Zoals we elkaar tegenspraken. Van dat je al wist dat je iets van de ander wist, al was ’t de straks binnenkomende gedachte die zij me ondertussen zei. Er geen seconde verloren mocht gaan om te zeggen dat je ’t al had bevroed. Of te bewaren voor een onverwachte linkse aanval.
& ‘Kweet’ klinkt dan zo fijn. ’t Slijmt zo lekker, of mss is plakken wel ’t beter verklarend woord. Want slijmen wil je eigenlijk niet, wellicht ’t resultaat in ’t hoofd van haar, maar subtieler was je drijfveer; je beredeneert ’t ondertussen buiten je hoofd om. ’t Ondergraven waar de ik fout zou zijn, in haar betekenis van wat er was gebeurd, gezegd was. ’t Over & weertje, waar nou 1maal altijd verkrompels ontstaan. Bekrompigheden uiteindelijk groeien. Straks dus geen samen meer zou bestaan.
Dat nog ff uitstellen. Want je had tenslotte wel samen seks gehad.
Is immers geen vanzelfsprekendheid. Vooral niet op de manier waarop. & Waar & hoe.
Men kent wellicht de stranden van zuidelijke landen waar tijdens vakanties tijdelijke liefdes werden beleefd.
Ik weet daar als tegenover helemaal niets van. Bij mij was er niet meer dan de Helderse kust. Daar deden wij ’t. Wellicht hebben de dames later kusten elders bezocht, maar daar hebben wij leren weten wat zand tussen de onaangename plaatsen kon doen. Maar je toch niet kon stoppen. Tegen ’t ruig roesten van de huid in, ’t stug volhouden in verborgen duinpannen.
’t Had nl wel iets, ’t zuchtend zand, de zoemzoemzoemende wind door ons haar, soms ’t zinnetje ‘Hé, Zijpie,’ als zachte zwijmel in m’n oor.
’t Had wel iets, wilde ik me bij laten blijven. Waar ik haar hand plots weer voel trekken, van toen ze me mee trok tijdens bezoek van Opa & Oma, we ff gingen verdwijnen voor een wandeling.
’t Had wel iets, zo’n wandeling van Huisduinen naar de 1e strandafslag aan de noordelijke vaste kust. Waar niemand was, want inmiddels te koud voor andere dingen doen dan wat wij deden.
We pas stopten toen we ’t idee hadden dat we door 2 jochies werden begluurd.
Zand heerst nog steeds in Zijperspace, al is ’t slechts in gedachten, maar je raakt ’t nooit meer kwijt.