Groots

Ik denk ondertussen dat ik vooral kleine dingen meemaak. Al in de tijd dat ik nog barman was. M’n hoofd maakt ’t groots, veelomvattend & velerlei aspecten waar anderen gemakshalve aan voorbijgaan. ’t Zou te veel ruimte kunnen innemen of tot onnodige stress kunnen leiden.

Daar ben ik zelf niet zo van. Niet met opzet, niet op zoek naar meeslepend of dergelijks. Meer dat er zoveel aspecten bij gehaald dienen te worden. Dat als je gezamenlijk op een terras zit, of laten we in dit geval ’t momenteel wél toegestane park nemen, zelf blikjes meegenomen, een omgeving met velerlei bankjes, in de schaduw of randje zon, prullenbak in de buurt, etc… Dat als ik dus in een park half in de zon half in de schaduw zit, vooral niet met tegenlicht, ik bij een toevallige voorbijganger denk: ‘Wat doet zo’n man nou als hij ’s avonds bij ’t tandenpoetsen merkt dat hij een zwelling op z’n linkerwang heeft?’
Of: ‘Ligt z’n hond nou naast hem op de bank als hij een film kijkt? & Mag-ie dan ook mee op bed? Hoe vaak wast híj z’n beddengoed?’

’t Zijn merendeels efficiëntie-vragen die ik mezelf stel. Niemand die er een antwoord op hoeft te bedenken. ’t Heeft slechts tot doel overzicht te krijgen, van mogelijkheden, van wat naast mij kan bestaan, me een voorstelling kan maken van onbegrensde mogelijkheden & dat gevoeglijk zo te laten.
Hoewel dat ‘gevoeglijk’ wel betekent dat ’t me evengoed minutenlang kan bezighouden. Als de vraag die ik mezelf stel geen antwoord met zich meedraagt & m’n fantasie te kort schiet.

Gister zag ik op een kerkhof 2 vrouwen. Ze leken zich comfortabel te voelen in hun niet alledaagse houding. Camera’s bij zich, spullen herschikkend, waardoor ik bij dat laatste in 1e instantie dacht dat ze ’t graf van hun gemeenschappelijke ouder aan ’t kuisen waren (camera’s nog niet opgevallen).
Maar toen ik om de hoek van de kerk hun weer in ’t vizier kreeg, zag ik een witte paraplu, standaards klein & groot & verstond ik een conversatie over de lichtval & of er in een hoek van ’t kerkhof nog iets te vinden was.

& Hoewel deze gebeurtenis me had kunnen uitnodigen tot urenlang met mezelf zitten delibereren over wat & hoe mbt hen, bleef ik onverstoord doorgaan met me bedenken wat ik de dag ervoor allemaal in de pan had gedaan wat sinds vanochtend m’n lichaam alweer grootdeels had verlaten.
Dát hield me op dat moment bezig, was ik aan ’t verwerken, dieper aan ’t opslaan, veilig, voor herhaling vatbaar. Dat zelfverzonnen recept dan, bedoel ik bij dat laatste.
& Nu dringt de vraag pas tot me door, die zich wel voordeed, maar nog niet ergens een landingsplaats had gevonden: waar waren zij mee bezig?

Niet dat ’t iets oplevert voor Zijperspace, behalve de vraag.

Typefouten

Nadat er aan de andere kant van de lijn nog even doorgenomen werd wat voor talen ik sprak – nou ja, hij noemde er 2, dus voelde ik me gedwongen dat zelf aan te vullen – constateerde de arbeidsdeskundig ambtenaar dat ik ook nog een typediploma had staan.
‘Ja, dat is uiteindelijk ’t diploma waar ik in mijn leven ’t meeste aan heb gehad,’ vulde ik de vruchtbaarheidswaarde ervan aan. ‘Ik ben nog steeds elke dag blij dat m’n ouders me dwongen die cursus op de middelbare school te volgen.’
‘Ja,’ klonk er minder enthousiast aan de andere kant, ‘ik weet niet of ’t veel toevoegt aan je cv, maar ik laat ’t er maar staan zoals ’t is.’
Terwijl ik ongedeerd gelukzalig zat te denken aan alle kostbare tijd die ik daardoor in m’n leven gewonnen had.

Typex bestond volgens de cursusleiders niet, meen ik me te herinneren. Maar ’t wil me niet meer te binnen schieten hoe wel al de noodzakelijke fouten die ons verder moesten brengen richting type-perfectie dan mochten corrigeren. Lieten we die gewoon staan of typten we de juiste letters door de foute heen & werd dat dan niet bij de puntaftrek meegerekend (in de wetenschap dat er in de ‘echte’ wereld inmiddels een witte inkt bestond ter verdonkeremaning: ’t zwarte witwassen)?

Verder heb ik een hekel aan hedendaags autocorrect. Maar ik geloof dat ik daar geen uitzondering in ben. Hoewel de millennium-kids daar waarschijnlijk anders over denken. De taal is dankzij ’t 2-duimig typesysteem ook al druk doende te veranderen. Met als hoogte/dieptepunt de vermissing van een afsluitende punt aan ’t eind van een bericht.
Men is verontwaardigd als je die wel gebruikt. ‘Bedoel je daar iets mee?’ schijnen huidige niet-kinderloze mensen tegenwoordig naar hun hoofd geslingerd te krijgen.
Dat heb ik me laten vertellen door een radioprogramma met presentators die mijn leeftijd minstens 5 jaar overstijgen.

Mijn overgang naar de computer ging daarentegen soepel. Ik had ’t idee dat ik daar voor geboren was. Die nare 5 kleuren van de Scheidegger blindtypecursus kon ik achter me laten & schijnbaar achteloos op de toetsen rammen, zonder dat m’n polsen last kregen van gekrenkte spiertjes rondom ’t draaigewricht aldaar.
Kwestie van de muis zo veel mogelijk ontwijken, leerde ik op een gegeven moment.

Bij een afscheid of een begrafenis, op een bepaald punt in je leven lijken die bijeenkomsten de memorabele momenten in je leven te gaan vormen, alsof er zich niets anders heeft voorgedaan (…of eigenlijk natuurlijk: na afloop van een begrafenis…), ontmoette m’n vader de voormalige directeur van een andere school. Ze waren elkaar vaak aan de vergadertafel tegengekomen in de tijd van interscholair overleg.

‘Ja, gepensioneerd.’
‘Jij natuurlijk ook gepensioneerd.’
‘Ja, ik zit tegenwoordig niet meer aan de typemachine.’
‘Raar dat je zo’n ding kan missen als kiespijn.’

Terwijl de man praatte, m’n vader knikte, met z’n bovenlip z’n vroeger slechte gebit verbergend zoals hij dat 25 jaar gewend was geweest, maar wat sinds zeker 5 jaar niet meer nodig was, luisterde ik mee, want eindelijk een onderwerp waar ik over mee kon praten, m’n vader aan kon vullen wellicht.

‘Maar ’t vreemde is,’ zei de oud-directeur tegen de man met ‘tzelfde beroep naast me, ‘dat ik nu veel meer fouten maak op de pc.’
‘Jajaja,’ humde & knikte m’n vader, z’n glimlach perfectionerend waar ondanks die poging starheid toch zou overwinnen, ‘ja, precies.’
Hij keek evengoed beminnelijk. Ondanks de niet-bestaande frustratie van typefouten maken, aangezien hij beiden toch niet meer kon bedienen (hij zou ’t ontstaan van de smartphone niet bewust mee gaan maken), plus een gebrek aan emotionele golfbewegingen in z’n aangezicht, was hij de aandoenlijkste man geworden, die zich zijn correctief gebruik van ’t platte pannenkoeksmes op de kinderbil niet meer voor kon stellen.

We zitten voor ’t toetsenbord van Zijperspace; geen pijntje of correctie niks.

Filmförbundet

Ik begon er aan om iets met literatuur te kunnen gaan doen. Al was ’t maar om een reden te hebben nog meer te lezen. Prettige bijkomstigheid was dat ik de taal erbij zou leren.
De professor dacht dat men sneller aan de taal, hoe die uitgesproken werd, dagelijks gebruikt, als je documentaires, maar vooral films zou zien. Er werden veel films gemaakt daar & ze stonden in internationaal aanzien.

Dus ipv luister- en spraakoefeningen, wijdde ik me vooral aan de videocollectie van de prof. Sommige opgenomen van de zweedse televisie zelf, op VHS toegestuurd door vrienden in ’t vaderland, maar liever nam hij films op van de BBC, zodat je kon in de ondertitels kon lezen wat er gezegd werd.
Toen wist ik nog niet dat luisteren niet m’n sterkste kant was. Horen wel: ik nam in me op hóe iets gezegd werd, maar kon m’n woordenkennis (vele lijsten met woorden op de terugweg in de trein geconsumeerd & opgeslagen) niet koppelen aan de conversatie in beeld. Ik volgde de titels & welke woorden gezegd werden konden amper door mij worden geregistreerd.
Net als met muziek: de stem is een instrument die iets toevoegt aan de sfeer. Teksten dringen niet letterlijk tot me door.

De meeste anderen waren er jaren achter elkaar op vakantie geweest of hadden er deels hun jeugd doorgebracht. Ik moest ’t hebben van 3 weken met m’n ouders in ’t land met de caravan rond tuffen in de periode dat ik niets durfde & oxazepam in m’n dagelijkse bagage zat. & Van elk vertaald boek dat ik tegenkwam zo snel mogelijk tot me nam.

Maar toen bleek dat de literatuurgeschiedenis niet uitputtend werd behandeld & de extra info summier was, wendde ik me tot de film.

Tijdens m’n 1e liftvakantie trof ik in Karlstad een filmmuseum aan. Met m’n reeds verworven taalkennis maakte ik de vrijwilliger met moeite duidelijk dat ik graag films van Victor Sjöström wilde zien in de blijkbaar voor mij alleen beschikbaar zijnde zaal. Sjöström had Bergman beïnvloed met z’n oeuvre uit ’t stille tijdperk. Die films zou ik wel kunnen volgen, want ’t lezen van ondertitels ging me tenslotte goed af.

Ze wist niet wie Sjöström was. De hoofdrolspeler van Smultronstället, probeerde ik haar uit te leggen, maar waarschijnlijk legde ik na 1 jaar taalstudie de klemtoon verkeerd. Met m’n vinger in de catalogus van videobanden aanwijzen wat ik wilde hielp beter.

Z’n gedaante moet me veel hebben gedaan, de paar keer dat ik de film Wilde Aardbeien (NL-titel) heb gezien: gister verscheen hij kort als cameo aan ’t eind van Klockorna i Gamla Stan, die ik aan ’t kijken was op Netflix.
’t Zweedse filminstituut heeft de rest van de wereld een groot blik geconserveerde films beschikbaar gesteld. Speciaal voor ons NL-ondertiteld nog wel.
Maar ik ben waarschijnlijk 1 van de weinigen die Sjöström heeft herkend.

Voorlopig slechts zweeds geroezemoes in Zijperspace.

Bram

Samen met m’n neef was ik bevriend met Bram. Hij zag er net zo saai door moeder aangekleed uit als wij. Alleen droeg ik geen pullover, behalve op zondag. Maar zondag was ’t moment dat alle kinderen gemarteld werden.

M’n moeder droeg nog maar spaarzaam een hoofddoek. Waarschijnlijk alleen tijdens de schoonmaak, als m’n tante langskwam om te helpen. Ze deden ’t huis grotendeels op hun knieën. Dan werd tenminste alles goed schoon, hadden ze van hún moeder geleerd.
Dat ze een stofzuiger met lange stang konden gebruiken deed daar niets aan af.
Zodat men weet in welke tijd ik leefde.

Bram leek geen moeder te hebben. Ik heb haar evengoed wel op een foto gezien. Met vader op de achtergrond & haar 2 kinderen aan haar zijde. ’t Had reclame voor tandpasta kunnen zijn. Slechts ’t sterretje vanuit de tandspleet ontbrak.
Voor de rest heb ik haar nooit gezien.
Bram’s tanden stonden nog meer naar voren als op onze klassenfoto. ‘Blinkblink’ zou overdreven zijn, maar ze waren wel aanwezig.

Zo onzichtbaar als z’n moeder was z’n vader ook. Behalve dat hij verantwoordelijk was voor de tv met afstandbediening.
M’n neef & ik waren dolenthousiast. We maten wat z’n bereik was. Te beginnen vanuit de achtertuin, die zeer modern helemaal betegeld was. Daar leek de afstands, die toen nog voluit werd aangeduid, geen bereik te hebben. ’t Testbeeld bleef op 1 staan. Maar ’t zou ook kunnen dat Nederland 2 toen overdag alleen maar ruis vertoonde. Ik kan niet alles meer uit m’n geheugen opdiepen.

We hebben ’t ook geprobeerd vanuit de keuken, vanachter de glazen wand. Blijkbaar aten ze daar. Er stonden 4 krukken aan ’t barretje, schuin achter die 20 cm dikke glazen afscheiding.
Je kon er Bram zo zien zitten, precies zijn hoogte. Of z’n jongere broer tot aan ’t barretje reikte, dat konden we niet afleiden uit de tandpasta-reclame.
Maar nee, de straling had volgens ons vanuit de keuken, door ’t dikke glas, geen bereik. Na 12 min nog steeds Nederland 1. Die toen ook nog geen Hilversum 1 gaf als begeleidend geluid.

Daarna gingen we tafeltennissen. Want dat wilde Bram. De prijs ‘Kampioen Regio Noord-Holland, Jeugdklasse’ stond op de schorsteenmantel te prijken.
M’n neef & ik moesten er dus ieder minstens 10 minuten aan geloven om na ingemaakt te zijn op tv te mogen pingpongen.
Maar zelfs daar wist hij effect te geven.
Wij dachten dat dat onmogelijk was. Maar Bram won iets te vaak om dat te blijven ontkennen.
De versie die m’n broer & ik van ons bollepelgeld (dat schreef je toen nog zonder tussen-n & zo sprak je ’t ook uit) kochten, kon dat na de zomer nog steeds niet.
Maar wij waren tenminste al relatief vroeg gestopt met ’t dragen van een pullover. Die vrijheid hadden wij dan toch.

Bovendien hadden wij een tandarts in Zijperspace, die ervoor zorgde dat we fatsoenlijk op de familiefoto kwamen.

Instaspaced (LXXVIII)

Ze komen los te staan, als derwisjen dansen zij de nacht & de mogelijkheid tot vrijdom, terwijl ik zit te gluren hoe hun krullen dermate krioelen dat ik er geen wijs meer uit word, want waar beginnen de 1-cellige wanden & onderscheidt ’t zich van z’n buur; ik zou ook wel zo’n minimale oneindigheid willen bereiken met geen drukte van waar is voor & achter & m’n nageslacht die zich slingert in een minimale zucht van de volgens mij niet-bestaande wind.

Zwijgzaam zucht klinkt in Zijperspace, als betreding van onhoorbaar mos.
(Foto [in betere kwaliteit, want rottig kopiëren als je je eigen foto’s ergens anders wil plaatsen & ‘t je onmogelijk wordt gemaakt door FB] & tekst eerder geplaatst op Instagram.)

Instaspaced (LXXVII)

’t Is eigenlijk alsof ik er ingezogen word, een gat, een draaikolk, een gesproken woord van een stripfiguur waarvan de rotte tanden de tralies vormen die me doen bedenken dat ik ’t toch liever niet wil, weggesleept worden van waar anderen normaal vertoeven, maar onderwijl weten dat ’t te laat is: 20 km ervoor gereden, lege handen voor de terugreis geen optie, dus mijn van kou roodgloeiende vingers, tot aan m’n armen is ’t inmiddels al aangetast, tasten de smartfoon te voorschijn om te bewijzen dat ik de mogelijk buitenaardsen heb gesproken; u herkent de tekstballon.

Die hebben we ook in Zijperspace, maar zijn doorgaans niet toereikend in dit medium.
(Foto [in betere kwaliteit, want rottig kopiëren als je je eigen foto’s ergens anders wil plaatsen & ‘t je onmogelijk wordt gemaakt door FB] & tekst eerder geplaatst op Instagram.)

Conversatie VIII

‘Mijn onderbroeken zijn een indicator.’
‘Waarvan? Dat ’t aantal strontvliegen in de buurt is toegenomen?’
‘Hahaha, ja. Dat zou ook kunnen. Maar ik kan er eigenlijk niet zo goed tegen ze rond te zien darren in de stront. & Moet er niet aan denken met een stokje er in te moeten wroeten.’
‘Je mag ’t me evengoed vertellen, hoor, wat jouw ondergoed je doet vertellen dat er iets aan de hand is.’
‘Nou, ’t is vooral als ik de was net uit de wasmachine heb gehaald & in de aanslag sta om ’t aan de lijn te hangen.’
‘De pas gewassen was.’
‘Eigenlijk is dat ook een indicator. Goed dat je dat zegt.’
‘Je moet toegeven dat ik je af & toe heus wel aanvoel.’
‘”Pas gewassen was” zingt altijd door m’n hoofd als ik de wastrommel leeg haal. & Dat kan een tijdje voortduren. ’t Hele zinnetje “De pas gewassen was die pas gewassen was” kan er voor zorgen dat ik de zin probeer te verlengen, variaties er op verzin, die allemaal met de was te maken hebben. Soms word ik er gek van, andere keren maakt ’t me juist rustig.’
‘& Dan kijk je naar je herenslips, netjes op een rij: & zingt ’t lied zacht sussend zichzelf voorbij.’
‘Was ’t maar zo. ’t Kan gebeuren dat ik vervolgens tijdens een fietstocht de verzonnen zinnen aan 1 stuk door m’n hoofd voel zigzaggen. Ergens op de achtergrond, maar ’t voelt alsof iemand 3 deuren verder 100 gaatjes in de muur aan ’t boren is. ’t Is ver weg, maar ’t is er wel.’
‘Maar nu over die indicatorfunctie van je pas gewassen was.’
‘Niet al m’n onderbroeken zijn groen.’
‘Dat is toevallig: die van mij ook niet.’
‘De meeste van mij wel.’
‘& Niemand die ’t ziet.’
‘Klopt. & Toch voel ik me er prettig bij.’
‘Ik vond je er de laatste tijd al gelukkig uitzien.’
‘Ze zijn al jaren groen.’
‘Je hebt er eerst aan moeten wennen, maar nu je ’t als een constante in je leven beschouwt, merk je dat er zich minder onrust buiten jezelf voordoet.’
‘Je bent erg grappig, maar je zit er niet eens zo ver naast.’
‘Nou vertel ’t maar. Je hebt heus wel door dat ik op randje stoel zit in afwachting van de onthulling.’
‘Sommige zijn niet groen.’
‘O, was dat ‘t. Nou, dan ben ik op de hoogte. Volgende keer hebben we ’t over de vogeltjes die in je tuin fluiten, maar voor nu bedankt voor de thee & koekjes.’
‘Ik ben er bijna, maar als je je eigen grappen leuker vindt, dan gaan we daar gewoon mee verder.’
‘Dat doe ik evengoed wel, dat weet je.’
‘Nou, als ik die was ophang, dan moeten de onderbroeken bij elkaar gegroepeerd worden.’
‘Niet tussen de sokken.’
‘Nou, vooral op kleur & op patroon. Maar ik mag niet bewust kijken naar wat ik uit de stapel pak.’
‘Anders is ’t spel niet leuk genoeg?’
”t Is geen spel. Eerder een dwangneurose. Nou ja, dat is misschien overdreven.’
‘Maar dat maakt ’t wel leuker.’
‘Dus groen bij groen, zwart bij zwart, maar als ik de 1e onderbroeken verkeerd heb opgehangen, dan passen enkele die later uit de stapel komen niet meer op een goede bijpassende plaats. Mag niet, maar dan ga ik vals spelen.’
‘Kan je me die indicator-clue nu eindelijk duidelijk maken? Ik weet ondertussen genoeg van hoe jij dankzij onderbroekenlol de dag overleeft.’
‘Ik merk de laatste tijd dat ik ze kriskras door elkaar kan hangen.’
‘Dus morgen wordt ’t mooi weer?’

Maar de engeltjes bleven lekken op de hoofden in Zijperspace.

Connie

M’n nicht gaat dood.
M’n broer heeft ’t gister verteld. Hij onderhoudt contact.
Ze vindt ’t goed. Geen behandeling meer, want vorig jaar had wel resultaat, maar niet lang genoeg dus.
Ze zou wel een kaartje willen, zei Jan. & Gaf haar adres door.

Ik zal ’t me wel zo herinneren dat ’t ’t beste klinkt, maar haar vader vond m’n moeder de leukste zus. Een apart plekje, bij hem.
& Andersom.
We gingen niet voor niets na vakantie nog even aanwaaien in ’s Hertogenbosch & bleven daar slaapplaatsingewikkeld nog een nachtje logeren.

& Wij hoefden niet ons best te doen om door onze nichten, plus 1 neef, mee op avontuur te worden genomen. Hoewel enkelen daar al te oud voor waren. Maar dan nog was er altijd wel iets aan de hand. Een 1e vriendje bij de oudste, vrolijk gekwetter bij de 2e, somberspannende verhalen van de 3e & gebondenheid bij de tweeling.
& Kaj, de enigzoon, dribbelde daar ergens tussendoor.
Onze gezinnen waren even groot, maar zij hadden meer ervaring & hadden ’t pad uitgevonden die wij nog moesten gaan.

’t Was als vogelgekwetter, altijd iets aan de hand. Ook al was er meestal wel 1tje missend. Nog in bed, druk aan de studie of elders vertoevend. Afwezigheid betekende bij hun evengoed aanwezig zijn.
& Ik wilde daar deel van zijn, maar wist niet hoe. Want stuk voor stuk ouder, anders: veel ouder.

Jaren later gingen er neven dood. Waarvan 1tje mijn broer.
We zagen elkaar dus bij begrafenissen. Dronken wijn/bier. & Ik wilde weer bij hun zijn. Ze waren nog steeds ouder, maar hadden hun scherpe humor nog. Zonder zurigheid, dat was vooral zo leuk. & Ome Carel kwam langs om te zien of ik me wel gedroeg met z’n dochters. Zelf ook wijn, de laatste dan voor de thuisreis moest ingezet.

Ik ben zelf mee terug gereden naar Amsterdam met Connie & Jet. De begrafenis van Gerard was dat. Onderweg was een tosti nodig. Voor mij bier.
Ok, dan kon wijn ook wel.
Griekenland, huisartspraktijken, liefdesperikelen, gal, zon, vogelgekwetter opnieuw. Ik zong mee in vol ornaat.

’t Lijkt zo weinig, achteraf gezien. Die 5 zussen plus een broer die we hooguit 1 keer per jaar zagen. Maar we waren thuis bij hun, tegelijk op vakantie, op avontuur. Je wilde van ze houden, maar hield er rekening mee dat ’t weerzien waarschijnlijk weer een tijd zou duren.
’t Is dat die humor niet meer mogelijk is, nu Connie gaat. Dat sarcasme, die snauw naar de mensheid, de lach, een schater, & de serieuze ondertoon aan ’t eind.
‘Wel wat van je laten horen, hè!’
Waarbij ik wist dat zij, & haar zussen, dat ook niet zo goed konden.

Ik moet een kaartje sturen. Ik moet haar zussen zien. Ja, natuurlijk ook haar broer, maar ik kan dit soort dingen alleen maar met vrouwen, weet ik nu.
’t Is zo lang gelee dat ik dat nog niet wist & ’t me alleen maar overkwam.

Hé Connie, groeten uit Zijperspace.

Om-x

De app crasht. Steeds weer. Er worden geen punten geteld & je raakt gefrustreerd. ’t Ommetje, de methode, was een middel om je te gedragen zoals je idealiter zou willen. Maar nu ’t falen van de techniek geen substantiële dwang meer levert, lijkt de noodzaak daartoe in te kakken. De schouders gaan hangen, ’t tempo stagneert.

Zo is ’t nou 1maal zoals ’t werkt bij mij.
& Met mij zijn er velen die dat zo voelen, anders had niet de helft van de niet regelmatig sportende bevolking van dit land zich bekeert tot de Ommetjesapp.

De app geeft meer irritatie door dat crashen dan dat ’t iets oplevert dat ’t gevoel van de daarmee tevens gepaard gaande frustratie weg kan nemen door puntenbeloning.
Dus werd ’t tijd voor iets anders.

Onafhankelijkheid is daarbij een forte. Onafhankelijkheid van technische knowhow – hoe bouw je een app??? Onafhankelijkheid van anderen die dat wel kunnen => & je teleurstellen als bugs de boventoon gaan voeren. Onafhankelijkheid van stringente regels: iedereen moet er lol aan kunnen hebben.
& Lol is key.

Ik slaak warempel moderne taal uit. Waar ik vaak de opmerking toegeworpen krijg dat mijn woorden archaïsch overkomen.
Beter dat ik ’t vocabulaire gebruik dat tot begrip leidt.

’t Nieuwe concept is gebaseerd op pluriformiteit & vertrouwen.
Men zou dan vast graag willen opmerken dat goede nieuwe ideeën over ’t algemeen op drie basiseenheden is gebouwd, maar nr 3 is in dit geval zó vanzelfsprekend dat ’t haast overbodig is hem toch maar te noemen: beweging.

Die pluriformiteit uit zich in ’t gebruik van meerdere apps.
– 1 Om berichten naar de groep van gelijkgestemden te sturen (Signal, Telegram, Whatsapp).
– 1 Om je afgelegde route vast te leggen (Timeline Maps) ivm afgelegde afstand.
– 1 Om de tijd bij te houden (een stopwatch is bijna standaard met ’t opererend systeem van je smartphone meegeleverd).
Eventueel nog aangevuld met een app om aantekeningen mee te kunnen maken.

Voor de rest slechts enkele simpele spelregels die gebaseerd zijn op ’t eerder genoemde vertrouwen. Maar door ’t puntensysteem te larderen met vindingrijke mogelijkheden jezelf te verrijken met een goede score, hoeft men zich geen zorgen te maken om al te veel met vals spel te maken te krijgen.

Hoe ’t puntensysteem dan werkt?
Ommetje heeft aan de ene kant de lat gelegd waar ’t aan moet voldoen. De lat was echter niet hoog genoeg. Er kon nog wel wat cms bij in de vorm van puntenscores die op andere voordelen van een wandeling zijn gebaseerd.

Men krijgt nog steeds punten voor ’t 1 dagelijks ommetje, maar voortaan maar 3. Daar komen 2 punten bij als dit vóór 9 uur is gestart. Nog een mogelijkheid tot extra punten voor de wandeling zelf kan je verwerven voor elk volledig uur dat je hebt gelopen.
De regels van minimaal 20 min & 750 m lengte blijven staan.
Voor de 2e wandeling 2 punten. Nr 3 levert er 1 op.

’t Delen met de groep levert geen extra punten meer op. Delen is nu immers noodzakelijk. Je moet immers een overzicht geven van de verworven punten & de totaalstand.

Je mag jezelf een extra punt toebedelen als je onderweg iemand bent tegengekomen. Een 2e punt als je die al meer dan een jaar niet gesproken hebt & dat nu wel hebt gedaan.
Om de dag krijg je een punt als je onderweg van de gelegenheid gebruik hebt gemaakt om boodschappen te doen. 750-meter-regel blijft echter gehandhaafd.
Een punt als je een bijzonder beest/plant/whatevernatuur hebt waargenomen. Elke dag te innen.
Als je over je wandeling geschreven hebt, maakt niet uit op welke manier (gedicht, column, verhaal); delen is niet verplicht => 1 punt.
Is er je onderweg iets bijzonders gebeurd (delen wel verplicht): opnieuw een score van 1.
Een wandeling buiten de comfortzone van je eigen buurt (zeg maar: 5 km ervan verwijderd), doet de teller ook tikken. Evenals als je hierbij gezelschap had (tot een max extra score van 3).

’t Enige wat je hoeft te doen is een bericht te sturen met dat je wandeling is afgelopen & even later een opsomming van je gescoorde punten met korte omschrijving waarom. Plus de tussenstand.
Geen controle.

Dat geeft ’t vroegtijdig kort Zijperspace verlaten weer zin.

Ongelezenen

Mijn huis is een boekenboerderij. Vertaal dat in ’t engels & denk voor boeken dieren.
Niet elk van hen is nl even gelijk. Maar ik probeer ’t niet te laten merken.

Zo zijn de romans in aandacht opgeschoven & krijgen ze geen alfabetische volgorde meer. Niet dat daar nog veel bijkomt die mogelijke zorg noodzakelijk maakt, maar mocht ’t zo zijn, komen ze op de methode ‘zo min mogelijk arbeidsintensief’ op hun achterkant bovenop een rij staanden te liggen. Ik neem nog net de moeite de rug leesbaar te laten zijn. Voor latere referentie.

Maar ik kijk ze aan. Bewonder ze. M’n ogen strelen hun aanwezigheid, zeker die hier dicht in de buurt.
Dat wat uitsteekt geef ik af & toe een duwtje, bedenk me dan dat dit niet zonder reden was, want met z’n achterbuurman te groot voor de diepte van de plank. Loop ik om de kast heen & schuif de achterbuurman weer in positie & wrijf teruggekomen goedkeurend langs de voet van ’t boek, z’n tenen overboord.

Heel veel is ook nog niet gelezen.  Ze moeten gewoon aanwezig zijn. Voor ‘je weet maar nooit’ of om me dromend toe te wenden met de gedachte ‘Jij komt ook nog wel aan de beurt’.
Vooral rijtje Darwin dromen ze wat dat aangaat over een gouden toekomst. Ze zijn met velen, maar je voelt de hoop gloren.

Afdeling Insecten voelen zich in vergelijk enigszins weldadig & voornaam. Zij kunnen bij de minste gelegenheid opgepakt worden. Van bladzijden wapperend tot diepgaand raadplegend. Maar ook met bewondering aanschouwend voor een kort moment, plaatjes koekeloerend, dromend waarom de inhoud, ’t onderwerp, nog niet genoeg verklaard.

Er heerst echter ongelijkheid in natuurboekenland. Zo gegroeid omdat de mens jarenlang bevooroordeeld was. Beperkt interessegebied is daar historisch van de oorzaak. Vogels wat de klok slaat, want daar ging de aandacht voornamelijk naar uit. Dus probeerden velen er over te schrijven. & Wat goed is komt bovendrijven. Veel vogelboeken derhalve, die ik met veel plezier lees, want dat gaat altijd makkelijker met kwaliteitsliteratuur.

Men heeft jarenlang gedacht dat bomenboeken als hun onderwerp omvang moesten hebben, met grote illustraties van statuur. Daarbij vergetend dat tekst minstens zo belangrijk is.
Ik lees liever over de bomen, dat geeft ze meer leven. Pas de laatste tijd is men hier in uitgeversland NL er achter dat dergelijke boeken gretig aftrek genieten, ook al, vooralsnog vooral, afhankelijk van vertalingen.
Die kast staat vol met ongebruikt, alleen de determinatieboeken & ’t spaarzame leeswerk heeft z’n doel, gelezen te worden, daadwerkelijk bereikt.

Ze moeten er evengoed gewoon zijn, blijven ook. Al blijven de bladzijdes dicht aaneen gesloten. ’t Mag niet weg, ze zijn me alleen al voor ’t staan of soms liggen, even dierbaar, zoals m’n ouders over hun kinderen konden zeggen. Ook al kreeg de jongste grotere kado’s toen er meer geld kwam. Maar waar de jongste op jonge leeftijd z’n broers ’t huis al zag verlaten, krijgen de boeken bij meer geld alleen maar extra gezelschap.

Morgen koop ik met een timeslot & een stadspas gewapend de natuurafdeling van een kringloop in Zijperspace leeg.