Afb

Ik ben Antonius Franciscus Bernardus. Ton de roepnaam, Zijp de achter.
Er is een fysiotherapeut (meen ik me te herinneren nu ik dit schrijf) & een voorganger met dezelfde naam (zonder de rk-initialen). De 1e woonde in de buurt van Eindhoven, de ander heb ik al weet van sinds ik z’n dochters elke zaterdag te gast had in de jeugdbibliotheek in Den Helder. Inmiddels begint zich ook een 3e naamgenoot zich in Amsterdam te ontwaren.
Ik neem ’t ze niet kwalijk dat ze dezelfde naam hebben, zolang ik maar bovenaan blijf staan bij Google.

Ik ben nooit zo geïnteresseerd geweest in m’n doopnamen, laat staan in de afkorting van de 3. Ik kwam er pas laat achter dat ’t ook kan staan voor ‘afbeelding’.
Mijn engelse leraar van de middelbare school, Reitsma geheten, vertelde me ooit dat hij spijt had z’n dochter Nienke te hebben genoemd. Hij was z’n leven lang al een fel tegenstander geweest als mensen hem aanspraken als was hij een nummer.
Hij zelf heette Martin & heeft dus aan de selffulfilling prophecy van z’n initialen voldaan: hij was onze meester, maar op een gegeven moment staakten we hem nog meneer te noemen.
Een compliment in die tijd, maar niet gevoed door waar ‘mr’ voor zou kunnen staan.

Je leven lang een afbeelding te moeten zijn is waarschijnlijk minder erg dan een nummer, maar ik vind ’t evengoed prettig dat er niet al te veel meer naar die doopletters wordt gekeken. Verder zet ik elke morgen thee, mocht men de neiging hebben een grapje te maken met de initialen van voor(roep)- & achternaam.

& Toen kwam ik A.F. Zijp tegen.
Als men Jansen, de Jong, de Vries heet of een andere veelvoorkomende achternaam, dan kan men op een bepaald moment zelfs gewend zijn zo nu & dan een gelijknamige te ontmoeten. Met Zijp is die mogelijkheid niet al te groot. Hoewel, zoals hierboven beschreven, internet die onmogelijkheid behoorlijk heeft verkleind. Een normaal mens googelt z’n naam wel eens.
Dat de normale mens totaal anders is dan mooi rond getal 50 jaar geleden, laat ik buiten beschouwing.

Bijgevoegde illustratie toont hoe ik hem tegen ben gekomen.
In een portiek. ’t Is me nog steeds een raadsel waarom m’n oog op ’t naambordje viel.
Ik probeerde daar 1st normaal over te doen. Iemand met dezelfde naam, niets bijzonders. Hij mist de ‘B’ alleen.
Maar langzaam begon tot me door te dringen dat iemand nog niet eerder zo dicht bij mijn identiteit is gekomen. ‘A’ moet welhaast staan voor Antonius. ‘F’ valt ook zeer gemakkelijk door Franciscus in te vullen zijn.
& Mocht hij ouder zijn, dan is ’t haast vanzelfsprekend dat-ie maar 2 doopnamen heeft. Eind jaren ’50 begon men pas met er een 3e aan toe te voegen. Mode in vooruitstrevend na-oorlogs RK.

Ik heb een minuut staan treuzelen. M’n vinger ging meermaals richting deurbel, maar op een millimeter afstand is hij bij de uiterste neiging stilgehouden. De andere pogingen scheelden ruimtelijk niet veel daarvan.

Ik weet niet waarom ik dacht dat hij op mij zou lijken. Dat ik een spiegel tegen zou komen & mezelf gereflecteerd zou zien, maar daarbij de mogelijkheid zou hebben gedesintegreerd te worden binnen een tel die mij de kans zou ontnemen hem bij ’t opendoen te kunnen zien.
Te veel SF-films gezien. Griekse & romeinse mythes in m’n jeugd gelezen. De in mijn jeugd verstoten god altijd fluisterend in m’n oor, prevelend maar onontkoombaar, te lijken ontwaren.

Mijn freezeframe duurde toch zeker 1 minuut. Met een hortende & stotende terugkeer van m’n vinger telkens. Waarbij de bewegingsvrijheid van die vinger varieerde tussen 1 mm & 1 cm. Genageld in een luchtledige barrière.
Ik heb Harry Potter & spreukenweetalletje Hermione moeten inschakelen om me te laten losweken. Als niet in god, dan maar in dat heelal van samengebundelde mythes.

1 Minuut & ’t bracht me m’n eigen levensloop. Al ’t bovenstaande ging aan mij voorbij in een veelvoud aan detail. Waar mijn naam z’n oorsprong had & waar wendingen zich hadden voorgedaan.
& Waarom natuurlijk. Bijna overbodig hier nog te melden.

’t Heeft me niets gebracht, die ontstellende hoeveelheid vragen, de twijfels over wat me tot hier had gebracht, ’t onbegrijpelijke plotse geloof in spiegelingen waar ze voorheen werden afgedaan (maar wel genoten) als behorend tot cultuurerfenis die we als erfgenamen van de prehistorische verhalenvertellers paplepelend hadden binnengekregen.

’t Miezerig regentje heeft me geen pijn gedaan toen ik uit m’n schuilhut kwam. Meer dat ik geen held was geweest die zich zonder overdekking rugrecht & nat dat laatste stuk naar huis had kunnen afleggen, dat zat mij dwars. & Dat er aan de andere kant van die deur m’n spiegeling doorging met wat hij deed & mij piekerend huiswaarts liet gaan.

Een geluk dat er in Zijperspace geen gelijke te vinden is.

2 Antwoorden op “Afb”

  1. Oh wat geinig! En ik snap je aanbelhuiver. Tussenvorm zou een briefje in de bus kunnen zijn. Minder confronterend, en het signaal toch afgegeven.

    1. Ik zou eigenlijk niet precies meer weten waar ’t precies was. Door mijn constatering van die naamgenoot was ik eigenlijk niet echt bezig met waar ik op dat moment was.
      Ook wel vreemd, denk ik nu.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.