Sambalolijven (een recept)

Er waren veel nadelen aan opgroeien in Den Helder. Een groot bestanddeel van dat hele pakket werd ons inziens veroorzaakt door de aanwezigheid van de marine.
Ik schrijf ‘ons’, want wij 6 broers werden opgevoed door oa onze vader & die had ’t op veel vlakken fout, zoals vaders zich schijnbaar door de eeuwen heen zijn gaan gedragen, maar zijn oordeel over de gemiddelde marineman was op ervaringsdeskundigheid gestoeld. & Daarmee konden we met hem door dezelfde deur.

Laat ik de korte samenvatting van de oorsprong van die afkeer even geven.
Mijn vader was directeur van een huishoudschool. Dat noemden we in die tijd zo, tegenwoordig mag dat niet meer. Pa corrigeerde ons kinderen bij ’t gebruik van dat woord, zo tegen ’t eind van z’n werkend bestaan, ook wel door de woorden IHNO/LHNO te suggereren.
Hij had ’t er echter te hard ingepompt, geholpen door m’n moeder die haar verhalen uit de oude doos ook niet anders vertellen kon dan larderen met anekdotes over haar opleiding tot naaister dat z’n aanvang nam aan net zo’n huishoudschool.

Kinderen van marinemensen, daar had mijn vader een beetje moeite mee. Dat lag zeker niet aan de meisjes zelf (Huishoudschool jaren ’60/’70: daar zaten alleen maar meisjes op – LTS was voor jongens; bij gebrek aan schoolgaand grut kan ik mijn kennis over de voortgang van de term alleen maar etaleren door naar mijn broer Carel verwijzen, die in Den Helder de 1e jongen was die op een huishoudschool een soortement voorbereidende zorgopleiding ging doen, maar dan hebben we ’t ook alweer over 40 jaar geleden).

De marinemannen waren lang van huis. 1 Jaar je vader niet zien was geen uitzondering voor marinekinderen. ‘Wie is die man die op zondag ’t vlees snijdt?’; die situatie werd in Den Helder in 1000-en gezinnen tot mamoetproporties uitvergroot. Hij kwam plots weer terug, zoende zijn gezin gedag & was vervolgens de boeman waar moeders & kinderen aan moesten gehoorzamen, terwijl die laatsten juist gewend geraakt waren aan een vroeg meedenkende moeder, die zich een jaar, of soms wel langer, geëmancipeerd waande.

Mijn vader-de-directeur kreeg die norse vaders-de-marinemannen, druk doende de machtsverhoudingen de juiste kant weer op te doen wankelen, over de vloer. Want plots functioneerden de meisjes niet meer al te best, waren onzeker &, ik kan ’t historisch niet bewijzen, maar zaten vast ook wel af & toe onder de blauwe plekken van de ongehoorzaamheidsklapjes.

Er was echter ook een goed ding wat wij in Den Helder hebben overgehouden aan ’t verblijf van die mannen in den vreemde. Ze raakten gewend om in de ‘koloniën’ ander eten voorgeschoteld te krijgen. De vroege supermarkten voorzagen daar in 1e instantie niet in, maar een bepaalde import, wellicht via de marinehaven zelf, zorgde op een gegeven moment voor een redelijke instroom van oosterse producten, lang voordat sambal gemeengoed werd in de rest van ’t land.

Fusion koken was ook alweer zoiets dat in die tijd nog niet z’n intrede had gedaan. In mijn geboortestad waren er evengoed al vroeg kookgrage marinemensen die de scepter van de vrouw in ’t rijk van de keuken overnamen (hoe moest zij nou weten wat lekker was, als zij ’t nog nooit gegeten had?).
& Zodoende, zowel huidhoudschooldirecteurvaders als marinemanvaders waren op vakantie & hun respectieve kinders hoefden een keertje niet mee vanwege oud genoeg om zelfstandig te worden, leerde ik op 17-jarige leeftijd tijdens logeerpartijen bij een klasgenoot de heerlijke combinatie kennen van aardappelen met sambal.
Een revolutie in stante pede.

De olijven hebben ook al een tijd geleden kennis gemaakt met lekker heet. Ze zijn gevoeglijk sambalolijven gaan heten, waarschijnlijk omdat ’t toevoegen van sambal de eenvoudigste, snelste & goedkoopste manier is om je olijven heet te maken. Maar wil je ze écht lekker, dan kan je beter nu even naar me luisteren.

Ik heb ’t grote voordeel verworven dat ik niet zo goed tegen bepaalde suikers kan. Natuurlijk hebben de oosterse mensen (of de mensen die bepaalde aspecten van hun keuken hebben overgenomen) ’t lekker bevonden om dat ten overvloede in de naar ons toe geëxporteerde potjes sambal te stoppen. Jarenlang mijn favoriete etenswaar, maar door stoelgang gedwongen dat te gaan vervangen door gewoon echte rode pepers.
De zoetigheid, die ik toch ook best weet te appreciëren, vervang ik in m’n maaltijden zo af & toe met stevioglycosiden. Dat is een verdunde poedervorm van de natuurlijk zoetstoffen in ’t plantje stevio. Waar ik dus stevio gebruik, mag iemand die me na wil volgen ook best suiker gebruiken, maar men dient beter niet mij ’t resultaat vervolgens voor te schotelen.

In oorsprong heb ik onderstaande gewoon ergens anders vandaan gejat. Of nee, ik heb ’t op die wijze gemaakt & niet goed genoeg bevonden. Mijn advies derhalve mbt mijn methode: wil je er echt liefde in stoppen, probeer onderstaande 1st uit & pas dan ’t recept aan & strooi de ingrediënten met losse hand & naar welbevinden over de olijven uit, waarna de olijfolie eroverheen geschonken kan worden. Stop ’t in een hersluitbare pot die je zonder problemen of lekken zo af & toe om kan keren. & Laat ‘m liefst 20 uur op kamertemperatuur staan.

3 ons groene ontpitte olijven
1 eetlepel stevioglycosiden
3 rode pepers, fijngesneden
5 groene pepers (vooral niet heet), idem
3 tenen knoflook, evenzo
1 eetlepel paprikapoeder
1 theelepel komijnpoeder
1½ theelepel gedroogde oregano
3dl olijfolie van redelijke kwaliteit

Maar in Zijperspace gebruiken we gewoon de losse hand.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.