stoer

‘Jij bent Marjan,’ zei ik.
‘Hoe weet jij dat?’ vroeg Marjan verbaasd. ‘Wie ben jij dan?’
‘Wacht. Ik zet m’n pet wel ff af. & M’n bril. Ik ben Ton. Ton Zijp.’
Langzaam kwam er iets van herkenning in haar ogen.
‘Ik zat bij jou in de klas,’ vulde ik aan. ‘In ieder geval in de 1e klas.’
& Opeens kreeg ik 3 zoenen op m’n wang.

Ik dacht ook al eerder een Remco tegen te zijn gekomen.
‘Hé, Quint,’ zei ik tegen m’n broer, ‘da’s toch Remco die bij jou in de klas gezeten heeft?’
Maar op ’t moment dat-ie naast me kwam staan dacht ik zelfs dat-ie bij mij in de klas gezeten had. Was niet waar, wist de jongen te melden. & Remco heette hij ook al helemaal niet.
‘Hij heeft bij mij op de lts gezeten,’ vertelde Quint 5 minuten later.
‘Ja, precies,’ zei ik, ‘daar zat-ie toch bij jou in de klas? & Hij was toch misdienaar?’
‘Ja, dat kan best kloppen.’
‘Als-ie op de trap voor ’t altaar zat als misdienaar ging-ie altijd uit z’n neus vreten. Toch? Iedereen keek terwijl hij vrat.’
Hij heette dan wel geen Remco, maar ’t was wel de Remco die ik eigenlijk bedoelde.

Marjan was ik ook voor ’t 1st bij de kerk tegengekomen. Daar waren we per ongeluk verzeild geraakt op onze 1e dag op middelbare school. De Nicolaas-kerk. Een mis zou plaats gaan vinden. Ter introductie op ’t nieuwe jaar. De nieuwe leerlingen zouden de zegen meekrijgen van God. Iets dergelijks, in ieder geval.
Zij was een stoer roodharig meisje met een pleister op haar wang. Ik was een verlegen jongen die een stoer meisje van z’n levensdagen niet aan zou spreken.
Na de mis bleek ik bij haar in de klas gezet te zijn. Klas 1-H. Ze mocht ’t hele jaar door ’t onbereikbaar stoere meisje spelen. Ze wist dat ik bij haar in de klas zat, maar dat uitte zich niet sterker dan ’t pesten van 1 van de kleine jongetjes. Voor de rest bestond ik niet. Nou ja, ze had me als sinterklaassurprise ooit een kaars gegeven. ’t Leek me toendertijd dat ze daar ’t beoogde budget mee opgemaakt had.
De verdere 5 jaren op ’t Johannes College zag ze me nooit meer staan.

Nu had ze me plotseling 3 keer gezoend. Meer zoenen dan gedurende de tijd dat ik met haar op ’t Johannes College had gezeten, 20 jaar geleden.
Ze vertelde me de volgende 15 minuten oa dat ze slechts 2 keer verliefd was geweest in haar leven. Iets verderop zat haar vriend. Ik kon uit haar verhaal niet opmaken of hij bij die 2 keer hoorde. Hij woonde in Duitsland, was enkele jaren geleden geëmigreerd, had gevraagd of zij meeging, maar zij wilde liever in Den Helder blijven.
‘Daarom snapte ik ook nooit waarom andere mensen perse naar Amsterdam wilden. Ik hou wel van die overzichtelijkheid van een stad als Den Helder. Kijk hier in de kroeg. Ik ken iedereen. Ik heb nooit dat ik vragend om me heen sta te kijken van wie er nu weer allemaal in de kroeg zijn verschenen. Er zijn altijd bekenden.’
‘& Dat is waarom ik zo snel mogelijk uit Den Helder wegwilde. Altijd weer diezelfde nietszeggende koppen.’
De kroeg ging dicht. Haar vriend zat nog steeds van verderop naar ons te kijken. Speciaal voor kerst was-ie over, had ik ondertussen te horen gekregen. Terwijl ze me dat vertelde schuurden haar borsten tegen m’n elleboog. Dat betekende niks, maar ik vond ’t vreemd zo dichtbij een vroeger stoer meisje te staan. Onbereikbaar was ze ooit. Ze bezat nog steeds die kenmerkende rode haardos, maar ’t model dat er in zat zou 15 jaar geleden al als antiquarisch zijn bestempeld.

’t Volle licht ging aan in de kroeg. Ze boog weer voorover. Ik zette m’n pet opnieuw af, zodat haar voorhoofd er niet tegenaan zou stoten. We gaven elkaar weer 3 zoenen op de wang.
Ze wenkte haar vriend. Ik keek waar Quint was gebleven. M’n pet ging weer op; ik hoefde toch niet meer te zoenen vanavond. ’t Was tijd om naar huis te gaan. M’n logeerbed in Den Helder.

’t Werd tijd om ’t verleden te vergeten van Zijperspace.

brunch

Ik vroeg m’n vader of-ie ’t leuk vond dat bijna al z’n kinderen weer ‘ns bij elkaar waren. Hij glimlachte & zei dat ’t nog wel vaak zou gebeuren, want Ma & hij zouden nog zeker 90 jaar worden.
Dat is nog 20 jaar te gaan, Pa, dacht ik & zei niks, maar glimlachte met ‘m mee.

We hadden, bij wijze van verrassing, een kerstbrunch georganiseerd voor ’t hele gezin. In ’t eetcafé van Quint. Alleen Carel, Franchet & kinderen konden niet komen. Voor de rest was iedereen er.
M’n moeder had aan iedereen afgelopen tijd een beetje door laten schemeren dat ze kerst toch ’t meest prettig zou vinden als ze ’t met Pa thuis kon doormaken. Tenslotte misschien wel de laatste keer dat-ie ’t bewust zou meemaken, gezien de mate waarin z’n geestelijke toestand de laatste tijd was achteruitgegaan. Nog 1 keer bewust met z’n 2-en kerst doormaken had ze voor ogen. Ze had div uitnodigingen van zonen & schoondochters te komen eten daarom al afgewezen.
Dus kwam iemand met ’t lumineuze idee dan maar een kerstbrunch te organiseren. Waar m’n ouders plots per ongeluk zouden arriveren.

Zelfs ik was bereid te komen. Ondanks m’n grote aversie van ’t kerstgebeuren. Stiekum had ik de nacht bij Quint doorgebracht, na zogenaamd op kerstavond afscheid te hebben genomen van m’n ouders. Kerstavond komen eten zou ik waarschijnlijk nog net doorkomen, had ik vantevoren laten weten.

M’n moeder had verrast gekeken toen ze mij zag. De anderen leek ze al enigszins te verwachten. Gedurende de afgelopen 24 uur was schijnbaar toch al iets van ’t plan tot haar doorgedrongen. Van mij verwachtte ze blijkbaar dat ik ook dit jaar kerst zou negeren. Dat ik weer niet zou deelnemen aan de etentjes & kerstvisitaties. Behalve dan de dag ervoor.
‘Ik dacht dat je al weer in Amsterdam was.’
M’n vader schuifelde achter haar aan, kreeg een stoel toegeschoven, & liet zich in die stoel gedag zeggen door alle kinderen. Nauwlettend hield-ie m’n moeder in de gaten. Z’n hand, ik zag de beaderde hand van Opa weer voor me, lichtjes trillend op de tafel.
Hij maakte zachtjes een opmerking. Ik luisterde op dat moment niet goed.
‘Wat zeg je, Pa?’ vroeg ik met m’n aandacht er ditmaal bij.
Nog wat kort gebrabbel. Hij keek vragend. Keerde z’n hoofd voor een kort moment binnenstebuiten op zoek naar datgene wat zich daar net nog had afgespeeld.
‘Ik weet ’t eigenlijk niet meer,’ zei hij zacht.
‘Geeft niks, Pa.’

‘Wat vindt Pa er nou van?’ vroeg ik m’n moeder aan ’t eind van de brunch. Marc had z’n best gedaan op sobere wijze een xclusief kerstmaal te bereiden. Nagenoeg alles was opgegaan zonder dat ook maar iemand tekort had gegeten.
M’n moeder glimlachte me bezorgd toe. Een vraag rimpelde op haar voorhoofd terwijl ze antwoordde.
”t Is zo moeilijk te zeggen wat-ie tegenwoordig denkt. Ik zou niet durven zeggen of-ie ergens van geniet of niet.’

Ook in Zijperspace durft men niet te zeggen of kerstmis genietbaar is.

balletjes

Oma kwam bijna elke zondag langs. Oma Zijp. Opa Zijp zat ondertussen in ’t verzorgingstehuis De Koogh of anders was-ie inmiddels al overleden. Oma woonde in haar 1tje in de aanleuningwoning tegenover ’t bejaardentehuis. De bezoeken van Oma op zondag gingen gewoon door. Ze werd opgehaald door m’n vader, bleef eten & werd weer thuisgebracht. & Daar tussendoor waren de balletjes”. Daar leefde Oma naar toe. Voor haar ’t hoogtepunt van de week.

Oma was bijziend. Langzaam maar zeker werd ze blind. Haar gezichtsveld werd steeds meer beperkt door een soortemet kokereffect. Ze kon niet zien dat ’t niet prettig was tegenover haar te zitten. Misschien dat ze op haar leeftijd ’t besef verloren had dat als je als vrouw wijdbeens gaat zitten er een bepaalde mate van inkijk kan ontstaan. Wij wilden niet tegenover haar zitten. Dan moesten we de hele tijd de onderkant van haar korset aanschouwen.
Waarschijnlijk kon ze geen andere houding aannemen. Haar oude lichaam dwong haar misschien wel daartoe. M’n moeder had ’t haar al meerdere keren toegefluisterd als ze een moment onder elkaar waren, maar een week later stonden de benen weer net zo wijd. Naarmate je ouder wordt ontglippen er wel meer dingen aan je aandacht. We konden er voor de rest niet echt mee zitten. Zolang er maar geen andere visite was.

Er ontglipte nog wel meer aan m’n Oma. Maar ik had altijd ’t idee dat ze daar wel haar aandacht bij had. Ze ging nl vaak een wandelingetje door ’t huis maken vlak voordat ’t zover was. Ze stond op van de bank, stommelde richting keuken, waar m’n moeder ’t eten aan ’t bereiden was, & na een meter afgelegd te hebben hoorde je de pruttels van onder haar rok. Dan was ’t beter je gedekt te houden. Snel naar je kamer om je huiswerk af te maken. Of gewoon naar achter, naar buiten, de frisse lucht in, want de geur in de kamer was niet meer te houden.
Zelf slofte ze langzaam verder, alsof er niks gebeurd was, naar de keuken & begon een nietszeggend praatje met m’n moeder over de duif in de boom achter haar woning. Haar reuksporen had ze achtergelaten in de woonkamer. Niemand die daar de komende 5 minuten wilde weerkeren.

’t Ging haar om de balletjes. & Dan specifieker: ’t reserve-balletje. Wij hadden er allang geen zin meer in. We wisten niet hoe we er ooit aan begonnen waren, maar voor Oma hielden we ’t in stand. Op aandringen van moeders. Voor de rest had ze niks meer, werd ons uitgelegd. Als ’t aan ons gelegen had was ’t eigenlijk allang al afgeschaft, maar Ma bleef vol houden dat Oma er zo naar uitkeek.
Wat voor programma er ook op de andere zender was, om 5 over 8 moesten we naar de lotto-trekking kijken. Iedereen had een gulden ingezet op zijn eigen favoriete nr. Als ’t reserve-balletje op dat nr terechtkwam had je de pot gewonnen.
Niemand die ’t ook maar iets interesseerde, behalve Oma. & Degene die plots toch de pot gewonnen had. Zo opportunistisch waren we ook wel weer. Meestal was Oma ’t die de pot won. Waarschijnlijk voelden ze daar bij de trekking dat dat oude vrouwtje, speciaal voor de uitzending op 20 cm gezeten van ’t beeldscherm, ze werd bijkans opgeslurpt door ’t tv-toestel zelf, zodat ze ’t laatste balletje nog net kon zien vallen, er al haar ziel & zaligheid in kon gooien. Terwijl de rest zo snel mogelijk de andere zender weer aan wilde hebben.

Als Oma had gewonnen nam ze de week erna iets lekkers mee. Of had ze m’n moeder daartoe opdracht gegeven. Dat verorberden we terwijl we ons eigen programma bekeken.
M’n vader & Oma stonden op. Haar jas werd aangetrokken. Ze werd achterin de auto gezet. M’n vader bracht haar weer naar huis.

’t Gewone gezinsleven in Zijperspace werd weer opgevat.

kerstkaart

Ik voelde me evengoed wel schuldig, zittend achter de comp, gespannen richting beeldscherm kijkend, me afvragend wat de oplossing zou zijn van weer een volgende puzzel, maar ondertussen mezelf beseffend dat ik in dezelfde tijd een stukje had kunnen schrijven. Ik had echter ’t gevoel dat ik ff niet anders kon. Ik moest m’n aandacht wel tijdelijk in ’t computerspelletje steken. De druk moest er vanaf. Ik moest weer adem kunnen halen.
Een verslaving is dan makkelijk gevonden. Ook al, of misschien juist wel omdat ’t slechts een verslaving van 2 dagen is.

Ik kreeg een kerstkaart van m’n broer. Van mij hoeft niemand nooit niet een kerstkaart van mij te verwachten, ook al weet ik dat ’t een simpel gebaar is, veel effekt kan hebben. Juist door ’t makkelijke effekt wil ik me er niet meer aan wagen. Ik ben bang dat ’t onecht overkomt. Men mag mijn akties niet doorzien alsof ’t een streven zou kunnen zijn naar makkelijk effekt. Ik ben strenger. Voor mezelf & voor degenen die met mij omgaan. Degenen die mijn akties, mijn gedrag, moeten beoordelen. Men moet weten dat de liefde die ik geef ook echt bedoeld is. Ik ben zo streng dat niemand ook maar iets van die oprechtheid merkt. Denk ik. Maar meer dan denken weet ik niet.
Ik kreeg dus een kerstkaart van m’n broer. & M’n schoonzus natuurlijk. Daarnaast ook hun dochter, maar ik kan me niet voorstellen dat die verantwoordelijk kan worden gesteld voor de tekst.

Dag Ton,
Waarschijnlijk ligt er een moeilijk jaar voor ons te wachten, waarbij Pa en Moe onze steun hard nodig hebben. Jouw blog helpt ons daarbij. Desondanks het beste voor 2003.

Nou moet men weten dat ik me heel vaak een lapzwans voel. Vooral als ik niet meehelp met de afwas aan ’t eind van weer een familie-bijeenkomst. Of dat ik perse vroeg de trein wil nemen, zodat ik weer lekker in m’n eigen huis kan zitten. Veilig, gerustgesteld door m’n eigen omgeving. Of zoals ik in ’t verleden niet de voorstellingen wilde bijwonen van weer een vakantie-film (de hele familie verzameld rond ’t filmdoek, de kamer donker, de projektor zoemend; alle scenes werden becommentarieerd door de grappen van de broers of ’t gierend lachen van 1 van de schoonzussen; als ik een grapje maakte bleek vaak weer dat ik te veel aandacht opeiste; dus kon ik me maar beter opsluiten op m’n kamer).
Waarmee ik maar bedoel dat ik heel graag deel wilde zijn van de familie, veel te graag zelfs. Niemand echter die ’t zo slecht kon als ik.

Ik heb nog nooit zo’n kerstkaartje gekregen als die van m’n broer. Ik werd me opeens bewust van ’t feit dat ik me niet gekweten had van m’n taak. Door zomaar 2 dagen niks van me te laten horen.
Ik heb een bepaalde verantwoordelijkheid. Ik moet me daar bewust van zijn. Ik heb een taak.

Ik at bij m’n bovenburen vanavond. Een kerstdiner voor 4 etages; iedereen in ’t huis was er. Ik had ’t bier meegenomen. M’n buren hadden ’t eten bereid.
Ik praatte. Net zoals anderen praatten. Maar per ongeluk merkte ik dat ik verhalen zat te vertellen. Over m’n oma. Over m’n familie. Over mezelf. Ik kon zien dat ik verhalen zat te vertellen aan de open monden, de lachende blikken op de juiste momenten. & Ik voelde ’t aan de fantasie die ik er af & toe noodzakelijkerwijs aan toevoegde. Anders klopte ’t verhaal niet meer. Was de geschiedenis geen verhaal geworden.

Er ligt een moeilijk jaar voor Zijperspace te wachten.

junk

Op zich vallen de verschijnselen wel mee, ditmaal. Ik heb ’t al na 2 dagen onder controle. Misschien kan ik beter zeggen: na 2 dagen begint ’t me reeds te vervelen. Dat is echter waarschijnlijk veroorzaakt door ’t feit dat ik vast zit, 10-tallen malen dezelfde handelingen moet verrichten om tot de conclusie te komen dat ’t niets oplevert. Dan slaat de verveling snel toe.

Ik zou eigenlijk m’n nieuwe comp inrichten. Alle programma’s er op zetten die ik nodig heb voor een genoeglijk leven. Bovendien wilde ik de 1e pogingen wagen de ADSL-verbinding tot stand te brengen, waarbij ik me ondersteund zou weten door telefonische hulp. Moest ik wel zaterdagavond Jan terugbellen. Hij zou er de hele avond zijn. Jan heeft echter niets meer van mij gehoord.
Vrijdagavond was een succes. In nog geen 2 uur tijd had ik, mbv Jan natuurlijk, windows er op staan. & Alle drivers werden herkend. Vrijdagavond was een successtory die z’n weerga niet kent. Alhier tenminste. Ik begreep er bij tijd & wijle helemaal niets van. Voor mij was ’t slechts een kwestie van zo duidelijk mogelijk vertellen wat er op ’t beeldscherm verscheen & vervolgens precies uitvoeren wat Jan mij opdroeg. Ik hoefde slechts ongerust te worden als Jan een zucht slaakte. Maar zelfs dan wist ik dat Jan overal een oplossing voor heeft.
Eigenlijk zou iedereen met een nieuwe comp een ‘Jan’ moeten hebben. Ik vind dat men daar recht op heeft.

Ook Jan-nen moeten wel ‘ns naar bed, er ontstaat ook bij Jan-nen op een gegeven moment een soortemet telefoonmoeheid. Ik hield de schijn op dat ik daar net zo onder te lijden had & zei dat ik voor die avond de pijp aan Maarten zou geven.
& Na ’t neerleggen van de hoorn pakte ik ’t cd-rom-doosje van Myst III tevoorschijn. Die nooit op m’n oude comp heeft willen draaien.

1 Van de mooiste dingen des levens is als er gezegd wordt dat iets een bepaalde tijd zal duren & alles zich uiteindelijk veel sneller blijkt af te spelen dan die gegeven tijd. Heerlijk, een nieuwe comp, die de installatie-procedure van windows 5 keer zo snel blijkt te kunnen volvoeren dan de tijdsindicator aan de zijkant aangeeft. & Dat de installatie van Myst afhankelijk is van de snelheid waarmee men cd-roms kan verwisselen.
Tuurlijk geef ik hiermee een enigszins vertekend beeld, maar niet ontkend kan worden dat de tijd vliegt als je lol hebt. Dat was vrijdagavond zeker ’t geval. Ik moest mezelf gelijk maar trakteren op ’t 1e stukje van ’t spelletje Myst. Ik was zogezegd in een goede bui.

Kijk. Daarom heeft men 2 dagen lang ’t moeten doen zonder mijn verhalen. Want daar ging ’t mis. Ik heb me de afgelopen dagen heus wel gedoucht, ik ben braaf naar m’n werk gegaan, m’n neus heb ik zo af & toe gesnoten, ik heb ’s ochtends ontbeten & ’s avonds een warme maaltijd tot mij genomen &, men hoeft niet ongerust te worden, ik heb ook heus wel m’n tanden elke dag gepoetst (maar de afwas is nog steeds niet gedaan).
Maar daar is ook alles mee gezegd. Voor de rest heb ik achter ’t beeldscherm gezeten, starend naar de puzzels die Myst mij voorschotelde.
Afgelopen nacht om ¼ voor 2 had ik daar plots genoeg van. Vanwege de reeds genoemde reden. Ik zat vast. Ik vond geen oplossing.

Ik wist vantevoren dat dit verschijnsel van verslaving zich zou voordoen. Ik wilde ’t me alleen niet realiseren op ’t moment dat ik de 1e cd-rom de comp in schoof. Misschien dat ik heel kort heb gedacht dat ik er wel aan toe was m’n gedachten een beetje te verzetten. Voor de rest heb ik elke zweem van nadenken over de consequenties opzij gezet, op de achtergrond gedrukt, & ik heb me er in gestort.
Ik geef ’t ruiterlijk toe: ik ben een junk. Geef mij een bezigheid & ik raak er aan verslaafd.
Maar gelukkig is ’t leven van een junk zo saai dat bij mij de verveling al snel toeslaat.

Waardoor er weer normaal geleefd kan worden in Zijperspace.

verontschuldiging

Ik ben wakker aan ’t worden. Een bakkie thee staat naast me. Ik eet zodirekt nog ff snel 2 boterhammen, ga douchen & tandenpoetsen, maar dan ga ik toch echt de deur uit. ’t Moet er nou eindelijk ‘ns van komen. Ik word gek van ’t geluid.
De komende dagen ben ik dus waarschijnlijk, naast m’n werk, vooral bezig met ’t inrichten van m’n nieuwe comp. Mijn kennis van de materie op waarde schattend zal ’t wel weer een tijdje duren voordat alles op orde is. Ik wil bijv alles wat op m’n oude staat op m’n nieuwe terecht laten komen. & Dan zal ik ook nog de verbinding met Mxstream in orde moeten maken. Dat heeft me bij crashes in ’t verleden elke keer verschrikkelijk veel tijd gekost.
Dit schrijf ik om de regelmatige bezoeker niet al te ongerust te maken. Tuurlijk zal ik pogen tijd te vinden voor ’t vullen van m’n beschikbare ruimte op internet, maar naar ik op dit moment aanneem zal ik de komende dagen vooral bevangen zijn door m’n nieuwe speeltje (& ik hoop dat ik ’t ook als speeltje zal blijven zien & ’t dus niet overschaduwd wordt door frustratie).

Zo, ik ga aan de laatste fase van ’t ochtendritueel beginnen. Ik zal ’t toetsenbord met rust moeten laten. Die straal water zal-ie niet weten te appreciëren. & Hij zal straks nog een andere meester moeten dienen.

Ik hoop dat u Zijperspace niet te veel zal hoeven missen.

Update: Ik kan u momenteel op de hoogte brengen van ’t feit dat men nu bezig is mijn comp in elkaar te zetten. & Dat ’t me bovendien, na 3 dagen soebatten & heen & weer fietsen tussen bank & werkgevers teneinde de juiste papieren te bekomen & te kunnen overleggen, gelukt is een ‘flexibel krediet’ bij de bank los te krijgen met een plafond van € 2000,-. De comp is echter reeds betaald. Doordat ik te weinig geld bij me had om een garantie van 3 jaar af te sluiten is ’t me zelfs gelukt een korting van maar liefst € 20,- binnen te slepen. Hoera!
(Felicitaties zijn van harte welkom & kunnen achtergelaten worden in ’t reaktieding. Mocht u daar nog geen trek in hebben, dan kan dat natuurlijk ook zogauw ik de comp aan de praat heb & online. Derhalve zal ik u ook op de hoogte stellen van dit gedenkwaardig moment).

Update II: M’n comp, m’n nieuwe comp staat thuis. Ik had vanmiddag nog net de tijd om de stekker in ’t stopcontact te steken, maar toen moest ik toch echt naar m’n werk. Pas nu begint ’t echte avontuur, heb ik ’t gevoel.

verminkt

‘De officierskamer’ heet ’t boek. Van Marc Dugain. Op de voorkant staat een foto van 4 gewonde militairen. Duidelijk van de WO I. De ene militair heeft een doek voor z’n ogen, de ander z’n oogleden gesloten, alsof er niks achter zit, de 3e zit in een rolstoel, nr 4 heeft z’n rug gekeerd naar de fotograaf. Stelt nog niet zoveel voor, deze foto, weet ik inmiddels.

Vanochtend wist ik niet of ik ’t boek wel verder durfde te lezen. Ik was niet zo lekker wakker geworden, had eigenlijk nog wel een uur willen blijven liggen. Een sjachrijnig gevoel van gister leek me bovendien dwars te zitten.
De hoofdpersoon in ’t boek was, op ’t punt waar ik gisteravond m’n boek had neergelegd, net gewond geraakt, nog tijdens de 1e uren van de oorlog. Hij beschreef hoe zijn verwondingen op hem overkwamen, hoe andere mensen er op reageerden, wat de dokters er aan dachten te gaan doen.

Ik was al een beetje gewaarschuwd. Vlak voor de titelpagina was nog een foto geplaatst. Een groep mannen aan een eettafel. Stuk voor stuk keken ze ongegeneerd de camera in. & Daardoor toonden ze hun verminkingen. Of eigenlijk de afdekkingen daarvan. Lappen voor ogen, neus, ½e gezichten verborgen achter zwachtels, gezichten waarvan een groot deel van ’t aangezicht verdwenen was. Hoewel deze foto meer dan de plaat op de voorkant een introductie geeft op ’t verhaal dat verteld gaat worden, had men wijzelijk deze foto pas binnen in ’t boek geplaatst. Omgeven door een kaft & titelbladen. Indien ’t op de voorkaft had gestaan had ik ’t boek waarschijnlijk niet aangeschaft.

Ik ben nog niet echt ver gevorderd in ’t boek, maar juist die ene foto, tezamen met ‘tgeen de protagonist tot nog toe heeft meegemaakt, maakt ’t boek intrigerend. Iemand wist mij bovendien te vertellen dat tijdens die WO I ongelooflijk veel mensen verminkt waren geraakt in ’t aangezicht.

De hoofdpersoon liep daarnet langs de bedden die naast ‘m bezet waren geraakt, hij was de 1e die tijdens de oorlog op de zaal van aangezichtverminkte officieren was komen te liggen. Hij beschreef hoe de mannen die net gearriveerd waren er uit zagen. Uit de zaal waren alle spiegels verwijderd. De mannen die er tijdens de loop van de oorlog terecht zouden komen zouden de funktie van elkaars spiegel gaan vormen, had de man bedacht.
& Ik ben verbaasd dat ik zit te wachten tot ik de beschrijving van ’t volgend verminkt gezicht voorgeschoteld krijg. Ik wil alleen maar meer gapende gaten in hoofden voor m’n geestesoog zien.
Ondertussen drink ik een biertje. Ik zet de kachel nog wat hoger. Volgende blz.

Men mag ’t vooral niet koud krijgen in Zijperspace.

versleten

Ik had u vandaag met m’n nieuwe comp willen aanspreken, zo was m’n bedoeling. ’t Was allemaal bijna rond. De financieën bedoel ik dan. De rest ook wel, maar dat wil ik u pas vertellen zogauw ’t zover is.
Ik had een kopie van m’n arbeidsovereenkomst bij me. Van m’n ene baan. Ik had een schriftelijke bevestiging van m’n arbeidzaam leven bij m’n andere baas mee. Misschien leuk om die te citeren:

L.s.

Hierbij verklaart ondergetekende dat Dhr. A.F.B. Zijp, geboren 10-04-1964 te Den Helder, woonachtig te Amsterdam, sinds jaar en dag werkzaam is bij (…), Amsterdam. Zijp is in dienst voor gemiddeld 16 uur per week, zijn kontrakt geldt voor onbepaalde tijd.

Dat accepteerden ze bij de bank. Konden ze goedkeuren voor ’t eventueel verlenen van een doorlopend krediet. Leek me wel ‘ns nodig: een doorlopend krediet. Leek me een stapje verder in m’n weg volwassen te worden. Financiële onafhankelijkheid. In zoverre een doorlopende lening daar een bewijs van kan zijn, natuurlijk.
Maar de bank accepteerde de arbeidsovereenkomst niet. Van die andere baan dus. Er stond niet in vermeld dat ’t ½-jaarlijks contract steeds weer verlengd was. Dat ik er zogezegd nog steeds werkte. ’t Zou niet rechtsgeldig zijn. Ook al was ik vanaf 1997 in dienst & kon ik alle salarisstortingen overleggen.

Ondertussen ben ik woedend op m’n werkgever, u weet wel die ene, omdat hij z’n papieren mbt mijn arbeidzaam leven in zijn dienst niet in orde heeft, al jaren niet, zonder dat ik er iets van afweet. Ik heb ‘m vanmiddag verzocht dat in orde te maken, maar op ’t laatste moment liet-ie blijken daar niet toe in staat te zijn. In ieder geval niet voor sluitingstijd van de bank.

Ik heb geen zin om afhankelijk te zijn van slordigheid & heb derhalve besloten die comp uit andere gelden te bekostigen. Daar was ik vandaag nog niet toe in staat, daar de alternatieve gelden nog niet onmiddellijk beschikbaar waren.

Vandaar dat u verhalen te lezen krijgt, mocht men ze verhalen willen noemen, geproduceerd op een oude versleten comp, allang aan vervanging toe. Een comp die bij mij vanavond geen inspiratie oproept.

Waarvoor verontschuldigingen vanuit Zijperspace.

tea-time

Ik had ’t nog nooit eerder gedaan. Dat vond ik vanzelfsprekend. Zoiets doe je niet, hoor je niet te doen, & daarom had ik er tot nu toe ook nooit over nagedacht ’t wel te gaan doen. Net zoals je niet ontbijt op de wc, nuttig je er ook geen kopje thee. ’t Toilet is bestemd voor andere bezigheden, volledige concentratie is daarbij vereist (hoewel een boek of tijdschrift ter ontspanning wel weer een voorschrift is), & je vult niet ’t ene gat als vanuit ’t andere gat de boel juist geloosd wordt.

Ik had net m’n thee uitgeschonken, suiker er aan toegevoegd, toen plots de drang kwam opzetten. Acute drang. Zoiets gebeurt me elke ochtend; ik ben er aan gewend. Maar meestal niet net na ’t thee uitschenken. Ik bedacht me daarbij echter dat men nou 1maal alles in ’t leven voor de 1e keer moet meemaken. ’t Was eigenlijk een kwestie van slechte timing van mijn darmstelsel. Waarschijnlijk had die wel overlegd met de rest van m’n lichaam, ik neem aan dat een bepaald onbewust proces in m’n hersenen ook een bijdrage heeft geleverd, maar waren de verschillende betrokken onderdelen vergeten ’t voor te stellen aan ’t bewuste gedeelte van mijn lichaam. Dat deel dat overzicht heeft over de totale planning, zeg maar.

Daar stond ik dus met een kopje thee. Net uitgeschonken, zoals reeds vermeld. & De thee is op z’n lekkerst als-ie op z’n heetst, net onder kooktemperatuur, wordt genoten. Hartverwarmend, verkwikkend ook, zo ’s ochtends vroeg, net uit bed tevoorschijn gekropen, de kachel nog maar net op aangenaam, slechts t-shirt aangetrokken met sokken.
Met samengeknepen billen heb ik m’n boek gepakt, nog steeds die zware van over de 700 blzs, op m’n wasmand gelegd (die heb ik geselecteerd op boekvriendelijkheid; ik zet ‘m elke keer dwars voor de pot, zodat ik precies op schoothoogte m’n boek voor me kan neerleggen; ideale leeshoogte), snel een beetje geroerd in ’t kopje, geproefd & met brandende lippen vlug goedgekeurd op de juiste hoeveelheid zoet & ‘m balancerend naast ’t boek geplaatst. Op de wasmand dus ook.

Ik moet zeggen: ’t beviel me wel. Ik was een ietwat bevreesd dat ik ’t kopje uit balans zou brengen & de thee zich zou verspreiden over m’n boek. Net zoals ik gisteravond met een glas bier had gedaan doordat ik in slaap was gevallen in m’n stoel. Eigenlijk ’t gevoel dat ‘tgeen je ’t meest vreest uiteindelijk ook zal uitkomen, maar dit bevroeden over de loop der dingen kwam niet uit.
’t Beviel me volgens mij vooral omdat ik ’t kopje reeds leeggedronken had voordat de geuren zich deden gelden. Ik denk dat de genotscurve er totaal anders uit had gezien, was dit niet ’t geval geweest.
Enig nadeel was dat de hoeveelheid suiker bij nader inzien toch niet juist gedoceerd was & ik geen mogelijkheid had dit te corrigeren. De suikerpot stond tenslotte in de kamer & ik was gedwongen mijn taak te voleindigen.
Dit brengt mij tot de conclusie dat ik deze situatie de volgende keer koste wat kost zal moeten mijden, zodat ’t kopje thee voortaan ten volle genoten zal worden.

Een negatief navolgingsadvies vanuit Zijperspace.

eckerö

’t Was een hele reis naar Åland. Vooral omdat ik liftend ging. Via Duitsland richting veerboot naar Denemarken & vandaar weer een volgende veerboot naar Zweden. Vervolgens omhoog, steeds verder omhoog, tot voorbij Stockholm. Ter hoogte van Uppsala kon ik pas weer richting ’t oosten verder reizen. Maar toen was ik er ook bijna. Ik denk dat ik er totaal 4 dagen over gedaan had, vanuit Nederland, om uiteindelijk om 6 uur ’s avonds in Grisslehamn aan te komen.

Ik voelde me een held op de boot. Vooral dankzij de beleefde avonturen. ’s Nachts in een recordtijd de Autobahn beracet, vervolgens slapend van Puttgarden naar Rödby. Samen met een deense jongen in de auto gezeten, bestuurd door een dronken vent. Met een stel jeugdkampbegeleiders m’n 1e rit door Zweden meegemaakt. Op ’t jeugdkamp zelf geleefd van wat die begeleiders me aan fruit te eten gaven. Door een lilliputter de volgende dag aangesproken. Hij vroeg me met een bezweet gezicht hoe hij aan ‘drugs’ kon komen. Maanden later kwam ik er pas achter dat hij medicijnen bedoelde. Met een handelsreiziger kriskras door Skåne gereisd. Als beloning voor ’t gezelschap een blikje lättöl gekregen. Een vader & 2 kinderen richting pretpark begeleid. De verhalen van een geflipte economie-student 100 km zitten aanhoren. Een bezorgde vader & moeder gerustgesteld door hun pasgeplukte wilde aardbeien aan te nemen. Een studentenkamer in de universiteitsstad Uppsala aanschouwd.
& Opeens overzag ik de scheren voor de kust, de kleine eilandjes die de ‘kust’ uitmaakten van Åland. Voorovergeleund in de langzaam ondergaande zon. Zeer langzaam. Zo ver noordelijk was ik nog nooit geweest. Zo lang had ’t nog nooit geduurd voordat de dag ten einde was.

Ik was trots. Ik had m’n doel bijna bereikt. Dit zou men nooit meer van me af kunnen nemen. Volle zee: de Oostzee. Op weg richting Finland, maar ik zou bij de 1e halte de veerboot al verlaten. Ik zag 1000-en eilandjes langs me heengaan. Eilandjes die ik op kaart al bestudeerd had. Meermaals had ik weg zitten dromen bij de kleine stipjes die mijn kaart van Åland vertoonde. Elk stipje was wéér een eiland. Al dan niet bewoond. & Ik zag ze nu allemaal aan me voorbij varen. Meer dan de stipjes zelfs die ik op de kaart had kunnen ontwaren.

Ik verliet de boot toen ’t nog licht was. Liet m’n paspoort zien aan de beambte die er stond. Niet al te serieus keek-ie er naar. Hij wilde me zelfs vertellen waar de camping van Eckerö was, terwijl hij dat deed. Daar rechtsaf, & dan de weg maar volgen. Maar wel doorlopen, vertelde hij, want ze zouden vast dichtgaan bij zonsondergang.

Een ½ uur later stond ik bij een gesloten receptie. Zenuwachtig keek ik om me heen. Ik had zover gereisd & nu was er geen slaapplaats voor me?
‘Zet je tent daar maar neer,’ vertelde de man die z’n caravan ’t dichtst bij de uitgang had staan. ‘Daar staan de trekkers altijd. Morgenochtend kan je je wel bij de receptie aanmelden.’
In de intredende duister zette ik m’n tent op. Steeds minder op m’n gemak. Doodop, lege maag, behoefte aan een douche & een borrel. Alles tegelijk.

De volgende ochtend had ik nog even een moment van trots. Ik hoorde de dames van de receptie tegen elkaar praten, ik kon hun zweeds verstaan, dat ze nog nooit eerder een nederlander op de camping hadden gehad. Ik was de 1e.
Maar daarna was ’t weg.
Ik liep terug naar Eckerö, om te verkennen wat ik allemaal zou kunnen gaan doen. Ik staarde over de scheren, daar aangekomen. Bekeek de fietsenverhuur, maar durfde geen geld uit te geven, bang dat alles te duur zou zijn & ik geen geld over zou houden voor de terugreis. De plattegrond van Åland bestuurde ik nogmaals. Voor de zoveelste keer. Ik kon geen doel meer op de kaart voor mezelf ontwaren. Er was plots geen aantrekkingskracht meer. De rest van de eilandengroep bestond slechts uit angst. Ik wist dat alles wat de kaart aangaf te maken zou hebben met m’n komend falen. Niets zou nog leuk zijn. Ik wist in ieder geval geen reden te bedenken waarom leuk nog im sprache was.

Eindelijk op een eiland. Een ver eiland waar ik een jaar van had gedroomd. Waar niemand mij voor was geweest, zo voelde ‘t. & Ik voelde niks dan angst. Op de 1e dag dat ik er doorbracht.

Ik belde Pamela. Ze vertelde me dat ze op vakantie zou gaan. Toch. Ze zei me dat ik door moest zetten. Hier had ik immers van gedroomd.
Maar ik zei dat ik niet meer durfde. Ik wist niet meer waarom ik op ’t eiland was. Ik moest zo snel mogelijk terug.

’s Avonds laat, ik had de beslissing genomen terug te keren, keek ik naar de ondergaande zon. Ik zat op de stenen voor de kust van Eckerö. Ik had me neergelegd bij m’n nederlaag. Ik was geen held, geen avonturier. Ik durfde geen wandeling te maken over een eiland waar bijna geen andere nederlander mij was voorgegaan. Ik wilde naar huis. Die avond laat, ’t was tegen 11-en, zag ik de mooiste zonsondergang ooit meegemaakt. Ik durfde weer even te genieten. Ik vulde 10 blzs van m’n dagboek om die zonsondergang te beschrijven. & Ik waagde ’t heel kort mezelf gelukkig te voelen.

Maar dat was vooral omdat ik wist dat ik de 1e boot terug naar Zijperspace zou nemen, de volgende ochtend.