rommel

Ik moest ’t weer ‘ns een keer meemaken; ’t was ondertussen zo lang geleden dat ik een vlooienmarkt had betreden. Ik had bedacht dat als ’t in de Jaap Edenhal zou plaatsvinden ’t in ieder geval een grote & redelijk professionele zou moeten zijn. Tuurlijk verwachtte ik er een hoop troep aan te treffen, maar juist dankzij de troep zouden pareltjes er ook tussen te ontdekken zijn. Zaak dus om zo vroeg mogelijk aanwezig te zijn, had ik ooit van m’n rommelmarktsnuffelende broer geleerd. Anders waren de mooiste objekten reeds verdwenen in de handen van beroepsstruiners.

Die gedachte was bij meer mensen opgekomen, want hoewel ik vlak na openingstijd arriveerde, was de kronkelende rij langer dan 50 meter. De rij bij Anne Frank op zaterdag is daar niets bij. Dat betekende lang staan tussen groepen huisvrouwen & moeders van middelbare leeftijd, die van de tijd gebruik maakten om ’t verschijnsel rommelmarkt met elkaar te bespreken & tips ivm afdingen & ’t gebruik van de € uit te wisselen. Zodoende raakte ik ook op de hoogte van ’t feit dat op 2e handsmarkten ’t moeilijk is kleren te vinden voor kinderen boven de 4 jaar. Tot die leeftijd is ’t een makkie, maar daarna vind je bijna geen kleren meer zonder slijtplekken. & Binnenkort was er ook een verzamelbeurs waarvoor je ong € 50,- toegang moest betalen. Ik raakte tevens op de hoogte van de prognoses voor de toegangsprijs. Andere jaren was ’t in guldens altijd 5 geweest, dan zou dat in € waarschijnlijk 2,50 zijn.

Een kwartier later bleek ’t € 3,- te zijn. Ik kon naar binnen.
Tussen de kinderwagens & rijdende boodschappentassen trok ik voorbij de stalletjes die vooral overdekt waren met kinderkleren. Een enkele keer werd m’n aandacht getrokken door oude schalen of lampjes, maar niets van mijn gading. Slechts in de verste hoek zag ik een 50-er jaren lampebol die me aantrok, maar de stand werd beheerd door een man die me ooit een reprimande van m’n werkgever had bezorgd. Totaal onterecht. Dus trok ik verder.

De hele hal afgestruind, tot de verzamelaarsstands boven de tribunes aan toe, zonder iets aantrekkelijks te vinden. Slechts gesprekken opgevangen van de bezoekers.
‘Schandalig toch. Ik kom binnen & ’t is helemaal gevuld met kleren. Dit is toch geen rommelmarkt meer.’
‘In Weesp is momenteel de chocolade-beurs bezig. Heel leuk, heel gezellig. Je komt er ook heel gemakkelijk.’
‘Dit is een wat zwakker tafeltje, maar ik kon er tenminste m’n postzegelboeken op kwijt.’

Ik ben toch maar weergekeerd naar de man. Heb gevraagd wat de bol moest gaan kosten. ’t Zou toch ‘ns tijd worden om in m’n hal een dergelijke lamp te gaan hangen: ’t is altijd donker bij binnenkomst. Hij vroeg er € 20,- voor & vroeg vervolgens waar-ie m’n gezicht van zou moeten kennen.
‘Brouwerij ’t IJ misschien?’
‘Oja. Heerlijk bier daar.’
‘Maar de lamp is duurder dan ik had verwacht.’
‘Hoeveel had je willen betalen dan?’
‘Oh, ik had iets van € 10,- verwacht.’
Men moet weten dat ik bijna nooit heb afgedongen. Een heel enkele keer op koninginnedag een enkele gulden, maar dat hoorde bij de gelegenheid. Meestal betaal ik gewoon wat er in 1e instantie voor gevraagd wordt; dat afdingen is gewoon niks voor mij, ben ik te laf voor.
‘Nee, da’s te weinig. ’t Is een dure lamp. Ik heb ‘m voor 60 gulden gekocht.’
Ik wilde me al omkeren.
‘Voor € 17,50 misschien?’ vroeg-ie me, & vervolgens schoot ‘m ’t lekkere bier misschien wel binnen, ‘of anders voor € 15,-?’

Er schijnt licht als men tegenwoordig Zijperspace betreedt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.