Vlagend

’t Moeten van opschrijven, van weten wat er is & was.
Je moeder die vragen stelde, vader die z’n hobby’s deed. Broers, welke ruzie’s we gewoon waren te beslechten.
Waar ’t gevoel ophield dat je altijd verloor. & Als ik wilde dammen, dan gaf niemand thuis in een strijd van 1 op 1 zonder handgemeen.

Achter m’n bureau, niet meer dan een plank hangend aan de ‘systeem’-railingen van een soortement boekenkast, aan gene zijde die van m’n broer, dacht ik. Alsof ik niets anders dan dat wilde, overwegen hoe de wereld zich voegde, de relaties, wanneer ’t ooit m’n beurt was. Zwijgend liefst, want dan klonk ’t voor m’n ouders alsof ’t huiswerk vorderde. De leegte tussen ons broers zich vullend met muziek op een pickup van niet meer dan hooguit 3 plaat.
We waren nog niet zo oud & ons verdiende bollenpelgeld, een begrip in onze regio, niet genoeg voor een verdubbeling of meer.
Bovendien was de 1e brommer voor m’n broer een droom. Variatie ontstond hooguit in meer gebrom als er meer zakgeld was.

Dat is wat mij mankeerde, geen droom hebben. Ik wist dat ik liever iets schijnbaars wilde bezitten, de fascinatie ervoor wilde koesteren door ’t luchtig te voelen tintelen tussen m’n handen, m’n linker & rechter oog hun grensvlak.
Een boek met veel letters. Woorden met meer betekenissen. Planken gevuld met multitask bestuivende waarheden. Leegheid in m’n hoofd zodat ’t zich daarmee zou kunnen vullen.
Dat ik links zou kunnen gaan waar m’n vinger de richting van de andere bocht aanwees.

Maar alles liet mij overkomen. De boeken vulden weliswaar vele leegtes in m’n hoofd, maar niet verantwoord. ’t Was meer als een dijk waar de golven zich vanzelf weer terug zouden trekken. Slechts ’t strelen der druppels een verdampende herinnering, een terugtrekkende beweging van zee-spijt ertegenop te zijn geklommen.
Waar ik zandstrand had moeten zijn. De absorberende werking die de kuil van een visiterende duitser niet zou kunnen vergeten. Noch, of zeker niet zíjn, als dank voor ’t verblijven, nimmer weg te wissen vocht.

Ik droomde van blote borsten, juist in ’t tijdperk dat ze zich onbekommerd toonden. Waar iets wat je gegeven wordt niet genoeg is & doet verlangen naar meer. Stranden vol, iets ten zuidwesten van centrum Den Helder. Ze bevestigden m’n zoete droom, maar 1tje die zich nimmer liet stillen.
Zo werd ik oud & keerde ’t zich tegen me. Een hekel aan dat zand, maar toch kan de wind inmiddels niet hard genoeg van voren komen.

Men weet in Zijperspace dat al naar vlagende lucht neigt.

Eén reactie op “Vlagend”

Laat een antwoord achter aan Toets Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.