de worp (hoe ’t ook anders kan)

De nacht nadat Pim Fortuyn werd vermoord
wierp ik. Een dopje.
Zoals altijd richting uitlekbakje.

Klitsklatsboem.

De nacht van de dag dat Pim Fortuyn overleed
viel een dopje op de juiste plek. Gek genoeg.
Precies in ’t bakje.

Je zou ’t niet geloven.
Hij deed een sprongetje omhoog,
Wipte nogeneens tegen de muur,
geen rebound, gewoon klits,
tegen ’t randje,
klats,
in ’t bakje,
boem,
lag stil.

Je zou ’t niet geloven.
Ik gooide de nacht van de dag,
of na de dag van de dood
van Pim Fortuyn, een dopje.

Niet dat alles dan klopt. Nee, want
mensen horen niet dood te gaan.
Doppen horen wel in uitlekbakjes
terecht te komen.

Maar die uitlekbakjes zijn mensmaaksels,
in hun streven perfektie te bereiken.
Of iets daar dichtbij.
Zodat wij,
of uiteindelijk wie dan ook,
niet dood zullen gaan,
(ook al denken we dat dood perfekt is)
Maar dopjes blijven werpen.

Van heel ver,
nog veel meer ver.

Een uitlekbakje raken
& gewoon door blijven leven.

& Vervolgens afvragen waar alles is terecht gekomen, in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.