Archaïsch

Men moet mij verschonen. Ik heb een liefde meegekregen vanaf men mij woorden bijbracht. Ik geur ze, poeder ze, polijst ze schoon.
& Liefst had ik dat laatse woord met dubbel ‘s’ geschreven. Omdat ’t goed stond. ’t Schikte.
De stropdas van Pa, dit keer niet zelf gekozen. ’t 1e Evangelie klonk gelijk mijlen beter, de galm over de schouwen, ruk aan kinders knokkelig bot om niet te kijken waarheen.

Ze voegen zich niet altijd in wat gewoon is in mens mond. Liefst soms ietwat anders. Ze dragen ’t, ze doen ’t, ze laten zichzelf bij mij.
& Ik doe wars & dwarrel ze, zodat ze elkaar misschien wel herkennen, maar zichzelf kort niet.
Zij doen huppel in m’n mond, wat ’t bord tracht te besturen, toetsen schuddend zodat er vanzelf iets verschijnt licht benevens waar, maar meer vloeiend, vleiend, richting henzelf.
Mij ’t medium, die toevallig beknopt is om gestuurd te worden. De trippeltrap van voederzoekende ekster die klikt op wat glimt.

Ik buik & ik pers, wacht af wat komt. Burps, wroet, & laat uiteindelijk los.
Moet in de wachtstand want dwang maakt kwark niet lekker. Letters wel.
’t Is niet als hark, dark of stark, want kwark is kwark. Ik ga bijna lusten.

Ben benieuwd hoe ’t afscheidt in Zijperspace.

Eén reactie op “Archaïsch”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *