Demjoe

Damn you, Burnout.
Momenteel zit je in m’n nek te hijgen, waardoor die gloeit, verstijft, me snoert aan 1-zijdige blikvelden.
& Dat is slechts 1 van je metamorfoses. Want weet je nog van de zolder? Waar je jezelf nog Overspannen noemde. & Je je manifesteerde in kokerview door ’t kantelraam, daar bovenop ’t dak. Je liet slechts auto’s voorbij rijden, zonnen schijnheilig me teisteren tot ik met m’n zweet afdroop van ’t matras dat tijdelijk de rol van traptree had. Weg van m’n kokerkijk de wereld in, zo klein, beperkt, & zelfs daar nog bedreigend dat ik niet wist of ik er weer deel van uit zou maken.
Ooit, ooit, ooit, echode je na in m’n oor. Want herhalen slaat harder, definitiever. Waar herhaling vast niet zou betekenen dat de 20 jaar zichzelf nog zou vermeerderen. ’t Was als beuken met een hamer, om de groei er uit te nemen, de kanten er af te slaan, de weerstand verpulveren.

Nu heet je burnout, al dan niet met een streepje er tussen. Zodat ’t wel of niet tot op ’t botje verbrand zou worden wat nog over was.
Steeds weer denk ik je verjaagd te hebben. Hier is niets meer te zoeken, geen ziel te koop.
Maar juist dan knijp je opnieuw in m’n nek. Zoals vriendjes, waarvan ik dacht ‘vriendjes’ daar op ’t schoolplein, verstoppertje-lang, trefbal-onbetast, tikkertje-gemist, me bij verveling met een onverwachtse greep verlamden, hoofd achterover adem snakkend, handen wapperend als een drenkeling die stikken zou.
M’n hoofd durft niet bewegen & zwijgt de woorden, want die lijken juist daarlangs getranporteerd te moeten worden.

Of anders, als een kapstok waar al je huiden hangen heb je een nieuwe vermomming gevonden, beneem je me de adem. De kans te kunnen lachen, al is ’t van glim zo klein.
Je doet m’n vriendinnen twijfelen, & mij bij ’t zien daarvan doen oreren dat hun eigen gehooroorganen zich dichtknijpen zodat ze slechts jou inwendig kunnen verstaan.
Anders je zenuwentruc: een lichtflits, een scheut, een overdosis van wat er zowiezo al niet meer bij kon. Met de hemel die valt & mij als enige zal pletten, zoveel als er op mij afkomt.

Je knijpt me, butst me, doet me overlopen van verlangen tegen beter weten in, je stemt me, tot ’t uiterste, naar toppen, zodat de val daarna langer duurt, je scheurt, in partjes al naar gelang de delen zich laten scheiden, je heimweent, je sluit, tot ’t kubusje te klein is om te beseffen dat ’t leeft.

& Na een nacht van duister slapen ontwaak je me, met ’t gevoel dat ik niet zonder kan & dat ik altijd blijf.

Zijperspace-oneindig.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *