Tomeloos

’t Tomeloze gevoelen van dat niets ophoudt, tegen beter weten in.
Maar m’n haar groeit nog, alleen van wat spaarzamere plekken. Wat meer vlekken tegelijkertijd voor hen die mij van voren of achter zien. Terwijl ik slechts een spiegel heb van altijd op mezelf lijken. Geen grote veranderingen want alles verandert met me mee. ’tZelfde tempo, de alledaagsheid, de opgeslotenheid in m’n mijn. Van iets te langzaam kaal, want ik zie, net als ieder andere man, mijn achterkant niet. Iets te oud, iets te onbenullig & iets van wat juist een buurjongen leuk vindt.

Ik kwam hem vanochtend tegen, samen met z’n moeder. Ik op niets af opnieuw proberen een pakketje ophalen om de hoek, zij voor ’t 1st een huurbakfiets gaan gebruiken. Of ik tips had voor ’t voor ’t 1st berijden van zo’n ding. Want ik had ervaring.
‘Vooral 1st alles rustig uitproberen, je evenwicht zien te vinden.’
Zei ik.
Onbekommereerd. Welk woord weer eens niet bestaat, maar men moet zulks woord voelen. Je buurvrouw, haar zoon, die mij samen laatst een kado kwamen geven. Een doos vol, schoenendoos groot. Tekeningen, zijn naam geschreven.
Al eerder verteld, maar sindsdien hun voor ’t 1st weer ontmoet. Ik vermoed Australië, ’t land van herkomst, de oorzaak.

Waar gaat dat verhaal dan heen, verlost van onbelangrijke details, van tomeloosheid van onvervaard toch praten gaan, van niet snappen wat je wakker houdt. Waar buurjongen evengoed op apegapen staat van wat ik brabbel. Hij proberend de bakfiets te enteren, terwijl buuv nog lang niet klaar met uitvinden hoe zo’n ding werkt.

’t Pakketje voor mij tegelijkertijd onmogelijk op te halen was, want voor de 2e dag op rij was de afhaalplek gesloten.

Dus daar stopt ’t verhaal. Niks afgesloten, maar wel even bij de terugontmoeting, zij bijna op weg, verteld dat de pakkettenlocatie afgesloten was toen ik ze 1 minuut later weer tegenkwam. Ze beiden bijna op ’t punten stonden om voor ’t 1st te vertrekken voor een nieuw groot avontuur.
Dat ik evengoed tomeloos ben. Niet perse wil, maar ’t altijd, of in ieder geval, vaak gebeurt. De willoosheid, maar waar de floep alweer uit m’n mond stroomt. & De rest van de dag niets meer durft. De dag voor de rest z’n mond houdt.
De ontmoeting niet aan kunnen gaan, maar dat niet kunnen ontwijken, me verplicht willen voelen evengoed.
Wat moet je immers anders doen met zo’n buurjochie met lang haar die je een schoenendoos met bijzonderheidjes, kleinoodjes, persoonlijkfrummels van grote waarde heeft nagelaten bij de wekenlang geleden ontmoeting.

Waar m’n mond sluit. De deur voor de rest van de dag dicht. Er geen avontuur tot ’s avonds laat meer ligt.

Slechts een tomeloos tiepend typemachien Zijperspace vlak voor slapen gaan beschrijft.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *