Weetdom

Ik brabbel m’n tijd wel door. Kopieer teksten, sla ze op & laat ze vloeien als niemand meer in staat is ze terug te herkennen.
Zo maalt ’t hier vanbinnen. Opgeslagen teksten, kennisafhankelijke weetdom.

Een mooie achternaam, denk ik dan, bij ’t zien van de auteur wiens teksten ik opsla voor later overzicht. Een langere nadenker dan ik. ‘Vanbinnen’ zou mij tot gloriehoge dichterpodia drijven. Waar ‘Zijp’ een abrupte stroomstop lijkt, tenslotte altijd aan ’t eind van ’t alfabet.
Ik kon nog zo in de klas m’n vinger opsteken met daarin verscholen ’t juiste antwoord op enig vraagstuk, maar de gretigheid van m’n koonrode tomatenwangetjes werden getemd door ’t verwijt dat ik aan ’t eind van ’t alfabet stond. Slechts die blik was genoeg van menig leraar.
Eenelk kind moest gelijke aandacht krijgen. Niks graagzaam uitblinkerigs.
Geef ze ongelijk.

Slechts een verbazend compliment van Rietwijk over de volgens mij vanzelfsprekende uitkomst van een inverse functie tijdens de rekenles, hoewel hij mij had geprobeerd de mond te snoeren, in een veel te lage klas om dit experiment uit te voeren, maar hij was zo begeesterd om te laten zien wat mogelijk was & hoe hij uitleggen kon, & dat ik besefte, tegelijkertijd, misschien wel wist dat ik soms spreken kon.
Maar wiskunde kon ik snappen, ik had er echter wel taal bij nodig.
Ik geloof niet dat meester zag dat ik die kant op ging, mogelijk zou gaan. Misschien omdat hij me de mond had gesnoerd om zijn trucje tot ’t eind toe af kunnen spelen. Z’n rol, daarbij die van mij vergat. Dat ik de duif uit de grote hoed had getoverd voordat hij besefte dat die er door hemzelf bewust in verborgen was. Voor een enkeling open & bloot.

Niet naast de schoenen loop, slechts herhaling van ’t pad. De donderwaartse beroerselen van een geest die er nu-erzijds in paniek raakt als ’t woord financiën ter sprake komt.
Waar hulp op af komt stuiven (in de goede zin des woords), maar wat de vrees niet minder maakt. Waar ik nieuwe onderwijzers meemaak, behulpzamer, trager, met naar me toe draaiende laptops met uitleggende vingers, m’n paniek enigszins beteugelend. Hoewel slechts een kleingraads. Ik zou toch een hele rest van de dag moeten doen om mezelf weer terug te vinden, toch?

Maar me hopeloos laten moeten gaan om een heel klein papiertje te vinden, in een zoektocht naar dat kleinood & ik al niet meer durf te zoeken. Waar mijn speurtocht slechts meester Rietwijk vindt. Maar ik vooral uiteindelijk zoeken moe. Overzicht krijgen moe. Paniek niets te vinden uitgeput.
Van toen ik 8 was. Nog geen nutsbesef. Slechts een wise ass, waar zelfs dat toen nog niet bestond. Maar wel weetgragigheid & daarmee om willen gaan, nog meer willen hebben, graag onbeperkt aangereikt als lijdend aan prettige broodhonger.

Brood staat evengoed niet meer op ’t dieet in Zijperspace, weet evengoed wel.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *