11:16 15/04/02

Naast de deur, die heen & weer klappert omdat we in Castricum tot stilstand worden gebracht, hangt in digitale letters de eindbestemming van de trein.
‘Hé, dat is van mij,’ denk ik altijd als ik plots ‘Den Helder’ ergens zie staan. Alsof men ’t speciaal heeft opgeschreven om mij aan te spreken. Hoewel ik al jaren in Amsterdam woon & niet van plan ben dat te verlaten, heb ik dat niet zo sterk met die naam.
Aan Den Helder mogen mensen niet komen, hoewel ik ’t een afschuwelijke stad vind. ’t Is of men een privaat deel van mij raakt als ze de naam uitspreken of ’t ergens genoteerd staat. ’t Is niet meer weg te denken uit m’n leven, als een levenswortel houdt ’t zich verbonden aan mijn zijn.

Men raakt zodoende nooit ver verwijderd als men in Zijperspace is.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *