Allemanskennis

Ik weet eigenlijk niet of iedereen ’t gevoel kent. Dat ’t bijv begint bij een nagelknippertje dat niet op z’n plek ligt, naast ’t toetsenbord nl. Een vergeetzaamheid.
Je vouwt ‘m samen & legt ‘m terug op waar-ie vertrouwd is.
Alsof-ie daar beter ligt. ’t Er toe doet dat ’t nu in orde is. Er orde is. In ruimte, in hoofd.

’t Zakt zo diep naar binnen als je ’t besef krijgt dat ’t niet veel uithaalt. De series waar je vanavond voor had kunnen kiezen, een film voor ’t geval dat je niet te laat naar bed zal gaan, maar toch weer tot ’t einde kijkt, een boek waarvan je weet…
> Kijk-nog-ff-om-moment om te controleren of ik daar niet nog steeds lig te slapen, op de bank. Boek ernaast. Met een kostbare vouw waar ’t verhaal niet gebleven was. Een flashback van tekst die op ’t beeldscherm ontstaat in de vergetelheid van een andere mogelijkheid op de bank. <
Terwijl ’t besef zich ontluikt dat er bijna geen boeken meer voorbijkomen waar een verhaal in zit.

Er is geen tijd meer om in de emoties te klimmen. Emoties vooral van anderen. Eerder beter om ze weg te halen uit m’n omgeving.
Elke invloed van buiten is verloren tijd. Dat huppelt maar & schiet ongericht. Als een haas die zich achtervolgd weet, maar niet van de kogel. Of waar ’t zijn eigen ontlading vandaan haalt.

Een gang naar de keuken, waar de koelkast staat. Slaap komt dan immers vanzelf wel.

Ik weet eigenlijk niet of iedereen dat gevoel kent. Of dat ik ’t mezelf heb geschapen.
Waarbij je de fles uit de koelkast nog even laat staan. Naast. Binnen handbereik. Met glas vooralsnog leeg.

Ik ken ensceneringen in films. In toneel nog iets dikker aangezet.
Dat je denkt: ik heb ’t van daar geleerd. Dit is niet au naturel. Een regisseur doet me praten, van nog in een verleden dat ik me beeldtaal eigen moest maken. Babybeeldjes opstapelend tot praten kon.
Ik doe ’t dik aangezet, want in welke film zit ik überhaupt.

Ik weet eigenlijk niet of iedereen dat gevoel kent. Een moment van ooit herbeleven. & Spijt, lijdzaamheid, vermoeid zijn om alles wat herhaling lijkt. Een golfbal die vroeger met een ‘H’ rechts bovenin ’t scherm meermaals getoond kon worden voor een hole-in-one.
Waarvan ’t maar de vraag is of die toen al bestonden, in de tijd dat herhaling bestond bij de gratie van rechts bovenin een ‘H’.
Kees Verkerk & div doelpunten die zullen dat vast wel gehad hebben, maar dan moesten we al naar ons eigen zwartwitte bed.
Floris mocht wel; die was oud genoeg. Maar daarvan wisten we achteraf dat dat ook zo’n zelfde grote, binnen grijstinten, witte ‘H’ was van wat nog komen moest.

Ik weet waar ik ben inmiddels. Een herhaling van stappen, die mij ergens voorgekauwd zijn, zo blijkt achteraf. Een gevoel dat ik moet vergeten dat iedereen zijn touwtjes heeft. Er wordt aan die van mij getrokken terwijl ik voor me uit staar met een fles dichtbij de hand.
Hier is de ‘H’. De touwtjes aan weerszijden van een poppen Harlekijn.

Ik murmel & geef de regie aan de lipsynch.

Wat verder kwam was slaap & ’t wachten op de maandag na Floris in Zijperspace.

3 Antwoorden op “Allemanskennis”

  1. Alles herhaald zich keer op keer en ergens worden we denk ik “vanuit iets” bestuurd en denken dat “we” de regie in eigen handen te hebben. 😉

  2. Ja, ik dènk dat ik wat je omschrijft herken, als tiener al, meen ik. Dat je weet dat je ergens naartoe moet, (kan alles zijn, vroeger: school, nu (eh, voorheen) boodschappen, corvee-achtige herhaling.) Dat je de hele route kunt dromen, er in gedachten naartoe kunt fietsen, en op de een of andere manier er zó geen zin in hebt, dat je je er bijna niet toe kunt zetten. En de tijd die je (nouja, ik) kunt verspillen met overdenken dat je ‘dat gaat doen.’
    Maar misschien zijn dat ook momenten waarop de touwtjes juist niet goed werken, of, waarop je je (ik) er te bewust van bent ;-}
    M.a.w: Kweenie!
    Maar “Heya Verkerk!” en “Heya Ard Schenk!” herinner ik me nog goed van het zingen op het schoolplein van de kleuterschool 😉

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *