(t)ijdel(ijk)heid

& Toch speelt ijdelheid mij parten. Waarschijnlijk speelt ’t wel veel meer mensen parten, maar ik ben me er een beetje veel sterk bewust van. & Waar ik me een beetje veel sterk bewust van ben -van iets dat niet door eenieder als goede eigenschap wordt ervaren- dat probeer ik weg te stoppen, maar komt als de wiederweerga keihard terug.

De mate van ijdelheid die iemand bezit, definiëert z’n twijfel over eigenwaarde. (Die had ik zelf verzonnen, maar daarna vond ik ook: IJdelheid is een gebrek aan trots van Leonard Nolens)

Om er ff een dooddoener tegen aan te gooien.

Terwijl ’t er slechts om gaat of ik m’n sik, m’n goatie, m’n ‘pratende ***’ (sorry, er luisteren nog altijd moeders mee, waarvan 1 mij bij probeerde te brengen dit woord niet te bezigen in ’t openbaar) er af zal halen voor de weblogmeeting. Moet ik me laten sieren met tijdelijkheid, een versiering die voor de nodige variatie zorgt voor mensen die me al wat langer kennen, incluis mijzelf? Of moet ik me tonen met ’t gelaat dat ik reeds 36 jaar getoond heb, in div gradaties van ’t proces van ouder worden?

Juist ’t argument ‘ik wil me niet ijdel tonen’ brengt nog meer twijfel teweeg. Want wie is de ware ‘ik’, die zich zal presenteren tegenover een vreemd volkje wiens teksten slechts gelezen zijn, of: die slechts mijn teksten lezen? Juist zij zijn degenen die niet weten hoe ik er in ’t dagelijks leven uitzie, wat voor bekken ik trek, al of niet met haargroei rond de mond. Zij zullen dus ook niet weten wat ’t ware masker van de ware Ton is.

Goed. Laat ik ’t simpel stellen; ik maak ’t mezelf al moeilijk genoeg. Hoe zou de goegemeente van Weblogland willen dat ik me presenteer: met een goatie van 3 weken oud; of met ’t naakte kinnetje, zoals dat grootdeels van m’n leven de verschijnsvorm is?

’t Stemlokaal is open in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *