Zeggingsdrang

Geef me een moment. Laat m’n vingers oefenen, hun toetsen proeven. ’t Geronk van regelmatige toonzetting, dat geluid van voortdurend getik; laat ze daar weer aan ruiken. Vervolgens geen seconde verloren laten gaan (ik wilde in 1e instantie ‘verbruiken’ laten rijmen, maar dan word je een bouquetromanschrijver, gekunsteld vlieger, allemanspleaser, op zoek naar een mogelijk sprookjeshuwelijk in de diepste krochten van jezelf pleasende geest), maar een voortdurende voortgang. ’t Niet verliezen, noch van tijd, van zeggingsdrang evenmin.

& Daar knakt ’t.
Bij die zeggingsdrang.
’t Eigengebruikte woord.
Liet me even gaan. Terwijl achterhoofd mij al aan ’t verwijten was dat juist dat mij ontbreekt.
‘Zeggingsdrang’, zoals de paters op de lagere school over de bijbel kwamen spreken. ’t Zal de 4e, 5e of 6e klas zijn geweest; ze waren er evengoed meermaals, in soms wisselende missionarissen afwisselend vertegenwoordigd. Maar meestal de reeds in rug gekromde.
Dan kwamen ze net ff terug uit de rimboe, een kleine nederzetting, de bijbel ter hand, even anders prekend dan de katholieke meester die terzijde stond, verschillend ook van de pastor (waar je nooit wist of je ‘pastoor’ of ‘pastor’ moest spellen) in de kerk waar mijn vader ’t 1e evangelie mocht lezen (wie weet dat ik ook daar weer fout boor in mijn memorie).

Maar dat heette daar in de rimboe van de man die hier plots voor ons stond ‘zendingsdrang’. Die drang die de rimboebevolking uiteindelijk moest overtuigen van wat goed was.
Zo moesten wij daar vooral in blijven geloven. Oók in blijven geloven. Net als de rest van ’t ratjetoe. Van rieten rokjes voor de rimboevrouwen, de perongelukkke plaatjes van peniskokers bij pygmeeën. Net zoals de in zwarte rokken gehulde pastoorbekeerders van de in ’t oerwoud levende afrikaanse wilden.

Kuifje in Afrika hielp ook niet echt. Hoewel de hele familie van 6 broers die helemaal kapot gelezen heeft. Keer op keer opnieuw, zonder ooit een nieuw exemplaar voor Sinterklaas kado te krijgen.
M’n ouders stelden zich voor dat de ‘ontvanger’ dan jaloezie over zich heen zou krijgen. Vermoed ik, maar weet ’t niet echt. Wellicht dat ze niet een 2e maal geld wilden uitgeven aan ’tzelfde product.
Ik kan ’t niet meer navragen. Wel voorstellen evengoed: als in ouderlijke overwegingen van goed bedoelde route van opvoeding.

Maar we waren met 6.
Broers.
De puinhoop van mannelijk, maar jeugdige hoeveelheid, móest op een gegeven moment wel uitbreken. De beslissende stem van vaders moest wel door de 1e zoon genegeerd worden. Verleugend tegelijkertijd. Dat dan weer omhelsd door de daaropvolgende puberende broers.
Waarna iemand de daadwerkelijke opstand tegen ’t geloof ooit zou moeten ontketenen. Terwijl juist die persoon de bijbel ’t meest betoverende boek had gevonden.
Net zoals hij heimwee had naar ’t geloof in Zeus. Al was ’t maar omdat zijn naam begon met de laatste letter van ’t alfabet.

Goedkoop, zou je zeggen, die overeenkomst. Maar zo denken kleine mensen. Per ongeluk verlangend naar wat groot is, als groot beklijft.

Tot zover deze lezing in Zijperspace.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *