theelepeltje

Ik kan ’t juiste lepeltje niet vinden. ’t Theelepeltje dat ik bijna nooit afwas, omdat ‘t, zogauw ’t in de buurt van de wasbak komt, alweer gebruikt gaat worden voor de volgende thee-sessie. ’t Theelepeltje dat bijna altijd rechtop in m’n kopje staat, klaar om z’n jarenlange trouwe dienst te continueren.

Al m’n theelepeltjes komen bij m’n ouders vandaan. Ik heb nooit een lepeltje zelf gekocht. Dat kwam toevallig zo uit, in de tijd dat ik op mezelf ging wonen, of wat xtra’s nodig had na weer een andere verhuizing.

Ik heb theelepeltjes met St. Jakobsschelpen er op. Vind ik minder mooi, gebruik ik slechts als ik visite heb in grote getale. M’n vader was secretaris van ’t St. Jakobsgilde. De schelp is een symbool voor die vereniging. Symbool ook voor de pelgrimage naar Santiago de Compostella. Daarom zal ik ze nooit wegdoen, ook al vind ik ze niet mooi. Ooit ga ik net als m’n vader naar Santiago wandelen.

& Ik had ook theelepeltjes met heiligen er op. Die waren prachtig. Ik kon er uren naar kijken vroeger. Want elke heilige droeg weer een ander kenmerk met zich mee. Dan wist je om welke heilige ’t ging. De 1 een sleutel, de ander een staf. Daar zat dan een heel verhaal achter. Die wilde ik eigenlijk allemaal achterhalen, want ik wilde weten waarom de lepeltjes er zo uitzagen. Ik vond verhalen zowiezo prachtig, maar een lepeltje met een verhaal erachter was ’t summum. Dan roerde je je thee met een heel bijbels verhaal.
Ik denk dat ik ’t grootste gedeelte van die lepeltjes bij opeenvolgende verhuizingen kwijt ben geraakt. Die dingen zijn klein & dun. Ze glippen overal doorheen.
Misschien dat er nog een paar bij m’n ouders thuis liggen. Bij m’n volgend bezoek aan m’n ouders moet ik ze dan maar weer ‘ns nader onderzoeken. Kijken of ik nog verhalen terug kan vinden.

In de la liggen ook een paar lepeltjes met een bolletje aan de bovenkant. De steel is dun, met een draaiing erin. Die draaiing daagde me wel ‘ns uit m’n nagel erin te zetten. Vervolgens draaide ik ’t lepeltje, totdat de nagel helemaal bovenaan terecht kwam. Daar kon ik een heel bakkie thee zoet mee zijn.
Maar ze houden minder lekker vast; ze zijn net ff te iel. Voor visite ook.

Hoe m’n favoriete lepeltje er nou uit ziet, weet ik eigenlijk niet. Hij is er niet. Ik zie ‘m elke dag, of eigenlijk: ik voel ‘m elke dag. Bij ’t roeren in m’n thee. Daardoor weet ik wel dat ’t een plat 3-hoekig oppervlak heeft. & Aan de ene kant staat een afbeelding, aan de andere is-ie plat. Voelt erg prettig bij ’t roeren. Ik heb tenminste grip. & Door de afgeronde zijkanten ‘voegt’ ’t ook lekker.
Maar hoe ’t eruit ziet weet ik eigenlijk niet. Oud in ieder geval, net als m’n andere lepeltjes. Behalve dan die schelpen; die zien er nog zo goed als nieuw uit. Daarom vind ik ze misschien ook minder prettig.

Ik heb er nog 1tje in m’n keukenla liggen. Ik heb ‘m net nog ff bekeken. Hij is vies, want hij ligt er al een tijdje onaangeraakt. Ik zal ‘m ook niet zo snel gebruiken. Die hoort daar te blijven. Zo min mogelijk hoort-ie gebruikt te worden.
Aan de bovenkant van de hals heeft-ie een soortemet kroontje. Vervolgens wordt-ie wat breder, maakt een kleine hoek naar binnen, & weer breed tot aan de top. Hij is sierlijk in al z’n eenvoud.
In de kop staat een A afgebeeld. Een klassieke A. Da’s van m’n moeder. De A van Anny. M’n vader had een N. Maar die heb ik niet.
Als ik op dezelfde manier een A zie afgebeeld, denk ik onmiddellijk aan m’n moeder, stel ik me zo voor. Dat had ik daarnet ook toen ik in de la ging kijken: hé, daar ligt m’n moeder.
Die moet daar blijven liggen. Mooi liggen zijn, ook al is-ie dan ietwat viezig.

Nu is ’t tijd voor thee in Zijperspace.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *