’t gist

‘Wat een rotmandjes; de flesjes kunnen nogeneens blijven staan.’
‘Dat moet u ook niet proberen; ’t is beter de flesjes neer te leggen.’
‘Dat doe ik zowiezo niet, dan komt al ’t gist door ’t bier.’
‘Oh, dat kan helemaal geen kwaad. Gist is gezond. ’t Is een natuurlijk produkt.’
‘Dat kan wel kwaad. Dan kan ik ook hout gaan eten, want dat is ook een natuurlijk produkt. Je wordt van gist alleen maar veel dronkener.’

Op ’t moment dat de man ’t woordje ‘kwaad’ uitspreekt, hoor ik dat-ie in dezelfde gemoedstoestand verkeert als de betekenis van ’t woord dat-ie net uitgesproken heeft. Een paar tellen houd ik m’n mond.

Ik beschouw ’t echter als m’n taak dit soort hardnekkige sprookjes over bier de wereld uit te helpen.
Dus, na de stilte, waarin ik div andere handelingen in dienst van de goede man verricht: ‘Je wordt dronken van alcohol, niet van gist.’
‘Onzin. Dat spul gaat nagisten in je maag.’
‘Nee hoor. Die gistcellen leven niet lang in de maag van een mens, maar laten wel allerlei lichaamsgunstige stoffen achter, zoals bijv vitamine B & ijzer.’
‘Volgens mij niet. Bovendien smaakt ’t smerig.’
”t Beïnvloedt een heel klein beetje de smaak. Maar u heeft gelijk als u ’t niet wilt drinken. U moet natuurlijk niets drinken waar u geen trek in heeft.’

De heer verlaat ’t gebouw. Hij laat de deur naar de ijzige kou open staan.

We proberen niets te weten in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *