Bunkers

Afgelopen nacht werd ik weer eens door ex-vriendinnen in de steek gelaten. ’t Was allemaal niet mijn schuld, werd door een multi-eenheid van reeds vergaan gedacht verdriet gemeld. ’t Was hun knoeien met emoties, frustraties & onmacht over hun onwetendheid van wat ze werkelijk voelden.
Daar moest mijn naïviteit aan geslachtofferd worden. Mijn enthousiasme ook over jeugdige hormonenstormen die weliswaar van binnen woedden, maar hun taal pas konden spreken zo gauw mijn ex-vriendinnen zich in mijn nabijheid toonden. Van onzekerheid & niet de juiste woorden, van lippen die zich wel openden, maar die zich liever aan elkaar vastgenaaid hadden gezien, zodat van liefdeshongerdood gestorven, een martelaar gelijk.

Zo kwamen de beelden, met enkele vriendinnen tegelijk, zich al decennialang niet meer overdag getoond. Ze kweelden & smeekten dat ik ze opnieuw moest verlaten, dusdanig in een slaperige mist gehuld dat herkenning van ieder afzonderlijk juist leidde tot een algemene versmelting. De 1 gaf haar stem, de ander haar beweegredenen, de 3e een vage weerspiegeling van wat haar gezicht ooit was geweest. & Ongemerkt wisselden ze constant van rol.
Ze hadden blijkbaar besloten met z’n allen opnieuw toe te slaan, juist in dit huis waar ik mijn best doe alles zo te laten dat ’t lijkt alsof mijn aanwezigheid geen verandering heeft veroorzaakt. Slechts daar waar ik eet & slaap wordt ’t verhaal verteld van mijn dagelijkse noodzakelijkheden in de tijd dat ik voor de huisdieren zorg.
Ik heb zelfs precies ‘tzelfde wc-papier aangeschaft toen ’t bijna op was, om straks de eigenlijke bewoners niet er aan te herinneren dat ik hier verbleef. Ze weten tegen die tijd wel dat ’t zo was, maar de onveranderde dingen helpen hun huis niet te onteigenen. De stoelen rond de tafel gerangschikt zoals ik ze vond, de deur op slot nadat ik vertrokken ben.

De vriendinnen van vannacht vertelden me juist dat ze zichzelf nog niet gevonden hadden. Waar ik in die on-ontdekking een plaats zou moeten hebben, wisten ze niet. Er bestond geen duidelijkheid over wie ik was & hoe zij zouden zijn als ik bleef. & Een stem klonk, een schimmig gezicht leek iets te zeggen, over dat mijn aanwezigheid een te zware last zou zijn in hun veranderingsproces, hun zoektocht, mocht ik dat prefereren, waarbij ik al voelde dat al die vaagheid begon te zweven & vaststaande grond leek te ontbreken.

Waarop ik iets gezegd moet hebben dat ik als een stenen huis was, waar slechts de eettafel een wisselend menu zou voorschotelen.
Maar ik wist, door reeds opgedane ervaring, dat dit niet meer mocht baten. ’t Waren immers hun van uit ’t verleden, waarvan ik de in de tussentijd ontstane hanenpoten niet kon zien & dit tafereel zwart-wit gekleurd leek. Ze waren in een proces van zelf gewenste ontwikkeling een bunker geworden die niet had mogen meedoen aan de strijd.
& Ondanks dat vielen ze mij in bed lastig met zoenen, woorden, tranen & hun eens lief veronderstelde gezicht.

Ze hadden van ’t bestaan van Zijperspace helaas geen weet.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *