Tineke is thuisgekomen, zo rond deze tijd. Ik heb vrijdag wat voor haar opgehaald, vanmiddag in haar brievenbus gedaan, zodat ze ’s anderdaags onderzoek kan laten doen.
Ik weet niet de reden voor dat onderzoek; Frankrijk-Nederland is ondanks smartphones evengoed moeilijk contact. Er moeten al snel dingen samengevat worden, zijn ze misschien onderweg of anders druk hout aan ’t hakken, een dak aan ’t beplakken met tegels, waardoor je dat als vanzelfsprekend aanneemt.
Laat ze dus zoveel mogelijk met rust met hun vakantiegevoel. Hun ontmoeting met Quint & Olga, m’n broer & ‘noodzakelijke’ vrouw (anders hadden zij dan weer dat huis niet kunnen kopen ergens in de Provence, maar niet minder liefde door dat ‘moetje’).
Me te druk maken dus. Over dat onjuist opslaan, of zelfs helemaal niet. Vooral de ongemakkelijkheid ervan & ’t invullen. De leemtes opvullen, van elkaars wederzijds.
Ik geloof dat er een bomontploffing in m’n hoofd heeft plaatsgevonden, juist op ’t moment dat m’n hoofd er ’t meest gevoelig voor was.
Zeg 20, mss 21.
Dat, dat, ik kikker in m’n toetsenbordkeel, ik daardoor niet goed weet hoe & wanneer te reageren. Of hoe ik ’t voor elkaar zou kunnen krijgen in Frankrijk terecht te komen. Wel weet waar mensen me, alleen maar voor aandacht, belangstelling, nodig hebben, dat ’t nodig is dat ik klaar sta, maar niet meer weet hoe ik Frankrijk moet bereiken, gerust moet zijn dat de treinen werken, dat er een toilet in de lange-afstandsbus aanwezig is, er genoeg aangepast eten in m’n bagage zit. Extra wc-papier, noodscenario’s, paniekscenario’s ondertussen in m’n hoofd.
Vooral die laatste natuurlijk, zo onmogelijk suf. Niemand die dat uit m’n hoofd praat.
Daarom: Tineke is inmiddels terug. Terug uit Frankrijk.
Waar voorlopig de bestemming van m’n droomreis ligt. Waar ik hopelijk nog eens de hond uitlaat over franse bergen, waar Bruno zijn snuit & voeten laat wroeten in woelmuizenterritoria, ik zijn doofheid moet wakker schudden want er zit er waarschijnlijk 1 andersom te pulken in z’n oor, we verder marcheren, terwijl ik na 30 pagina’s boek verdiept, ik opnieuw wacht op weids uitzicht, ipv woelmuisgewroet.
Soms best belangrijk als iemand terugkomt in Zijperspace: van verborgen heimwee, terugwee.
ik zei het al tegen de trouwambtenaar, dat het een moetje was..
Nu weet je ’t zeker: ik ben immers je zwager. Eerlijker kan niet.
Maar je bent geaccepteerd. 😉