Om een aanzetje te hebben, een titel, heb ik er maar 1 willekeurig opgeschreven. Wie weet dat de hemel van m’n inwendig hoofd dan vliedt, als in: gedachten wat soepeler doet vloeien. De kust van beperkingen doet overstromen, waarna ’t terugdeinst om ruimte, een zachter maar natter strand weer wat steviger grip voor de voeten doet geven.
Stranden van waar ik geboren ben. We hadden ook een keiharde dijk, maar die gaf dan ook nooit eens mee, tenzij heet van de brandende zon.
Hooguit de weg ernaartoe, gemakkelijk met de fiets, de dijk middernachts met maneschijn makkelijk te volgen was.
We gingen immers slechts bij nachten van volle schijn, van zwoel weer, van na zwetend dansen & de drank was op. De drankdeuren dicht. Dus richting mogelijk vollemaansnacht aan de 1e streepjes zandstrand.
Daar zat ik dan.
Eens met 3 jongere meisjes & m’n collega van de coffeeshop. We zwommen ook al had niemand een zwempak mee. Hunnie van de vrouwen een slipje of zelfs beha dragend.
Wij de mannen bloot. De stoerdoens. Maar ik dacht zelf ook simpel: da’s praktisch. Straks een natte onder- in lange broek: ik wist niet hoe ik dat Ma moest uitleggen.
Tegelijkertijd niet snappend hoe de meisjes dat voor zichzelf konden verklaren, meestal veel strenger gecontroleerd. Bevraagd, gesprekt, van waarom zo laat, zoals dochterpappa’s zichzelf gedwongen voelden dat te doen. Mamma’s alweer een tijd geleden gescheiden.
Over 1 kam geschoren. Maar dat was wel zo met haar.
Jaren later kreeg ik te horen dat ik jaren te laat was. Waarschijnlijk mijn onhandigheid, haar wederzijds, terwijl wij oppasten op ’t Amsterdamse huis van haar moeder, als oorzaak. Waar dat slechts een minuscule mogelijkheid voor een verklaring kan zijn van die ongemakkelijkheid van toen. Waar ik haar steeds weer de 1e, of misschien wel 2e stappen richting zee zag nemen. Als in de 1e mogelijkheid: omdat ze onafhankelijk wilde zijn, waar ze die mogelijkheid zelden kreeg, maar dat wel voelde. Als in de 2e mogelijkheid, mijn herinnering schrijft dit niet zo goed meer in waargebeurd verhaal terug, dat ze zich nog niet wilde laten zien. Die man, die jongen, dat jochie die veel te oud in haar optiek leek, moest zich 1st tonen. Genegenheid.
Een snappen.
Maar god, waarom heeft u mij zo lang preuts, ongemakkelijk, onervaren laten voelen? & Zelfs toen dat laatste was afgeschaft, waarom onvervaard? Dat paste mij uiteindelijk ook niet al te best. Ik kreeg daardoor een schuld & heb die niet meer kunnen inlossen.
Ik geloof niet in god gelukkig. Nog in enig ander, maar ze zijn er nou 1maal. Ze roepen je toe, doen je berouwen. Schrapen aan je besef van wat te doen, gedaan te hebben, nooit meer correct kunt maken. Ze zijn de geesten van de mens. Maar geen bewaarheid.
Ik ben blij met ze, vooral die geesten van spijt. Laat ze me lastig vallen, zodat ik de vrouwen tegelijkertijd kan zien die mij hebben gebouwd. Met schuld, boete & wat er voor de rest nog meer voorbijkwam.
Een vooralsnog onafgebouwd Zijperspace, maar de laatste zinnen hebben vast nog niet genoeg gedroogd specie.