archiefmateriaal (VI)

Ik heb genoeg tuin om de regen tot me door te laten dringen. De spetters kletsen gezellig tegen de bladeren & komen al roezemoezend door ’t raam binnen hun verhaal vertellen. Vele stemmen tegelijk.
Ik, ik lig op de bank, aan ’t bijkomen van een uur te vroeg uit bed stappen.
’t Zal de luchtdruk zijn geweest, ronkende brommers die vele liters water de weg af veegden, de kinderen die al plesplassend hun 1e schooldag tegemoet gingen.

Nu, inmiddels de ramen dicht, lukt ’t slechts de ruis van regen, als de hypnose van een in de verte op hol geslagen wekker, mij te bereiken.
Hoe ze met z’n allen mij elke keer doen beseffen dat ’t veilig is. Dat niets mij kan deren zolang zij mij omringen als een muur van omlaag stortend water.
Ik zou die regen wel willen zijn. Dat mijn lichaam in vele druppels uiteengevallen omlaag komt, de wereld beziet, haar steeds dichter nadert, nog verder uiteengerukt wordt, maar door blijft gaan met bestaan, een groter volume daardoor krijgt, een groter besef tegelijkertijd, tot ’t in een mitrailleurritme op de grond klatert & zich de aarde doordrenkend weer verenigd voelt.
’t Zou een veilige oplossing zijn. Geen keuzes meer hoeven maken. De stroom van de kudde volgend. Als lemmingen weten dat de massa uiteindelijk gelijk heeft.

Als de regen Amsterdam achter zich gelaten heeft, weet ik dat ’t uit moet zijn met dromerij. Ik vind dat ik dat van mezelf moet willen. Geen gevlucht meer in regendruppels die elk greintje realiteitszin ontberen. Ik hoef me niet meer op te laten sluiten door een cordon water dat m’n huis omhult.
Ik zal de deur uit moeten, mij opnieuw kenbaar moeten maken, m’n gezicht laten zien, er weer leven in moeten pompen. ’t Is te makkelijk om nergens toe te besluiten, me te laten leiden door de angst fouten te maken, & daardoor de mogelijkheid tot ’t verkeerde woord, de ongewenste toon & de onherroepelijke zin uit m’n mond te weren.
Met niet kiezen kan ik me ook vergissen.

Terwijl de bladeren de laatste restjes regen naar beneden laten kletteren, de druppels die een andere koers wilden varen, maar uiteindelijk toch op ’t zelfde punt gaan belanden, zou ik kunnen beginnen met jou een berichtje te sturen. ’t Hoeft nergens over te gaan. Dat zegt op zich vaak al meer dan genoeg.

Er sterven verhalen in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *