Ik heb ’t woordje ‘vers’ weer eens durven door te drukken bij mezelf. Niet tot meerdere glorie, maar eerder zodat ik zelf tot meer frisse taal gedwongen word. Als in ‘Nieuw’, waar ik die titel, net als supermarkten, al veel veel vaker hebt gebruikt, waar ik eigenlijk evengoed bescheiden wil blijven.
Terwijl ‘Vers’ hier misschien nog klinkt als de veelvuldige herhaling bij de supers (moet tegelijk denken hoe vaak de ‘vaak’ ervan zich laat tellen hier, waarvoor excuses, maar ik heb ‘m nu weten te ontwijken), net zoals langs de kaartjes op de schappen van de verschillende ‘vers’-afdelingen in menig supermarkt. De mate dat ’t niet meer in die conditie blijft in hun aangewaaide koeling. Dat ‘vers’ tegenwoordig eigenlijk verborgen moet blijven. Een andere term, zodat ’t niet zo erg klinkt. Je gerust door kunt lopen als je dat product met die sobere uitdrukking niet wil kopen. Iets voor de anderen & de soberen.
De mate dus tegelijkertijd dat zo’n woord gedijt. In z’n omgeving, de situatie, al naar gelang ’t op enige manier voldoet aan wat ík eten wil, dat woord verrassend praat, ik daardoor een kromme zin kan schrijven, of een incidentele grap maak, van de diversiteit van niet verwacht. Een grap, hoe klein ook, is geen grap als er een korte houdbaarheidswaarde aan zit. Net als ‘nieuws’ tenslotte.
Dus daarbij overgaand: er valt niet zo veel ‘nieuws’ meer te genieten. Waarschijnlijk van al te veel reeds overkomen, misschien ook een vermoeidheid van waar dat nieuws dit keer ons toe gaat leiden.
Er is verveling, de milde vorm, er is een angst van herhaling, angst voor de traag zich voltrekkende overtreffende trap van wat al eerder is geschied; daarnaast de vraagtekens mbt wat wij aan ons denken hebben. Alsof de wereld overwoekerd is geraakt door een stelletje dumbo’s, de dat soort ‘zij’, die de macht elke keer naar zich toe weten te trekken.
Ik adem nog dapper. Blijf nog wat lucht happen. Boeken lezen, tegen beter weten in (bijna), want dat ’t waarschijnlijk op niets uit kan lopen: dit ook geen oplossing lijkt, kennis vergaren.
Trump gaat dood, Wilders ook; allebei straks, maar ’t zal toch een keer moeten gebeuren, daarnaast blijven nog wat onnozelen die denken dat alles te kunnen ontkennen.
Maar uiteindelijk eigenlijk iedereen die aan de eindigheid gaat lijden, de goeden alsook de kwaden, plus alles wat ook maar enigszins op hun lijkt. & Dat is maar goed ook.
Want ’t is maar niets met de zogenaamde ‘intelligentie’ die wij in de loop der tijd hebben ontwikkeld. Langzamerhand wordt dat een understatement die ietwat langzamerhander geen uitleg meer nodig heeft. We gaan ’t vanzelf steeds meer voelen.
Geef mij maar de berusting van de Dodo terug toen deze de ontmoeting met de westerse mens mee moest maken, de diversiteit van de vinken die Darwin tegenkwam op de Galapagos-eilanden, de tegen wil & dank eigenwijze voortplanting van de grutto tegen de hevige storm van verwoesting in. Of anders: de wilde voortplanting van diverse kleine soorten die een nieuw habitat hebben gevonden in de huizen van mensen. Dat die laatsten wolken mogen worden, de wereld overvloeden, de oogsten nu & in de nabije toekomst straks doen vernietigen waar geen verdelging meer tegen opgewassen is. Geen egyptisch gebed om verdere plagen te weerstaan tegen bestand, noch hemelprijzing enig vorm van verweer.
Graag een andere constitutie, zonder een zogenaamd ‘schuldvol’ soort als mens, zodat die zijn eigen tekortkomingen wederom poogt te kunnen vergeten. Op een verkeerde manier probeert te vergoelijken uiteindelijk.
Gewoon een nieuw begin, een zichzelf ontwikkelend fatsoenlijk verse intelligentie.
Ach, doe er ook maar een beetje nieuwsgierigheid bij, in de hoofden, of wat soort vorm ze mogen aannemen straks, van de wezens die straks blijken te bestaan, maar dat vooral niet te veel opgepompt. Voeg bij dat laatste ’t woordje ‘verwondering’ toe, in wat voor taal dan ook, voordat ’t voorbij gaat aan de bescheidenheid van ’t eigen tijdelijk bestaan.
Wat gezegd is is geweest. Zo zal ’t altijd zijn.
Zijperspace is bereid zichzelf te ontbinden, zonder dat ’t geschreven woord z’n eeuwigheid verliest.