3e dorpsgek

Pietje Lont was een zoon van de duitse kroonprins, die geen kroonprins meer mocht heten. Hij kon niet van de vrouwtjes afblijven, zoals men toenmaals zei. Enkele onechte kinderen zijn daardoor ter wereld gekomen. Zonder echte vader kwam Pietje Lont zodoende ter wereld, zonder erfenis, zonder duits rijk.

Pietje Lont sprak russisch, frans, duits, engels & wellicht nog wat andere talen, door z’n werk op cruise-schepen in z’n jonge jaren. Maar je kon je alleen niet voorstellen dat Pietje ooit jong was geweest. Piet was altijd al oud, maar dat idee was waarschijnlijk vooral ontstaan door z’n nimmer aflatend dronken gedrag. Bovendien rookte hij sigaren. Dikke sigaren die alleen maar bij oude mensen, mensen van lang geleden hoorden. Maar dat deed-ie slechts als-ie er geld voor had. & Dat was wanneer z’n uitkering net binnen was gekomen.

Als z’n uitkering binnen was, gaf Pietje rondjes weg. Als z’n uitkering op was, & dat gebeurde al snel, wachtte hij tot hij wat aangeboden kreeg. Of hij ging er om bedelen.
Hij had een heel scala aan truukjes om z’n bedelen kracht bij te zetten. Vaak truukjes die maar voor de helft lukten, omdat z’n ouderdom & alcoholisme hem parten gingen spelen. Maar de sigaret z’n mond in toveren lukte altijd wel.
Hup, sigaret op de tong de mond in, mond dicht, sigaret was weg, mond open, hup, sigaret weer naar buiten. & Guitig kijken daarbij.
& Vervolgens liet-ie een zielig: ‘Biertje?’ weerklinken.

We spraken af dat we ‘m een enkele keer een biertje zouden geven, maar dat ‘t bij 1 moest blijven. Ook al zat-ie stilletjes in een hoek.
Maar juist dat wilden we niet. Hij bleef hangen in de warmte, viel soms op de barkruk in slaap, waarna je ‘m wakker moest schudden. Dat deed je liever niet, want dan moest je die eeuwige stank, die hij om zich heen had hangen, binnentreden. & Bovendien moest je die stank ook nog met je handen aanraken.

Iedereen kende Pietje Lont. Hij was de clown van Den Helder. Kon dagenlang verkleed als Sinterklaas door de stad waren. Duidelijk herkenbaar, niet alleen door z’n kleine postuur & brede grijns.
Of liep door de winkelstraat gekkigheid uit te halen, waarbij z’n net zo gekke surinaamse vriendin om z’n grappen stond te gieren. Alle mensen liepen in een wijde boog om hem heen, omdat hij midden in de drukte in een put stond te pissen.
Of laveloos hangend op een bank, z’n fles nog in de hand. Door iedereen gemeden, zelfs als de bank geen bank was, maar de koude grond.
& Toch lachte iedereen om z’n grappen.

& Toch was z’n opname in een ziekenhuis wereldnieuws in Den Helder. & Toch wist iedereen dat z’n been eraf gezet werd. & Toch miste iedereen ‘m vanaf dat moment in ‘t winkelcentrumbeeld.

Men hoorde wel ‘ns verhalen viavia van mensen die toevallig in ‘t verzorgingstehuis waren geweest, waar hij sindsdien vertoefde. Dat hij stralend sigaren rookte, gezeten in z’n rolstoel, grapjes maakte met ‘t dienstdoend personeel & geen druppel meer dronk.

& Toch koesteren we liever andere herinneringen in Zijperspace.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *