radio

Tom Robinson had ten tijde van dit nr z'n woede van de gebalde vuist al een beetje achter zich gelaten. Maar 't is nou 1maal de mooiste illustratie die hij ooit gebruikt heeft voor 1 van z'n platen.

Maandag, donderdag & vrijdag luisterde ik niet naar de radio. Als we de avond- & zondag-uitzendingen van de Vpro buiten beschouwing laten, kon er alleen op dinsdag & woensdag genoten worden van enigszins goede muziek. Uitgezonden op Hilversum 3 door de Vara & de Kro.
De Vara had op gegeven moment de ‘Verrukkelijke 15′ uitgevonden. Een alternatieve hitparade, waarin de muziek terechtkwam die de Vara-dj’s zélf als kwaliteit bestempelden. Tenminste, dat was ’t idee. Naarmate ’t programma langer bleef bestaan, ben ik steeds meer commercie er achter gaan vermoeden.

Ik woonde al in Amsterdam toen ‘Atmospherics: listen to the radio’ in de V15 terechtkwam.
Nou ja, wat was wonen in een tijd dat ik van logeerplek naar tijdelijk onderkomen hopte. Zo min mogelijk nam ik bij die kleine verhuizingen mee; de volgende verblijfplaats zou toch weer van korte duur zijn.
M’n radio, waarschijnlijk rond m’n 15e voor m’n verjaardag gekregen, reisde in ieder geval altijd met me mee. Een kleine radio met een redelijke ontvangst dankzij de antenne die 1½ meter kon uitsteken.
Die stond dus ook aan in de Utrechtsedwarsstraat, waar ik een zolderkamertje ‘mocht’ huren, van die goede oude gepensioneerde man. Ik betaalde 75 gulden per week voor een ijskoude, tochtige ruimte van hooguit 2½ bij 2½, met schuine wanden vanwege de puntdak waarvan ’t deel uitmaakte.

Als ik de mogelijkheid mocht hebben iemand te vervloeken, dan met veel plezier deze heer. Ik ben echter bang dat de heer ons reeds verlaten heeft. De vloek zou onverrichter zake naar mij terugkeren.

De radio stond dus aan op dinsdagmiddag. Was ’t niet op m’n zolderkamertje, dan was ’t wel bij Pim, ’t vriendinnetje die ik nodig had voor de warmte in de grote stad.
Een enkele keer is ze bij mij op mijn kamer blijven slapen; was handig na afloop van café de Plak in de Utrechtsestraat. Maar ’t was zeker geen luxe in de kou van de beginnende winter, in een smal bed met veel te weinig deken. ’t Voelde dan in ieder geval minder eenzaam als in ’t liedje van Tom Robinson.

De Utrechtsedwarsstraat was geen juist onderkomen voor Zijperspace.

tijdelijk

‘Gilgamesj, Gilgamesj?’ vraag ik me af. Ik ken de naam wel. Ik weet zelfs dat ’t een belangrijk werk is. Maar ik weet ’t absoluut niet te plaatsen. & Ze hebben er zelfs 2 boeken ervan.
Ik besluit de verkoopster van de boekhandel te raadplegen.
‘Er staan daar 2 epos, hmm, nee, 2 epossen….? Wat is eigenlijk ’t meervoud van epos?’
‘Epi misschien?’ is haar reaktie.
‘Tuurlijk, je hebt gelijk. Wat is ’t verschil tussen beide boekwerken betreffende ’t epos van Gilgamesj?’

Ik ben gepreoccupeerd vandaag door ’t feit dat ik ouder word. M’n collega had ’t door haar opmerking nog wat xtra aangewakkerd (‘Je moet wel oppassen, Ton.’), maar ’t was reeds meer dan een smeulend vuurtje. Elk euvel lijkt me een stap dichter bij de uiteindelijke dood te brengen. Een elleboog die niet functioneert, een griep die me overvalt, voedselvergiftiging, vermoeide benen & voeten, een rug die konstant gerecht moet worden om ’t gezeur te verminderen. ’t Zijn voorspellingen die de weg bergafwaarts aankondigen. Of misschien zijn ’t geen voorspellingen, maar reeds illustraties ervan.

Ik heb de rode gekocht: ‘Rood is een mooie kleur,’ hield ik de dame voor, maar in werkelijkheid was ’t feit dat-ie enkele € goedkoper was de motivatie. Hoe zou ik rood boven crêmig wit kunnen verkiezen zonder daar iets bij voorbaat mee te winnen?
Tussen de noodzakelijk migraine-dutjes door heb ik stukjes van de inleiding vluchtig kunnen lezen. De man Gilgamesj zal gedurende ’t epos z’n uiteindelijke dood onder ogen moeten zien. Hij blijkt niet goddelijk, niet onsterfelijk.

& Ach, ik ben ’t ook niet.
Maar kan ’t niet ff wat praktischer, die vooraankondigingen ervan? Of minder bruusk zo vlak achter elkaar? Kan ’t mij zo af & toe ook ‘ns vergund zijn ’t werk, dat ik in m’n vrije tijd ter hand neem, te voleindigen? Ik hoef toch niet weken achter elkaar gevloerd te worden om me van die realiteit te laten doordringen?

Evengoed laat ik me niet kennen. Ik zet m’n hoofd op ontkenning van ’t ongemak. & Stug volhard ik, volhard ik in die ontkenning.

We wijzigen vannacht in ieder geval de tijd in Zijperspace, zodat de tijdelijkheid weer verder ligt.

pasen

Na 12 uur slaap, met korte onderbrekingen, m’n jaarlijkse portie migraine & continu last van m’n elleboog & onderarm ga ik nu aan m’n Paasweekend beginnen.

Met dit mooie weer in Zijperspace betekent dat 3 dagen xtreem hard werken.

verdragen

’t Is een waardeloos gevoel. Eindelijk weer tevreden over de stukjes die ik schrijf & dan overdonderd worden door pijn in m’n arm.
Meteen staat elke gedachte in ’t teken van de pijn. Hoe ’t te vermijden & hoe ’t te dragen. Ik voel me een zwakke man die geen centje van die pijn kan verdragen, onmiddelijk erdoor gevloerd wordt, in tegenstelling tot vrouwen die geplaagd door eenzelfde gradatie van onwel, hun gewoonlijke dingen lijken te kunnen blijven doen.

& Doordat alle aandacht naar m’n arm uitgaat, weet ik ook geen zin te schrijven die ook maar enigszins loopt, laat staan tot de verbeelding spreekt.

Xcuses voor zo weinig zinvols vanuit Zijperspace.

rust

‘Je moet wel oppassen, Ton,’ zei een collega tegen me nav m’n nieuwe lichamelijke klacht.
‘Ach ja, ’t hoort bij ’t ouder worden,’ zei ik laconiek, maar vond de onvolkomendheden van m’n lichaam niet toch wel de spuigaten uit lopen.

Ik kan m’n rechterarm bijna niet gebruiken zonder pijn in m’n elleboog. Een pijn die uitstraalt over m’n onderarm naar m’n hand. Ik kan geen glazen spoelen, kaas snijden, de vloer trekken of onverwachte bewegingen waarbij m’n arm boven m’n hoofd uitgaat.
Een tennisarm, suggereerde een andere collega. Rust houden, luidde haar advies.
1st nog ff t/m dinsdag werken, ben de laatste tijd al veel te veel ziek geweest.

Zijperspace moet echter wel te ruste gelegd worden.

ouders

Maandag 8 april komt een man bij m’n ouders langs. Een man die er verstand van heeft. Dat heeft m’n moeder me van de week verteld, toen ik haar laat in de avond belde.
Door m’n teller zag ik dat ze m’n blog bezocht. Ik wilde wel ‘ns weten wat ze van een bepaald stukje vond. Daar ging ’t gesprek uiteindelijk niet over. Er waren belangrijker zaken om aan te horen.

Momenteel schijnt de zon aangenaam, wat op deze Goede Vrijdag de gezinnen aanzet om ’t leven naar buiten te verplaatsen. Turkse muziek weerklinkt vanuit ’t huis van m’n achterburen. Af & toe wordt ’t overstemd door de kwetterende kinderen of de verontwaardige vader.

Ikzelf probeer, gezeten in de zon, ‘Gesloten huis’ van Nicolaas Matsier te beëindigen.
’t Beschrijft oa ’t lichtelijk verslonzen van z’n moeder tegen ’t einde van haar leven.

(…) de afwasborstel had een soort kruin gekregen, een leeg punt vanwaaruit de haren plat langs het hout lagen (…), enfin, toen ik had vastgesteld hoe volkomen uitgediend de afwasborstel was, had ik gevraagd of ze nog een andere had, en vervolgens had ik aangeboden er even twee te gaan kopen, waarop ik haar tot mijn stomme verbazing, want het was voor het eerst dat zij zo onomwonden over haar perspectief sprak, had horen zeggen, met een huishoudelijke nauwkeurigheid die ik absoluut schokkend had gevonden: ‘Ach jongen,’ had ze gezegd, ‘twee? Zal ik die nog wel nodig hebben? Ik weet het niet hoor.’

De turkse muziek is inmiddels gestopt. De familie gaat z’n 1e zonnige vrije dag blijkbaar ergens anders voortzetten.
Ik probeer me de ouders over enkele jaren voor te stellen, wanneer de kinderen opgegroeid zijn & de verantwoordelijkheid andersom lijkt te liggen. Als de nukkige vader zich tevreden zal moeten stellen met de inmiddels verwesterde kinderen, die waarschijnlijk minder de zorg over de familie willen dragen dan de voorgaande generaties.

De man die er verstand van heeft, komt praten over m’n vader. Praten over wat mogelijk de beste oplossing is voor hem & voor m’n moeder. Maar vooral voor hem. M’n vader moet laten blijken of hij met de suggesties van de man die er verstand van heeft kan meegaan.

M’n moeder kon haar tranen niet inhouden. Ik moest er zelf ook tegen vechten. Je zet je man niet zomaar 1 of meer middagen per week buitenshuis. Na 45 jaar huwelijk.

Ik moet maandag 8 april werken, maar had graag m’n ouders getoond dat ik ze hoe dan ook steun in hun beslissing, dat ik met ze mee probeer te denken. Dat er wel degelijk een bepaald gevoel op mijn schouders rust.
Ik zou er graag bij zijn.

Ik kijk de tuin in, waar de rust volledig is weergekeerd. Ik zie achterin een vreemde vogel in de enige boom zitten. Ik probeer m’n ogen te focussen.
‘Hé Pa, hé Pa,’ wil ik roepen, ‘ik heb een Vlaamse Gaai in m’n tuin zitten.’
Maar ik weet dat ik geen antwoord krijg.

De echo’s voeren soms niet al te ver in Zijperspace.

schoon

Vooral de voorbereiding op de grootste happening van ’t jaar is lastig.

’t Betekent weliswaar slechts dat ik ’t huis helemaal aan kant moet maken. Van stof ontdoen. & Vetvlekken. & Gruizig klevend ongein aan de vloerbedekking.
Dat denk ik ver van te voren, dat ‘slechts’. Die gedachte verdwijnt alras, vooral naarmate de datum nader schrijdt.
Want waar haal ik bijv de behaaglijke geur vandaan die wellicht niet met mijn manier van huishouden samengaat? Is ’t dagenlang opengooien van de deuren daarvoor toereikend?

Hoewel, ik weet ’t niet. Ik stel me altijd voor dat ’t hier groezelig & beschaduwd ruikt, & dat de visite de slierten ziet van onverwachte spinnen, die nimmer vermoed zich in mijn huis blijken voort te planten. & Men, ’t toilet bezoekend, de glibberige zilverachtige beestjes gewaar wordt, die onnavolgbaar snel de douche doorkronkelen. Te snel voor m’n dooddrukkende duim.

& Dan die kattengeur, die tegenwoordig onverwachts ’t huis kan overrompelen. ’t Lijkt m’n huis dan in een niet aflatende stank van kattenviriliteit gevangen te houden, of juist in ’t tegendeel daarvan. Hoe in godsnaam die geur eruit gesloopt, als net de avond ervoor de wind niet mee wilde werken?

’t Meest zie ik toch wel op tegen ’t ontvetten & ontvlekken van ’t gasfornuis. Kannen kokend water met bijtende schoonmaakmiddelen zullen gevergd worden eer deze toonbaar tevoorschijn zal komen. & Ik weet dat als ik dan eindelijk ’t fornuis als spik & span gereinigd beoordeel, ik ’t niet zal kunnen laten de zijkanten eenzelfde behandeling te laten ondergaan. Waarna de zijkanten van de ijskasten volgen, de deurtjes van de kastjes, de planken voor de pannen, ’t aanrecht… ’t een niet aflopend sprookje wordt, waarbij Assepoes een schijnheilig stuk vreten zal lijken te zijn.

Ach, anders ik wel.
Bij dat besef geef ik daarom enkele uren voor ’t langverwacht bezoek de moed op: ze zullen toch wel merken dat ik de grootste huishoudelijke smeerlap van de hele familie ben. Een enkele vinger vluchtig gestreken over een ongedacht richeltje zal boekdelen spreken.

We zijn nu al zenuwachtig in Zijperspace.

spelletje

We wilden graag meedoen met ’t middagdutje van m’n moeder. In de holtes van haar benen. Lekker warme lichaamsaandacht, waar niks tegenop kon. ’t Was bijna een strijd wie naast moeder op de bank mocht liggen.
Een strijd tussen Quint, Carel & ik. Carel wilde niet altijd, want vond zichzelf ondertussen te oud ervoor geworden. Maar Quint juist weer wel. & Quint was 2 jaar jonger & had die aandacht blijkbaar hartstikke hard nodig. Jaloersmakend hard was die nood eraan. Dan kostte ’t moeite m’n moeder ervan te overtuigen dat ik ook weer ‘ns aan de beurt was.

Ik sliep niet ’t volledige kwartiertje dat ik met m’n moeder aan ’t dutten was. ’t Was ’t mooiste plekje om te liggen, heerlijk zacht & veilig bovendien, want verstopt achter m’n moeders lichaam. Daar moest ik met volle teugen van genieten & m’n aandacht erbij houden.

& Als m’n moeder ging snurken, kon ik dat spelletje met haar spelen. Een spelletje dat we vaak met elkaar speelden. M’n moeder sliep dan altijd met haar mond open & maakte bovendien een heel ander snurkgeluid dan gewoon. Dat was voor mij een teken dat ’t kon.
Langzaam boog ik me over haar heen & keek of ze haar ogen wel helemaal dicht had. Als dat ’t geval was, liet ik m’n wijsvinger verder uitsteken dan de andere vingers aan m’n rechterhand. & Tergend langzaam bewoog ik die vinger richting m’n moeders mond.

Vanaf dat moment moest ik opletten, want anders raakte ik m’n vinger kwijt. Tegelijkertijd was dat juist ’t aantrekkelijke van ’t spel. ’t Spel was pas leuk als ik in ieder geval een paar keer verloren had. ’t Was pas leuk als m’n moeder met haar tanden m’n vinger te pakken had & de schijn ophield die te gaan oppeuzelen.

Vermoeid van ’t lachen & de pogingen ook haar vinger op mijn beurt te pakken te krijgen, ging ik uiteindelijk weer liggen. Achter haar rug, waar ’t veilig & warm was. Slaapverwekkend lekker warm. & Ik zag in gedachten nog een paar keer m’n vinger door haar mond gebeten worden, voordat ik vergenoegd met haar in de dutslaap viel.

Klaar voor zalig ontwaken in Zijperspace.

wekker

Zo tegen ’t einde aan is ’t me dan toch overkomen. Als ’t 3 dagen later zou zijn gebeurd, was er niets aan de hand geweest, maar vandaag zitten we nou 1maal nog in de wintertijd.
’t Is slechts luiïgheid dat ik de wekker niet op wintertijd heb gezet. In de tijd dat de griep me gekluisterd aan bed hield heb ik me nog menigmaal die kant op gedraaid om de poging te wagen, maar keerde ik al snel terug in de ontspannen lighouding, want de zomertijd liet toch niet lang meer op zich wachten.
Ik vond ’t op zich ook wel handig; dankzij de wekker wist ik tenminste hoe laat ’t in de zomer zou zijn & was ’t tevens een geheugensteuntje in welke richting ik alle andere klokken moest wijzigen, mocht de overgang zich weer aandienen.

Overigens heet ’t dat ding weliswaar een wekker, maar ik gebruik ‘m nimmer als zodanig. Hij geeft voor mij slechts de tijd aan; ’t wekkergedeelte regel ik zelf wel. Vlak voor slapen gaan prent ik mezelf in hoe laat er opgestaan dient te worden & de volgende ochtend verlaat ik dan op dat tijdstip ’t bed. Daar heb ik geen wekker-funktie voor nodig.

Vanochtend dacht ik me verslapen te hebben met 6 minuten. De wekker (laat ik ‘m nou maar gewoon zo blijven noemen) wees immers ’09:06’ aan. Verdomme, ik wilde nog wel wat zaakjes regelen voordat ik me naar werk zou begeven. Zo hield ik daar niet veel tijd voor over.
Mijn kleren reeds aangetrokken ontdekte ik in de huiskamer de ware tijd. Of zo die heet: de wintertijd, voor zolang die nog duurt.

Met kleren & al ben ik teruggedoken in 3 kwartier dromenland. Die wintertijd moest ik nog ff genieten.

Dat land ligt overigens diep weg in Zijperspace.

glimlach

Ze zetten me neer naast de man die als laatste was de studio kwam binnen lopen. De eeuwige student, die zich er niet voor schaamde te bekennen dat-ie ’s middags al behoorlijk ingedronken had. Hij was wezen inpilsen, zoals dat heet.
Er werd hartelijk gelachen om z’n mededeling. Van: ‘Ha, da’s goeie ouwe Thom weer. Onnavolgbaar, die vent.’

Een gemakkelijk publiek had de geluidsman van ’t studenten-studiootje, die blijkbaar te pas & te onpas werd ingezet zogauw ’t gezellig moest worden bij de uitzending van Uilen-Tv. Publiek dat nog maar net ’t veelvuldig drinken tot ’s morgens vroeg had leren kennen. Publiek dat elke flauwe opmerking over groot drankverbruik dankbaar in ontvangst nam door schaterlach.

Hij had ook niet gelogen over de tijdsbesteding van afgelopen middag: ik kon ’t ruiken aan de lucht die uit z’n keel tevoorschijn kwam als-ie tot me sprak.
Hij wilde ook zo graag praten met me over bier, over wat-ie lekker vond & vooral bierkennersverantwoord. Wilde ook zo graag laten merken dat-ie ’t bier van mijn brouwerij ontzettend lekker vond & ook heus onmiddelijk herkende.

Hij was ’t grappigste van ’t hele stel jury-leden die de 7 pilsners moest beoordelen: hij liet boeren als de microfoon in de buurt was, keerde z’n glas bier om op z’n oor nadat de presentator vroeg of hij naar z’n bier luisterde, probeerde ook altijd grappiger te zijn dan de man & vond als enige ’t malt-bier lekker.

’t Was een gezellige avond. Maar misschien moet ik mezelf eens toegeven dat ik bepaalde glimlachjes niet kan uitstaan.

Die kromming rammen we liefst weer recht in Zijperspace.