Blubblubborrel

Plots merk ik dat m’n adem ergens anders heen gaat. ‘t Komt niet meer ergens onmerkbaar aan, maar duidelijk in een zone, ergens in m’n bovenbuik. ‘t Borrelt ook, ver weg van gezellig, in conversatie met m’n darmen. Alsof m’n longen stelselmatig drupjes lucht die kant op persen. ‘t Pakt zich samen, wil verder, stuwt de gewoonlijke inhoud aldaar.
‘Blubblubborrel,’ zegt 1 van beide regionen onhoorbaar.

Alles wat me was overkomen was enige teleurstelling in m’n camera, die niet meer open wilde gaan. Geen foto’s mogelijk, terwijl ik ‘m elke dag nodig heb voor al die insecten.
Maar ‘t lichaam lijkt zo’n voorval van een kleine tegenslag iets onoverkomelijks te maken.

Beelden van uit raam staren op de zolder bij m’n ouders doen zich melden. Benauwdheid, want geen toekomstbeeld buiten ‘t zicht vanuit ‘t zolderraam dat schuin in ‘t dak hangt. De Marsdiepstraat, waar niets spannender was dan een auto die 500 meter reed van om de hoek naar supermarkt, op de volgende hoek.
M’n vader zat vlak daarvoor hulpeloos in zijn stoel in de woonkamer omdat ik alleen nog maar uit kon brengen dat de hemel op me neer zou komen. Daarvoor kende ik de uitdrukking slechts van een bijfiguur in Asterix & Obelix. Op dat moment zou mij dat kunnen gebeuren. Terwijl ik de hemel niet eens kon zien.
M’n vader hulpeloos dus. ‘t Was zielig om te zien zoals hij niets wist te doen. Had hij mij grootgebracht & had-ie ‘t niet meer in de macht. Uit z’n handen geglipt.

Een piep uit m’n usb-box wekt me uit m’n gedachten. Die heeft ook beademing nodig van een oplader.
Getergd sta ik op. Alles glipt me uit handen, gooide ik nog maar een sombere gedachte richting ‘t proces in m’n lijf, waar de darmen de ademhalingsfunctie inmiddels volledig overgenomen hadden.
Maar ik moet wel. Ik heb kalmerende muziek nodig die me weer enigszins zen maakt. Nog een geluk dat er op ‘t moment niet aan zen wordt gedaan door de radiozender. Dat maakt ‘t tijdelijk uitschakelen van ‘t boxje wat makkelijker te verdragen.

‘t USB-snoer voor de box is bezet voor de powerbank die ik vanavond nodig heb voor de vlinderval. Snel een ander snoertje zoeken bij ‘t andere stopcontact.
Wacht, dat snoertje heeft dezelfde ingang als de camera, dus dit snoertje is ook geschikt. Heb ik immers gisteravond ook gebruikt.
Langzaam dringt ‘t tot me door dat de camera een adapter nodig heeft om op te laden.

Een blok zakt naar beneden. Geen hemel. ‘t Zijn m’n pseudo-longen. Ze worden geloosd wegens oplichterij. Er is een inwendige machinatie in werking getreden die alle simulatoren opspoort, wegwerkt & vervolgens een spoelmiddel door m’n lichaam laat stromen.
Volautomatisch. ‘t Moeten kleincelligen zijn die over mij waken. Van m’n Pa geërfd. Al zullen er wat modificaties zijn toegepast sinds hun langgeleden voorvaders die ene van mij heeft verlaten.

‘t Wordt tijd voor ontbijt om te kijken of alles nog werkt in Zijperspace.

Instaspaced (XXXIII)

Alleen de koekoeksbloem leek ‘t kleinood te bekoren, dus ik wachtte & tuurde voor terugkeer, begon de dag de nacht de dag ervoor te bezien, herzien, een nieuw tempo & gewicht te geven, alsof ‘t leven verandert van vermilden, accepteren, ontkennen wat was gebeurd; niet al te veel & anders was ik ‘t evengoed vergeten, als een vleugje wind dat dagen duurt de stoep gratis veegt & bij thuiskomst had ‘t de vlieg ongemerkt ‘t toestel ingedreven (of m’n poging was ongemerkt toch gelukt).

Een kadootje van onachtzaamheid in Zijperspace.

(Foto [in betere kwaliteit, want rottig kopiëren als je je eigen foto’s ergens anders wil plaatsen & ‘t je onmogelijk wordt gemaakt door FB] & tekst eerder geplaatst op Instagram)

Instaspaced (XXXII)

Een middag lang liep ik in een open, ietwat wilde weide, omringd door de dreiging van de drukte van stad, bang dat, naarmate ‘t duurde, ‘t niet mocht, dat hier zijn, los van de rest van ‘t botsing ontwijkend gepeupel, winkelende straten van boodschappenkarren met schappen zo hoog, koeling zo koud, niets van versnellend verderf, dat ik de afstand koos ipv een extra scherp beeld van de echte jacht.

2 Uur helemaal alleen in de vrije lucht van Zijperspace (op een plotse beller na).
(Foto [in betere kwaliteit, want rottig kopiëren als je je eigen foto’s ergens anders wil plaatsen & ‘t je onmogelijk wordt gemaakt door FB] & tekst eerder geplaatst op Instagram)

Hoe een Jubileum Werd Gevierd & een Speech Werd Gehouden

‘t Is een stokpaardje ondertussen van me. Dat groots beleefd kan worden in klein.
Niet dat ik met voorbedachte rade mijn feestje had bedacht. ‘t Was een perongelukje dat Corona mij schonk. Geen eindelijke verjaardagviering op m’n met Tineke verworden tuin, evenmin iets dergelijks op 28 mei op de bewuste datum van 25 jaar bier. Niet een hal van vertier, met div tappunten, brouwerijen, biermensen die me zouden bejubelen voor m’n aandeel in ‘t vak, m’n enthousiasme, m’n eerlijkheid. Etc.

‘t Werd een fietstochtje langs brouwerijen. Van de omdehoekse Poesiat & Kater tot de tapservice van Butcher’s Tears. 17,3 km in opzet, 20 km ong uiteindelijk door omrijden & meer plezier. Met afstand, wat je ongemerkt doet beseffen dat we dat kruimeltje van nabijheid van een kleine club onder die condities de buitencategorie (term uitgevonden voor ‘t met de fiets beklimmen van hoge bergen) van beleven is na enkele maanden leven naar noodzakelijke regels.

Terrassen waren afgelopen tijd no-go-area’s geworden. Leegtes die slechts bestonden om onze dromen in stand te houden. Herinneringen die mogelijk straks gemankeerde realiteit zouden worden.
We mochten van de overkant ons voorstellen hoe zo’n plek met geluid, lichaam, zoen & klinkend glas gevuld kon zijn. Met een aanpassing naar wat na 1 juni ons vergund zal zijn.
Mijn wangen felicitaties ontberen. Handdruk, schouderklop, een bijna vergeten hedendaagse box, stonden evenzo in de wacht.

We deden geen kwaad, verkeerd evenmin. Maar beter kwaad & verkeerd evenmin te doen in zicht vanaf de weg, waar handhaving patrouilleert. & 6 Tegelijke mensen met bier in de hand niet onmiddellijk verexcuseerd hoeft te worden door de gastheer die ons slechts bier ter hand had gedaan omdat ‘t jubileum gewaardeerd werd.

& Verstopt is wat we inmiddels gewend zijn. Weg van de medemens indien mogelijk. Weg van de aanraking. Weg van de niet terstond noodzakelijke boodschap.
Wat ons deed denken dat we onderweg ook plek moesten vinden om stilletjes restmateriaal uit ons lichaam te lozen.

Nog lang voordat bier mijn vak werd ondernam ik met broer & schoonzus een bierbedevaart naar een brouwerij. In etappes, om uiteindelijk bij een schuurtje te komen waar de brouwinstallatie op ‘t zoldertje stond geparkeerd.
Zo moet men de tocht naar patatwalhalla tussen de 2 bruggen die 2 delen van Amsterdam verbindt. 3 Maanden gemis van wat al in de jeugd de lekkerste maaltijd om naar uit te kijken was, moest ingelost worden met grootse voldoening, de herinnering aan de krakkemikkige, maar toen legendarische brouwerij waardig.
De details van ‘t eetwaar zijn uit beeld gelaten om ‘t draaglijk te houden voor de thuisblijvers.

Een locatie was nodig voor de speech, die de jubelaris vanwege de bijzondere omstandigheden zelf voor had bereid. 15 Jaar geleden al, met vooruitziende blik.
Daar was een rustige & unieke locatie voor nodig. Plus een vrijwilliger die de, ietwat geposeerde (maar mooie compositie is beter dan echte nep) aanvang ervan kon vastleggen. In de spaarzame vulling van de leegte van dit voormalig eiland vonden we een wandelaar die haar handen & scherpe blik beschikbaar stelde.

Zeg mensen van de toekomst,” ving ik aan, “of anders de wezens van de toekomst die de aarde komen bestuderen. De marsmannen, misschien wel vrouwen, of de oorspronkelijke bewoners van Azoerk III, of de kolonisten van planeet K3R-3714 in ‘’t gewest Blaan, 1 gravitatieveld verder dan Wramelsbaam-Boor, of wie dan ook in de tijd die momenteel voor ons ligt, onvoorspelbaar omdat we de gave gods nou 1maal niet hadden gekregen dat wat voor ons lag te kunnen doorzien; ik heb u iets te melden.

De oorspronkelijke positie werd vervangen door eenieders persoonlijk verlangen naar ietwat meer luistercomfort.
“[…] Eigenlijk moet ik uitleggen waarom ik ga schrijven, of ging schrijven vanuit uw optiek, zo u wilt, wat ik nu ga schrijven, of ging schrijven uwerzijds wederom, want dat schept wellicht wat duidelijkheid. Waarom ‘’t geen hoogstandje is. Waarom ’’t zo onbeduidend & eenvoudig is. Waarom ‘’t eigenlijk allemaal niets voorstelt, maar toch geschreven staat.

“[…] Ik hoop dat u me nog kunt volgen.
Waarschijnlijk wel. Want, met mijn deductief vermogen, heb ik ’t idee gekregen dat als u in de toekomst mocht regeren, onderzoeken, vorsen, archiveren & wat al niet meer zij, u evolutionair gezien slimmer moet zijn dan ‘‘tgeen er in mijn tijd aan verstandigs rondliep. Anders had u daar niet gestaan & ik niet hier. Toekomst, verleden, tegenover elkaar, ‘‘t 1 volgt uit ‘’t ander & degene met de beste kansen overleeft.

Afijn, men kan de geschriften van ooit terugvinden in de bijgesloten archieven van Zijperspace. Maar om uw zoektocht naar de oorspronkelijke tekst ietwat op gang te brengen heb ik de volledige tekst onder volgend citaat van ‘t slotakkoord geplakt:
“[…] Nu ga ik toch nog ook, of ging, een soortement van feestje vieren, door alles te gaan drinken wat mij voor de handen komt in Zijperspace, of kwam, misschien wel geweest gekomen, net wat u wil.

Verder ging de tocht, ‘t zoeken naar bevrijding van dorst, richting volgende vergaarplekken van ‘t vocht dat 25 jaar met vreugde door jubelaris overgebracht is naar honderdduizenden. Applaus & feest is al veelvuldig genoten; nu geschiedde de bevrediging in gepaste bescheidenheid.

Als men geen geblikt bier op voorraad had, of als vers getapt in growler de voorkeur verdienden, werden de zelf meegebrachte glazen uit de fietstassen gehaald. ‘t Stond in de voorbereidende instructies beschreven als noodzakelijk voor een prettige beleving van ‘t nat, & elkeen van de genodigden had daar gehoor aan gegeven.

& Terwijl de dames van ‘t gezelschap de ogen uitstaken van de armzalige buren in ‘t Iepenarboretum aan de waterkant van Noord, armzalige buren die zich probeerden te bedruipen met vocht dat geen Oudnoorse godheid ooit ambieerde…

…namen de heren hun werk ook serieus & poseerden zij voor de 3e manspersoon die veelvuldig de camera hanteerde, edoch tussendoor z’n drinkmedium niet vergat.

Maar na sluitingstijd dienden de restanten nog achterover geslagen te worden & een volgend park in de buurt van ‘t laatste bierophaalpunt diende gezocht. Een geluk dat men een stenen tafel had gereserveerd waar een pul van gelijk materiaal zich niet onwelkom voelde.
‘t Werd wat vaker noodzakelijk ‘t achterwerk alsook de benen te laten rusten om ‘t tot de bodem van de laatste fles uit te kunnen zingen.

& Om beurten werd genoten van ‘t gigantische openbare toilet waarmee dit park werd toegerust; een zeer welkome omstandigheid in deze crisistijden waarbij gebrek aan gelegenheden die doorgaans in deze voorzieningen kunnen voorzien niet makkelijk voorradig zijn.

& Na de 7e fles zag god dat ‘t goed was, onder wat voor omstandigheden dan ook, in Zijperspace, maar tellen op zo een dag niet echt belangrijk achtte.

Zwartwit foto’s zijn van de hand van bovenbuurman Nico, kleur is afkomstig van Tineke, die beiden vreemd genoeg vooral belangstelling hadden voor de jubilaris & daarbij zelfportretten vergaten; vandaar de ongelijke verdeling der geportretteerden in dit verslag.

Instaspaced (XXXI)

Zo vind ik ze eigenlijk ‘t leukst, als je kinders ravottend in de tuin, al betekent dat ‘t moeten delen van de look die niet in die familie huist, maar een voedzaam maaltijd kan betekenen voor beide organismen, zij zonder onnodig extra ingrediënt & doe mij maar wat pasta daarmee gepaard, maar zou u de tomaat weg willen laten, dat gedijt niet best hier… hmmm, & wat rode peper in ‘t papje; jaja, zij betalen de ravage.

Maar eigenlijk heb ik ‘t er wel over, want ‘t past wel bij de aankleding van Zijperspace.

(Foto [in betere kwaliteit, want rottig kopiëren als je je eigen foto’s ergens anders wil plaatsen & ‘t je onmogelijk wordt gemaakt door FB] & tekst eerder geplaatst op Instagram)

Instaspaced (XXX)

Ik krijg al denkbeeldige pijn in m’n liezen als dit me doet herinneren aan m’n zaterdagse werkgever die wel even mee zou dansen & onverhoeds een spreidstandje te dicht op de grond deed, waar we hartelijk om lachten, bucolisch, want drank; & hij verkrampend & gepijnigd kijkend hoewel hij waarschijnlijk niets kon zien dan toegeknepen oogleden van de binnenzij die hij nog minstens 3 weken moest verdragen, maar wij konden dat bucolische niet vergeten, want ‘t was de baas; dan moest je wel lachen, ook al was ‘t pijn, toch?

‘t Is goed voor de zaak zonder spagaten in Zijperspace.

(Foto [in betere kwaliteit, want rottig kopiëren als je je eigen foto’s ergens anders wil plaatsen & ‘t je onmogelijk wordt gemaakt door FB] & tekst eerder geplaatst op Instagram)

Instaspaced (XXIX)

Niet met voorbedachte rade heb ik me hier een collage gemaakt, tijdens ‘t warrelend & botsend zoeken hoe men op dit uur een hemels licht heeft kunnen ontsteken, terwijl de grote sprintende watertor (waar deze normaliter spint) haastig zich aan dit stilleven in progress probeert te onttrekken, dat de Merians borstel moet missen, de naam ontleend aan Maria Sibylla die hier ten huize in boekvorm boven de rest van papieren natuur uittorent, wel aanwezig, maar niet rap genoeg om aan een still van onrust deel te kunnen nemen.

Sibylla komt bijna aan ‘t plafond van Zijperspace.

(Foto [in betere kwaliteit, want rottig kopiëren als je je eigen foto’s ergens anders wil plaatsen & ‘t je onmogelijk wordt gemaakt door FB] & tekst eerder geplaatst op Instagram)

Vijfentwintig

Ik heb 25 jaar bier verkocht vandaag.
Hoewel ‘t laatste jaar vanuit m’n ziektewet.
Ja, een woordspeling, die laatste. Want ik heb niet meer in bed gelegen dan voorgaande 24 jaar.

Ik vroeg aan Paul: ‘Zouden ze nog barmensen nodig hebben hier?’
Waarop hij me verwees naar 1 van de barmensen die op ‘t terras ‘t bier zat te drinken dat ze meestentijds verkocht. Zij nam me mee naar 1 van haar collega’s achter de bar. Die schreef m’n naam & telnr op & de volgende ochtend werd ik gebeld.

‘t Werd op 31-jarige leeftijd m’n 2e sollicitatie-gesprek ooit. Aan de bar, waar men de navolgende jaren mijn aanwezigheid niet over ‘t hoofd kon zien.
De zaak werd al snel beklonken, hoewel ‘t me tegenviel dat er geen bier aan te pas kwam. Dezelfde middag werd de deal nog even extra bekrachtigd door een 2e belletje met de vraag of ik de volgende dag wilde helpen bottelen.
28 Mei 1995 was ‘t die dag dat ik met een romantisch gevoel flesjes bestudeerde om te zien of ze wel goed schoon waren.
Bier! Ik had nooit gedroomd dat m’n droom werkelijkheid zou worden.
Maar 2 weken later had ik wel besloten dat ik nooit van z’n leven zelf bier wilde maken. Die romantiek was er door ‘t stompzinnige schoonmaken wel afgesloopt.

Ik weet ondertussen waar ‘t aan ligt dat ik dit soort momenten wil gedenken. Ik hoop er straks een verhaal op een verstopte plek ergens in Amsterdam voor 5 mensen over te vertellen. Op gepaste afstand, hoor je daar tegenwoordig bij te zeggen.
Maar mijn stem kan dat nog wel aan. Want onbescheiden mag ik wel zeggen dat mijn stem dankzij zijn volume 1 van de bekendste was van drinkend Grootstad. Aan de overkant van de straat schrokken mensen als ze me op de seconde precies luid hoorden verkondigen dat de bar gesloten was.
Van m’n vader geërfd. Hij jaagde huishoudschoolmeisjes daarmee de stuipen op ‘t lijf. Ik maakte bierdrinkers hardhorig & als ze dat al waren nog iets meer.

Op m’n 50e verjaardag afscheid genomen. Na bijna 19 jaar.
Maar ondertussen werkte ik ook alweer 17 jaar bij een bierwinkel (‘Best assorted beerstore in the world’ omschreef ik mijn werkplek op onbescheiden wijze, maar naar waarheid).
2 Banen werden 1. De bedoeling was die winkel met 2 collega’s over te nemen door daar voltijds te gaan werken.
Maar om beurten gaven de collega’s na enige tijd de moed op & vertrokken.
Ik werd uiteindelijk door mezelf gevloerd.

Gister een mailtje ontvangen dat een bedrijf contact met me op gaat nemen. Een ‘mobiliteitsprogramma’ wordt ingezet, ter introductie van ‘t 2e spoor.

Vandaag negeer ik dat maar. Ik ga fietsen langs 5 brouwerijen. Een afscheidstournee.
Bij aanvang van m’n biercarriëre heb ik me niet voor kunnen stellen dat je op de fiets op 1 dag 5 amsterdamse brouwerijen kon bezoeken.
Ergens onderweg komt een speech, voor vijf toehoorders. Een speech die eigenlijk een tekst is die hier ooit is gepubliceerd.
Oorspronkelijk was ‘t plan dit voor een veel groter publiek voor te dragen. De meesten van de beoogde genodigden voor die gelegenheid op 10 april jongstleden zouden ‘t wellicht ietwat absurd hebben gevonden. Corona behoedde hen daarvoor.
Ik geloof dat de 5  die de keuring van voorkeur, nabijheid, beschikbaarheid & toevalligheid hebben doorstaan ‘t vandaag wel enigszins zullen begrijpen.

Op gepaste afstand van Zijperspace.

Cursus Lijfloggen: Deel 3

Associeer!

Het menselijk brein heeft een kader nodig. Van kindsbeen af vergelijkt de mens de ene gebeurtenis met de andere om het te kunnen duiden, waarde te kunnen geven. Het ene moment voelt iets erger dan de andere keer. Of juist minder erg. Of een bepaald gevoel lijkt op een gevoel dat al eerder is doorgemaakt. Net niet hetzelfde, maar het lijkt er op. Waardoor de ervaring in perspectief gezien gaat worden.
Naar gelang de jaren die het doormaakt wordt de belevingswereld van de persoon in kwestie rijker, met meer kleuren geschakeerd. Alles blijkt z’n nuances te hebben, niets toont zich als slechts zwart-wit. Tussen geel en rood blijkt oranje te zitten, tussen blauw en geel groen. Maar om dat te weten te komen moet je je wel eerst beseffen dat blauw, geel en rood bestaan.
Ik wilde laatst een zak belgische friet hebben. Een kleintje, want ik zou een uur later bij iemand gaan eten. Evengoed moest mijn maag een ietwat gevuld worden, anders zou ik de reis naar die persoon toe niet kunnen volbrengen.
Ik bestelde een kleintje patat.
Hadden ze niet. De kleinste die ze hadden was ‘medium’. Zo noemden zij de kleinste maat. En anders werd het een ‘large’ patat.
Dat kan helemaal niet, probeerde ik de heren patatboer uit te leggen. Je kan geen medium verkopen als er daarnaast ook geen kleinere maat bestaat. Medium hoort tussen twee eenheden in te zitten: klein en groot. Als één van beiden niet bestaat, dan bestaat medium ook niet. Ik wilde m’n maag een klein beetje vullen, niet een medium beetje.
Ze keken me met vragende ogen aan. Nooit gehoord van die redenatie.

Deze heren hebben geen kader meegekregen. Geen vergelijkingsmateriaal. Ze weten niet dat ze pas iets kunnen beoordelen als ze weten wat de waarde is van hetgeen ze tot dan toe hebben ervaren. Mocht het zo zijn dat mijn conclusie in deze niet juist is dan kan men in ieder geval vaststellen dat ze geen juist referentiekader hebben: ze weten niet wat groot is en wat kleiner dan groot, of andersom. Ze snappen niet dat een belevingswereld in eerste instantie wordt opgebouwd uit extremen: klein en groot, waarop dan pas de tussenruimte kan worden opgevuld. Zij zijn halverwege begonnen met die ruimte opvullen. Waardoor iets kleins plotseling niet zou mogen bestaan?

Dit als introductie op mijn thema van deze aflevering: het associëren. Om aan te geven dat het één niet zonder het ander kan bestaan. Haal je het één weg, dan bestaat het ander niet meer. Dan stopt de beleving. Dan denkt een mens niet meer na.
Alles wat een mens gebeurt doet hem vergelijken met hetgeen hem eerder is overkomen. Als er een tand getrokken moet worden, komt de herinnering aan de bolle wang na trekking van de verstandskies als vanzelf tevoorschijn; bij eventuele pijn komt de lange wachtende rij bij de apotheker in herinnering, wellicht ook de man die de apothekersassistente schoffeerde, of het benauwde gevoel tijdens de hittegolf, waardoor het een opluchting was je te mogen bevinden in de koele atmosfeer die de airconditioning in de apotheek creëerde.
Een mens staat niet stil, zeker zijn gedachtes niet.
Terwijl ik bezig ben dit te schrijven, zit ik bij tijd en wijle, wachtend op inspiratie voor de volgende zin, voor me uit te staren. Ik leun achterover in mijn stoel, verschuif mijn voeten, en bemerk plotseling dat ik mijn tenen door op en neer bewegen kan laten ‘knakken’. Een lichte tik laat zich horen als ik mijn grote teen op een bepaalde manier van gebogen naar recht strek.
Was er niet een tijd, zo schiet me onmiddellijk te binnen, dat iedereen in mijn omgeving, en dan vooral de jongens, bezig was geluiden te maken die zo eng mogelijk moesten klinken? Vincent kon z’n duim op een bepaalde manier lichtelijk uit de kom trekken, waarbij een geluid veroorzaakt werd dat door merg en been ging. Als hij z’n best deed lukte het hem ook met zijn wijsvinger. Dan zag je bij wijze van spreken z’n botten verschuiven onder de huid. De rillingen liepen over de rug. Vooral doordat het geluid de inbeelding versterkte; de inbeelding van wat zich onderhuids bij Vincent plaatsvond.
Vincent was ‘cool’. Want Vincent kon iets dat je deed huiveren. Waarop iedereen cool wilde zijn. En in die pogingen minstens zo cool te zijn ging men zover dat de leraar er op een gegeven moment genoeg van had en mensen de klas uit stuurde als zij hun vingers lieten knakken. Om die maatregel aan te kondigen trok hij snerpend met zijn nagels over het krijtbord. De leraar was een engerd.

Het één roept het ander op. Een geluid kan mensen doen terugdenken aan iets wat lang geleden heeft plaatsgevonden. Een geur doet dat nog sterker; in veel mindere mate gebeurt dat met de smaak van iets (heeft te maken met waar de verschillende hersenfuncties zich ten opzichte van elkaar bevinden).
Waarmee ik maar bedoel te zeggen dat geen enkele gebeurtenis op zichzelf staat. Men heeft al iets eerder meegemaakt, en dat verleden tekent, of kleurt zogezegd, de belevenis van dat moment. Men anticipeert door díe eerdere gebeurtenis op hetgeen men later meemaakt, men motiveert daarmee zijn verder handelen. En de mate waarin dat handelen afwijkt van het handelen van anderen in een soortgelijke situatie tekent het karakter van de persoon. Het laat zien wie men is.
Als men schrijft over wie men zelf is, schrijft over hetgeen men beleeft, dan kan men zijn eigen stempel op die schrijfsels, de ogenschijnlijk voor derden niet ter zake doende belevenisjes, accentueren door te refereren naar iets dat eerder heeft plaatsgevonden.
Laat zien waar je aan moet denken, geef het beschrevene meer kleur, meer diepte, door te putten uit hetgeen dat jou tot dat moment gevormd heeft. Maak het geschrevene minder plat, minder ééndimensionaal, en laat het tot leven komen door er iets bij te halen dat het in perspectief zet. Je gaat er zelf meer van leven.
Huiswerk: Stoot je grote teen tegen een uitstekende tafelpoot en wordt je bewust van de herinneringen die de pijn oproept. Pijn werkt erg associatief. Poog die associaties de komende maand in je lijflog te verwerken.

(Deel 2 van de Cursus Lijfloggen die ik voor ‘t weblogmagazine about:blank geschreven heb, is niet terug te  vinden. ‘t Zou goed kunnen dat die nooit bestaan heeft. Afl 0 staat hier; ‘t zou goed kunnen dat ik die als Afl 1 ben gaan zien, Afl 1 als Afl 2, waardoor bovenstaande Afl 3 werd. De gehele Cursus Lijfloggen bestaat uit 50 afleveringen, die ik door ‘t verwijderen van ‘t archief verloren had gewaand. De komende tijd zal ik de rest van ‘t materiaal gaan publiceren. Alle 50 afleveringen heb ik nl inmiddels teruggevonden. Op Afl 2 dus na…)

Tijdsmeting

Ik had de opdracht over ‘t hoofd gezien. Dat is de onschuldige verklaring.
Eigenlijk had ik alle toegestuurde teksten genegeerd tot de deadline kwam, maar die eerdere verklaring is gemakkelijker & voorkomt een te uitgebreide uitleg. Een mens moet ook rekening houden met hoe iets aankomt bij de toehoorder.
& Omdat ik zo laat was heb ik snel simpele testjes verzonnen.

Ik keek naar rechtsonder m’n beeldscherm om te zien in welke minuut ik leefde, noteerde dat ik dacht 10 min over m’n boterham te moeten doen & zoefde richting keuken.
Zoeven is natuurlijk overdreven, maar de snelheid waarmee ik ‘t deed was evenzo. Onderweg bijv vergat ik zowaar bijv m’n pillen noch m’n snijplank & in andermans ogen div onnodigheden die voor mij essentieel waren in ‘t ritueel.

Ik legde later uit, in een bijzin, dat een boterham bereiden (vroeger noemde ik dat smeren, maar de handeling dekte de lading niet meer &, met m’n neiging naar waarheid te spreken, om ellenlange verhalen te willen voorkomen, mbv een uitweiding bijv, had ik een snel zogenaamd synoniem gevonden) nogal lang tijd kost bij mij.
‘t Volgend stuk heb ik bij de bespreking van de opdracht dus maar overgeslagen. De lezer is nu slachtoffer van m’n neiging tot volledigheid.

1st Moeten alle spullen te voorschijn. De ingrediënten, bedoel ik dan.
Ze passen bijna niet op ‘t aanrecht, dat stomme druiprek moet altijd nog een van tevoren onmogelijk gewaande cm wijken, maar stapelen helpt. Liefst in de juiste volgorde, zodat ‘t laatste onderop staat; de rest alweer in de koelkast als dat uiteindelijk aan de beurt is.
Dan komt laag voor laag aan bod. Waarbij onderscheid gemaakt dient te worden voor ‘t stukje brood voor zodadelijk & dat-wat-op-moet-voor-de-avondmaaltijd.
Als men ooit heeft gezien wat m’n broodje zo ong bevat, begrijpt men mijn inschatting beter.
M’n ex noemde m’n broodjes ‘taartjes’. Die aanhalingstekens betekenen dat ik ‘t haar hoor zeggen. ‘t Woord dekt tevens de lading van m’n broodjes.

‘& ‘t Bleek inderdaad 10 min te duren…’
Waarbij ik verzweeg dat ‘t eigenlijk 11 min waren geweest. Maar ik mocht van mezelf ‘t heen & weer lopen plus ‘t checken van de klok aftrekken. Ik was immers de enig mogelijke scheidsrechter langs de zijlijn, ook al stond ik tegelijkertijd in de arena.
‘…dus dat heb ik goed ingeschat.’

Een mailtje versturen kostte me 8 min minder tevoren geraamd. Ik geloof dat als ik ze vraag of ze dat onthouden hebben… Nee, dat hoef ik niet te vragen.
Die boterham, daar hebben ze vast een beeld van. Ik heb dat lange verhaal niet nodig.

Herkauwen wordt zeer gewaardeerd in Zijperspace.