Hé, ik ben geen robot, want m’n buurjongen heeft dat onderkend, ontkend.
Hij kwam langs, z’n oorspronkelijk australische moeder aan zijn zij. Hij kwam me een doos, een schoenendoos brengen met lekkers & leuks.
Ik sta nu even op om te zien wat ’t werkelijk is. Wat voor verrassingen er in een peuterschoendoos kunnen zitten, want best klein, maar vooral…
Nee, ik weet niet wat vooral.
’t Enige wat ik weet dat hij mij (‘per ongeluk’ voeg ik daar maar aan toe) de leukste buurman vindt.
‘Hij zegt me altijd gedag.’
Krijg ik van moeders te horen bij ’t aanreiken van de schoenendoos, met appel, peer, & nog weet ik niet almaar meer.
Ik durf bijna niet meer te kijken naar de inhoud. Van schaamte waar ik dat aan verdiend heb van zo’n jong joch.
& Er komt dan een verwondering bij mij te boven. Van: kom op, ik ben autist, we zouden niet vanzelf kunnen kluisteren. Alles vanzelfsprekend kunnen vinden.
Straks als hij ouder is, pubert & daaropvolgende afleveringen van leven, elkaar nog in de ogen kunnen kijken, van heb ik jou daar, buurman; jij met je lange haren, net als toen ik.
Hij heeft lange haren namelijk. Zoals jochies niet gewoon zijn zich te laten groeien.
Een eigenwijze.
Ik heb moeders al verteld dat er een Jongensmetlanghaarclub bestaat. Een groep mensen die vroeg besloten hebben lang haar te dragen & dat door die club blijven koesteren. Wat slechts laat tot mij doorgedrongen was dat ook te doen.
Misschien had ik de verkeerde motivatie. Moet je al jong stevig in je schoenen staan.
Of juist tegenovergesteld: altijd twijfelen of in ieder geval zeker weten welk pad bij de volgende kruising te moeten kiezen.
De andere meestal.
Altijd dat nadenken & niets vanzelfsprekend vinden. Maar hij stond daar, moeder legde ondertussen uit waarom. Hij glunderde, wangkoontjes omhoog, buurvrouws handen klemmend, z’n moer tenslotte, ogen knipperend omdat hij vond dat ’t goed was dat ik een kado ter grootte van een schoenendoos had gekregen.
Een appel, een peer, een tekening met ‘Ton’, hartje plus nog iets wat ik niet kan definiëren, mini-boekje ‘Puppy’s in de mist’ & een inkleurboekje waarvan hij de 1e bladzijde al heeft ingevuld, 2 stickers, kleurpotloden in een doosje van 6, plus bovendien een robot. Oja, verborgen ook nog 2 stickers van mogelijk buitenaardse smileys.
Hoe kan je een kind blij maken, moet hij gedacht hebben. Een kind dat net zulk lang haar heeft als hem.
U hoort mij niet, lieve ouders, ik ben stil. Ik heb knijpende keel, worstelende ogen, een traag toetsenbord.
Denkend dat ik geen makkelijke man was die met kinders om kon gaan. Maar zij blijkbaar wel met mij.
Kinders in Zijperspace zijn een verborgen eiland, maar evengoed een interessant onderzoeksobject, voor ik, de onnozele.