Zakdoekjeleggen

Daarnet m’n neus gesnoten.
Op de wc was ik aan ’t knallen plots, vlak voor ’t handen wassen. Ik dacht nog: dat zullen de buren wel horen, ’t kleine kind verbaasd (zoals onze vriendjes vroeger over de nog hardere knallen die m’n vader produceerde – altijd uitleggen dat dat ook een vorm van niezen was), want dit was nognooitgehoord, een uitbreiding van de nog geen jaar oude wereld & de ouders zouden dat wel uit moeten gaan leggen.

Dus zoek ik na die overdenking, zo snel volgend op m’n explosie, dat ik evengoed zo snel weer terug kan schakelen, denk ik dan, een zakdoekje. ’t Hoofd moet geschoond. Resten geloosd, zodat mogelijke irritatie van nog doorlopend snot niet tot herhaling kan leiden.
Ik weet dan gelukkig al snel dat ik enkele papieren zakdoekjes in de buurt van m’n portemonnee heb liggen. Op de vaste plek van alle spullen die ik met me mee moet nemen als ik ’t huis verlaat.
Tuurlijk heb ik ook zakdoeken netjes verpakt in van die omhullende zakjes, maar ik kan beter die losse gebruiken. Ze hebben door veelvuldig (voor de zekerheid altijd bij je hebben, luidt de interne instructie sinds… ach, dat is te veel detail) broekzakvervoer hun plastic verloren dat ze nog enigszins in kon tomen. In ’t gareel. Strak in ’t zakkie. Waardoor die afwezigheid van controle voor ongelooflijke puinhoop kan zorgen in de broekzak waar ook m’n telefoon bij thuisverlaat zit.

Die losse zakdoeken mochten dus op een gegeven moment niet meer mee. Waren veroordeeld tot een moment zoals hierboven beschreven: plots inhuizige nies, bedenking waar zakdoek => ha, daar!, komt dat eens goed uit.

Maar toen had ik een zakdoek in m’n hand die voor slechts een kwart was bezoedeld.
‘Wat moet ik daar nou mee?’ gaat de mallemolen van onstopbare gedachten er dan mee aan de loop. In dit huis waar vaste plekken noodzakelijk zijn, vanwege overvol, hoewel er altijd nog wel een paar boeken bij kunnen.
‘Noodzakelijk’, want anders zijn de dingen al snel kwijt. Sinds m’n burn-out aan kwam kloppen bij m’n reeds gedurende jaren gevormde gesteldheid, kan iets dergelijks me danig van streek maken. Niet als in: paniek!, maar afhankelijk van wat zich binnen een kort tijdsbestek nog meer voordoet toch wel enigszins leidend tot een wat zenuwachtig gevoel.

Ik moet mezelf al onder controle houden, de dag rustig aanpakken & weten waar de dingen zich bevinden mochten ze plots nodig zijn, maar dan moeten zij op hun beurt zich niet plots ergens anders bevinden dan…

Waar ’t dus niet helemaal goed loopt. Want ik kan in mijn wereld van veel pietepeuterigheden & constant als een lekkende kraan voortdruppelende gedachten me niet aan 1 stuk blijven concentreren op waar ik alles uiteindelijk laat wat mijn handen passeren. Dat koppie van mij heeft al te veel van dergelijke onbenulligheden (dat moet ik niet tegen ’t mechanisme zelf zeggen, want die denkt daar heel anders over in zijn pogingen deez’ wereld te blijven ordenen) te archiveren, systematiseren & op een hervindbare plek te lokaliseren.

Dus voordat ik de boel opschud & ’t tot een inwendige oproer laat komen, besluit ik de voor een kwart gebruikte zakdoek dan maar voor ’t toetsenbord te leggen, in de richting van ’t beeldscherm, net niet halverwege, maar genoeg plek om daar even tot rust te komen, voor ons allebei alleen maar goed, denk ik zeer communicatief richting doekje erbij, maar er wel tevens bij bedenkend dat ik ‘m óf opgebruikt heb tegen de tijd dat iemand dit huis komt visiteren óf dat ik er aan denk hem nog niet volledig geconsumeerd (ah, wat zonde, fluistert m’n zuinige linkerhelft, die de volgende gedachtegang al aan ziet komen) in zo’n geval terzijde moet leggen in de prullenbak.

Die ook ooit geleegd moet worden, maar daar willen we nu even niet aan herinnerd worden in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *