3 Maanden geleden durfde ik vol trots iedereen die ik tegenkwam te vertellen dat ik een blog had.
‘Een blog? Wat is dat?’
‘Oh, da’s een weblog.’
Nr 69 was de 1e die wist wat een weblog was, maar iedereen zei een kijkje te zullen nemen in Zijperspace.

Een week later kon spontaan ’t schaamrood m’n kaken bestijgen, als ik bedacht dat een bekende inderdaad m’n blog had gevisiteerd. & Dat men uit angst me te kwetsen geen kommentaar erover wilde geven. Ik durfde ’t bestaan ervan niet meer onder de aandacht te brengen, zo onzeker was ik over m’n toetsenbordvruchten (ook uitdrukkingen moeten met de tijd mee). Dat gevoel was niet aanwezig op ’t moment dat ik ’t voor me zag op beeldscherm, maar des te heftiger zogauw ik onder de mensen kwam.

Zeker een maand ’t onderwerp blog indien mogelijk verzwegen. Slechts als men vroeg waar ik m’n tijd aan besteedde, vond ik een bekentenis op z’n plaats. & Ondertussen schreef ik koortsachtig verder.

Gister durfde ik in een gesprek weer te beschrijven waar ik mee bezig was, & waar de resultaten van die bezigheid te vinden waren, zonder dat ik bedacht dat ’t me extra kwetsbaar maakte als die persoon inderdaad m’n stukjes zou gaan uitpluizen. (Waar een Nedstat-teller al niet goed voor is).

Maar wat heeft ’t afgelopen nacht moeite gekost de ‘publish’-knop te gebruiken. & Wat heb ik me moeten inhouden bij ontwaken om niet de ‘del’-knop te hanteren. (1 foute reaktie & ik weet ‘m alsnog te vinden; u bent gewaarschuwd).

’t Zijn slechts evenwichtige & zelfverzekerde heren die Zijperspace mogen besturen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *