Verwachting

Tineke stuurt me een foto van haar ochtendwandeling in ’t zuiden van ’t land. Hoopvol licht brandt lichtjes door een gaatje in de wolken boven een ver huisje aan de andere kant van een plas, dat ingeklemd ligt tussen enkele tengere bomen in een verder bloemrijke weide. Je voelt de aarde vocht ademen van wat er afgelopen nacht gevallen is.

Ik schrijf: ‘Mooi hoor. Met nog al die nattigheid in de lucht.’
Terwijl ik ’t verzend kijk ik over m’n schouder, door de leegte van ’t 3e gordijn van 4, dat ik altijd open laat staan in de ochtend voor wat binnenvallend licht. Maar dat zorgt dat ik toch afgesloten blijf van wat buiten gebeurt & kijkt.
Op de regen na die onderwijl doet waar-ie goed in is.
Ik wil Tineke nog schrijven wat me te binnen schiet: ‘Hier weegt ’t vocht nog te zwaar.’
Maar ik vind haar foto zo al mooi, geen ondertiteling nodig.

Ik roep de regenverwachting maar weer eens op. Merk bij mezelf tegelijkertijd op dat ik in 1 dag tijd ‘weersverwachting’ een andere naam heb gegeven. & Dat terwijl ik de buien, wat reeds gevallen is & wat nog komt, al een tijdje in de gaten houd.
De verwachting voor woensdag ziet er nog steeds niet best uit. Er is niemand bij ’t KNMI, evenmin een andere weergod, die mij ten dienste wil zijn. Geen fietstochtje van 75 km, herhaal ik somber. Een binnensmondse verzuchting die ik minstens per weerpagina 3 maal daags slaak bij ’t openen van slechte vooruitzichten. Elke weerdeskundige verschilt in zijn korte-termijn-toekomstvisie subtiel van de anderen, maar ik word er uiteindelijk straks even kleddernat van, voorspel ik mezelf.

Ik vind regenjassen niet werken. Je wordt net zo nat als dat je lichaam zweet. & Ik vraag me al jaren af waarom door dat verschijnsel ’t bij mij binnen mijn omhulsel keihard klettert.
Misschien blijf ik er slank bij, zoveel vochtverlies. Dwingt me onwillekeurig te denken aan ’t buikje dat m’n vader vlak voor z’n tocht naar Santiago de Compostella had.
Voor de 53e keer dit jaar denk ik dat hij op dat moment mijn huidige leeftijd zal zijn geweest. Ik kan er 1 of 2 naast zitten.

Weg gaan creëert barrières. Je wordt je meer bewust van vanzelfsprekende obstakels die je thuis makkelijk uit de weg kan gaan. Neem een gaatje in ’t tentdak. Je reis in duigen want alles nat.
’t Is nooit zover gekomen, maar ik maak de mogelijkheden alvast aan voor ik vertrek.
In werkelijkheid is wat ooit nat werd diezelfde middag nog opgedroogd.

Eigenlijk is de verandering wat mij thuis houdt. Ik probeer elke uiting daarvan in toom te houden. Maar juist verandering is de omschrijving van vertrek voor langer dan een dag.
Als ’t geen regen was, dan was ’t de zon.
Of een ander mijmervoorbeeld waar ik op kan zitten herkauwen: hoe kom ik aan een biertje onderweg? Hoe krijg ik die koud geserveerd? Kan ik de extra kosten voor ’t ontberen van m’n koelkast wel missen?

Een stap buitenshuis is een reis die ik al 100-en malen heb gemaakt voordat de drempel is gepasseerd. Ik heb de weg al zo vaak afgelegd vooraleer ik vertrek dat ’t uiteindelijk kan meevallen, maar die hobbel bij de voordeur groeit in de voorbereiding tot onneembaar.

Die dan weer krimpt bij de boodschapjes om de hoek van Zijperspace.

Eén reactie op “Verwachting”

Laat een antwoord achter aan Toetsie Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *