saus, zorgvuldig ingezet moesten worden & om ’t eerder gebruikte biologische boter & zonnebloemolie, aangevuld met ’t innerlijke vet van de kip goeddeels te verwijderen ter voorkoming… ja, ter voorkoming van wat, waar ik net een sausvork van alles wat geen vork was had ontdaan?

Ik mijmer net niet, mompel evenmin, dat zal vast nog wel komen, dat hoort erbij heb ik geleerd van series & films waar ouder wordende mensen in afgebeeld worden die een dergelijke leeftijd & alleenzaamheid bereiken, waar vroeger een familie half werd toegesproken maar nu de pan slechts uit de kast werd gehaald ter eigen gerief of alledaagse ingesleten gewoonte te proberen overleven.
Voor wat eigenlijk hadden zij dan nog een drijfveer, vraag ik me dan af & probeer voorbeelden in beeld te krijgen, maar blijf hangen in een stereotiep omdat ik afgeleid word door waar die trek in vet toch vandaan komt.

Maar vul de ruimte van Zijperspace slechts met de echo van de vraag & een vederzachte fluistering van een onafgemaakt antwoord.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.