verjaarskado

M’n vader was er niet op m’n verjaardag. Hij zag er tegenop. Dat heeft-ie wel vaker sinds-ie Parkinson heeft. Dan ziet-ie op tegen ’t autorijden & de hoeveelheid mensen op de verjaardagsplek, die ’t zo onoverzichtelijk voor ‘m maken. & Anders heeft-ie wel een andere reden om er geen zin in te hebben.
M’n moeder vond ’t goed & belde me er een paar dagen voor ’t gebeuren over op.

De kado’s waren wel van zijn hand, begreep ik. Planten in potjes die uit hun tuin afkomstig waren. Of eigenlijk die van vorig jaar, want afgelopen tijd heeft de tuin een gedaanteverandering ondergaan. Meer pad, minder tuin. Zodat m’n vader zich er makkelijker in kon bewegen.
M’n moeder had er wel aanwijzingen bij gekregen. Stukken minder instrukties dan vroeger, maar toch instrukties.
‘Dat is bosaardbei. Daar weet ik de naam niet meer van. Dat stronkje moet zo snel mogelijk geplant & water krijgen.’

Maar dan moest m’n vader wel een andere keer mee naar Amsterdam om bij mij op bezoek te gaan, vond m’n moeder. Dan gaan ze wel met de trein. FF bij mij langs & daarna misschien een wandeling maken.

Ik vond ’t een goed idee. Ik maak liever met m’n vader een wandeling dan dat ik ‘m apathisch door de onoverzichtelijkheid van de andere visite & ongerust over ’t feit of ze wel weer bijtijds zullen vertrekken bij me thuis heb. Juist op een moment dat meer mensen aandacht van me vragen.
Nee, dan ga ik liever met ‘m ’t Amsterdamse Bos in. Of lopen we langs ’t Amsterdam Rijnkanaal. Misschien wel een route die hij ooit zelf heeft afgelegd. Ondertussen liggen er echter meer verhalen van mij langs die wegen, zijn de paden mij beter leren kennen dan m’n vader.

Als kind was ik niet mee te slepen, doodsbenauwd om tijdens de zondagse wandeling in de Donkere Duinen of ’t Robbenoordbos plots naar de wc te moeten. Weggerukt te zijn van alle zekerheden. Ik smeekte om alleen thuis gelaten te worden, maar onverbiddelijk werd ik meegesleept in de beleving van de natuur.
Aan de andere kant van m’n jeugd zie ik er juist naar uit om met m’n vader op pad te gaan. De paden te bewandelen weg van de angst je in onzekerheid te begeven, weg van de enkele plek die volledige zekerheid geeft.

Ik hoef niet meer zo nodig. Ik heb de tijd, zeker met m’n vader, ook al weet ik dat ’t alleen maar minder wordt met ‘m, dat er een kans is dat dit soort gelegenheden zich bijna niet meer voor zullen doen. Ik moet er niet de haast ingooien & te snel aan alles voorbijgaan, maar juist de tijd nemen. Laat ons maar langzaam voortslenteren op zijn tempo, vervuld van de stilte & de vogels & ’t geruis van een enkel blad. Vervuld van ’t kado dat geen kado mag heten, maar meer waard is dan een plantje in de tuin.

Er zijn nog vele kilometers te gaan in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.