Dat dus. Als in de titel.
Dat de maag zich laat horen, tot hier bovenin m’n schedelkap. Iets verder daaronder natuurlijk. Dat de gedachte je buik is geworden, zonder dat er daadwerkelijke honger is, maar de rommel toeneemt. Uiteindelijk hooguit een honger naar praten tegen mezelf. De waarheid vertellen of anders een verminking ervan.
Dat maakt niet uit, als er maar iets uit stroomt. Van niet begrijpen, ’t zelfs geen beetje te pakken krijgen, de stroom evengoed laten wijzen waar de weg naar verder is.
Ik moet stoppen met dubbelspraak. Met de muren m’n gedachten laten ketsen als echo’s, onbeantwoord uiteindelijk. Want wat weet ik meer daarvan dan ’t herhalen wat ik al verzonnen heb te zeggen.
Een verwarring, een knoop, een kruising. Ook omdat ik een hekel heb aan rotondes die de fietser de langste weg laat nemen. De nog tragere voetganger net zo, nog iets erger zelfs op de buitenste ring.
Gehoorzaam legt de wandelaar de omweg af. Laaft zich zogenaamd aan zijn gedachten, om z’n verloren tijd verklaarbaar te maken.
Liefst leg ik een knoop in de voertuigenroute: wijd omheen degenen die zich traag ter voet verder schuiven, dus tegelijkertijd wijd omheen die zich ’t dichtst bevinden van middelpuntvliedende gezondheidsgroen.
Zij, de ‘snel’ mobielen, krijgen allen een parkeerplaats geserveerd in menig natuur, waar fietsen omvallen vanwege rul zand & ‘die anderen’, de incidentelen, de weekendtoeristen, hun vehikel van 4 standvastige wielen hebben voorzien. Hun heenweg naar de parkeerplaats nog wat extra omgewoeld.
Jaloers
Afgunstig
Want ik weet dat ik dát groen laat voortbestaan. Mijn, immer & evengoed beperkende geest daar z’n best voor doet.
In alle onbenulligheid. Maar tegelijkertijd me besef dat er een andere onbenullig/onwetendheid dan ook mogelijk aanwezig is, daar ook tegenover staat. Diegenen die denken als auto, een groter ‘zij’, hun uitvergroting. Een fallus, een Groter Ik dus, een eigen god in ’t diepst van hun gedachten. De rest van ’t volk tegelijkertijd achterlaat.
Een krap huisje zijn, leven in een benzine-, mogelijk in een gas- of energieblik, elke dag zoevend over de autobaan. En als je rijk bent steun je vanzelfsprekend dat & hun voortbestaan.
Ze zijn beperkt gekrenkt. Eenzame ruimte meestentijds, slechts een radio die ze toespreekt of zingt.
Doe een fiets, denk ik dan. Zo veel als mogelijk. Dan luister je naar niets behalve naar vogels, zoemende insecten, groeiend groen, een reden van leven komt ook voorbij. Een simpel beseffen dat er meer leven moet zijn dat wij & ons, de meest egoïstische schepselen sinds dit bolletje rond ontstaan is.
Laat mij & wiens ook nakomelingen leven.
& Mijn verwarring zal Zijperspace groter doen groeien als ik Jane ooit ontmoet.