reus

De reus van Albert Heijn komt met z’n gewoonlijke bombarie binnenvallen: ‘Moet je nou toch horen!’
‘Ik sta nog met deze mevrouw te praten,’ probeerde ik ‘m tegen te houden. Zogauw-ie z’n mond open doet weet-ie nl niet dat er ook nog andere mensen aanwezig zijn. Hij begint altijd gewoon te praten & stopt pas als z’n verhaal ten einde is.
‘Ach joh, dit verhaal vindt mevrouw ook leuk om te horen.’
Gezamenlijk houden mevrouw & ik dus onze mond & wachten op ’t relaas dat hoe dan ook komen gaat. Je kan ‘m beter z’n gang laten gaan in deze, want dan voelt-ie zich op z’n gemak & is-ie sneller weg. Bovendien is ’t de meest gewelddadige gek die voor Albert Heijn stek houdt. Dat hoef je niet te weten, dat voel je als je ‘m ziet. Dat voel je ondanks de eeuwige glimlach die z’n gezicht plooit als-ie je aanspreekt, ondanks de amicale manier waarop-ie met iedereen probeert kontakt te maken. Hij walst over je heen, beseft niet dat je kan bezwijken onder z’n aanwezigheid.
‘Kijk, deze pink hier,’ hij houdt z’n door alcohol opgezwollen handen naar voren, ‘is aan ’t afsterven. Die moet er afgezet worden. & M’n poten zijn ook naar de klote.’ Aan z’n pink zie ik, behalve de alcoholisten-kenmerken, niks, maar de laatste tijd is-ie inderdaad druk bezig moeilijk te lopen, bedenk ik.
‘Nou zegt de politie dat ik ze bedreigd heb. Met deze pink! & Met deze benen!
‘Ik heb een vriend die rechter is, & een andere vriend is psychiater. Die zeggen dat de politie moet ophouden, omdat ik anders gekke dingen zou kunnen gaan doen.
‘Ik krijg een boete van de politie als ik met een lege bierfles sta & ik krijg een boete als er nog een dop op zit.
‘Maar nu heb ik m’n wapens uit de kluis gehaald. Ik ga ze nu terugpakken.
‘Kijk, ik vind dat je een man bent als je een hond als Caesar,’ hij kijkt ff of z’n hond buiten nog op z’n plek zit, ‘ als je een hond als Caesar in je hand kan laten bijten & dan toch geen kick geeft. & Ik klaag ook niet omdat-ie in m’n poten heeft gebeten.
‘Ja, ik heb nog steeds een zekere waardigheid.
‘Nou; op naar de volgende boete.’
Hij loopt naar buiten & we horen ‘m nog ff keihard roepen: ‘CAESAR, CAESAR. KOM HIER.’
‘Hij begint af te takelen,’ zeg ik.
‘Is toch leuk als je zoiets hoort,’ zegt de dame tegenover me.
We houden normaliter wel van leuk in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *