de vlag (afl 1)

De Boekenman heeft afgelopen weekend weer een klusje geklaard & hij wil er duidelijk iets over kwijt.
‘Was ’t zaterdag hier nog druk?’
‘Ik weet ’t niet. Ik was hier niet.’
‘Nou, ik had ’t wel druk, want ik heb na afloop geholpen.’
Alsof-ie ’t paleis na afloop van ’t huwelijk aan kant heeft gemaakt, zo gewichtig doet-ie er over: ‘& Ik kreeg er een kleinigheidje voor. Da’s leuk als mensen er van houden.’
Ik word geen wijs uit die paar zinnen, maar Boekenman laat een stukje stof zien, dat lijkt op jute, waar een klein vlaggetje op zit genaaid. Ik kan me niet voorstellen dat-ie daar trots op is, maar blijkbaar doet ’t ‘m wat.
‘Wat heb je ervoor gedaan dan?’
‘Ik help daar wel vaker, aan de Singel. Aan ’t eind van de dag heb ik geholpen de bloemenstal op te ruimen.’
Hij laat de vlag nog eens zien & terwijl-ie ‘m vervolgens opruimt, praat-ie verder.
‘Misschien heb ik ‘m gestolen; daar kan ik me niet over uitlaten. Aan ’t eind van ’t opruimen hing dit vlaggetje er nog als laatste. Toen heb ik ‘m bij me gestoken. Misschien misten ze dit vlaggetje toen ze vandaag weer moesten opbouwen. Dan heb ik ’t gestolen. Maar misschien ook niet.’

Hier zullen we waarschijnlijk nooit zekerheid over krijgen in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.