Speellijst (VIII): SlowSlow ToutTout Slow

18 Januari 2018 ben ik begonnen met ’t samenstellen van deze speellijst. Met La Boxeuse Amoureuse die ergens onthouden moest worden. Misschien dat ik door ’t woord boxeuse op op een gegeven moment op ’t idee kwam op zoek te gaan naar een plaatje dat hoorde bij een berceuse: een slaapliedje.
Slaapliedjes staan er dus ook in. Die zijn per definitie zacht van toon, al zachter naarmate de slaap nadert, & traag, ooglidvallend traag.

Nóg een misschien: dat ik wellicht voorvoelde dat ik deze lijst nodig ging hebben in de niet al te verre toekomst.
Nou hou ik zowiezo van tranendal in muziek. Tranendalen van liefdesproblemen & zoeken naar teder. Als dat gecombineerd wordt met de juiste pace, dan zwijmel.
Zoals de bede bij Please Be Good to Me. Je denkt even dat op een gegeven moment Hannah Williams zal gaan krijsen, maar de traagheid van smeken treedt weer in.

Ik had deze lijst uiteindelijk hard nodig. Zoals ik ook de natuur nodig had, een bos met niet al te veel mensen, waar ik meegezogen werd door m’n fascinatie voor insecten & de wil ze in levende lijve tegen te komen.
Dat laatste zorgde ervoor dat er weinig van buiten invloed op me kon hebben. Dat heeft muziek ook, maar daarbij wordt bovendien behoorlijk wat emotie van binnen plots weer bewust beleefd.
Je zou zeggen dat dergelijke emoties misschien niet opgezocht moeten worden gedurende een burn-out. ’t Werkte echter bij mij. Door de traagheid waar ik de nummers op had geselecteerd. Ik werd al luisterende door dat tempo naar een emotioneel dromenland getrokken, een zweverig feel-good-gevoel.

Liefdesverdriet van jaren her kwam terug, maar dan meer op een toon van ‘weet je nog wel’, dan van herbeleven met z’n ups en downs. Diverse ex-en zijn de revue gepasseerd terwijl ik, als 1 van de weinige tuinbezitters, uren achter elkaar op de volkstuinen takken stond te knippen.

Ik ben ook op de zolderkamer geweest waar ik na m’n 20e weer teruggekeerd was. Hoofd stekend uit ’t klapraam om zo min mogelijk rook te laten verraden dat ik binnen rookte. Op dat moment niet wetend wat ik anders moest doen, totaal geparalyseerd door de angst weer te gaan hyperventileren.
Daniel Johnston nam me bij de hand om daar terecht te komen.

Als ik deze speellijst aan heb staan, in de keuken tijdens koken, als ik lange afstanden af aan ’t leggen ben, komt we wel eens voor dat deze muziek me uiteindelijk gered heeft. Niet door me ergens uit te trekken, maar door andere dingen niet binnen te laten komen. Zoals tijdens m’n zoektocht naar insecten.
Geen prikkels, zouden m’n begeleiders van afgelopen jaar dan zeggen.

Maar de tijd ging ook sneller. Ik fietste naar Nijmegen 105 km (een week later ook weer terug) met een boxje die deze muziek voor me speelde. Niet te hard, zodat de spaarzame medeweggebruikers er geen last van zouden hebben. Toch weer harder als ik een lege rechte weg te gaan had, zodat ’t kon proberen te schallen over de koeloze weides.
Ik vergat m’n eten, ook hoelang ik al gefietst had, m’n spieren voelde ik pas als ik rechtop probeerde te staan & de nummers even moesten zwijgen voor de verlate boterham. Na Donald Byrd vlak na opnieuw vertrek was ik dat alweer kwijt, dat gevoel. De muziek trok de stijve stugheid uit m’n spieren.
Ik had een koptelefoon kunnen dragen, maar dan had ik de fietstocht minder gevoeld.

Als ik deze speellijst niet had samengesteld, was ik niet meegesleurd in die gemoedsstemmingen van anderen, had ik m’n eigen sores laten prevaleren, had ik m’n burn-out minder goed kunnen relativeren. Door me mee te laten nemen naar ‘hogere’ sferen kwam ik dichter bij, met beide benen wat steviger op, de grond.

Ik wens degenen die de moeite nemen (delen van) de lijst te luisteren iets dergelijks toe.

Vandaag alleen maar traag & gemoedsrust in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *