henkie!

HENKIE!

Hij is waarschijnlijk de koning van de Canta’s.
Henkie wordt-ie genoemd.
‘HENKIE!’
Zo’n Henkie. & Dan op z’n West-Amsterdams. Op z’n Slotermeers, zogezegd.
Waarschijnlijk met ‘sch’ geschreven. Want daar spreken ze ‘t waarschijnlijk nog zo uit.

‘HENKIE!’ werd er dus geschreeuwd.
Waardoor ik ontwaakte uit m’n roes & er achter kwam dat ik van achter bekeken & uitgelachen werd.

De Canta-koning. & Ik had ontdekt waar hij zich ophield.
Hij woonde dan wel niet in een paleis, maar hij had in ieder geval een oprit & een rondgang. Zoals ze dat elk jaar ook weer aanlegden bij Paleis Soestdijk, om ‘t defilé te laten plaatsvinden. Met een perkje in ‘t midden. Perk, mag je best wel zeggen.

Nou verklaart iedereen me natuurlijk voor gek, maar de omheining bewijst dat ik wel degelijk niet m’n duim onheus zit te bejegenen. Als in leeg zuigen tot de fantasie tot op ‘t bot is verbruikt.

Ik heb ook de bakbrommerkoning gekend. Die heette André. André Haasjes.
Jajaja, André Haasjes, zult u zeggen, laat me niet lachen.
Wel degelijk waar. Hij woonde in de Haasjesstraat & heette André. André zonder achternaam. Want dan zou men te makkelijk kunnen achterhalen wie hij was.
Dat hij de ongekroonde bakbrommerkoning van Amsterdam was, zei op zich al genoeg.

De bakbrommerkoning moest ook geld verdienen, dus kocht ik van hem een bakbrommer. Want zo zijn bakbrommerkoningen & zo gedragen zijn ware onderdanen zich.

Ik stel me zo voor dat Henkie de Canta-koning zich ook ong gedraagt. Ik zag in ieder geval op moment van aankomst 1 Canta uit de oprit vertrekken, 1 Canta langs de kant van de weg geparkeerd & 1 Canta triomfantelijk gestationeerd staan voor ‘t paleis van zijne hoogheid Henkie de 1e.

& Op ‘t moment dat ik dus de foto van m’n leven zou maken, zeg maar toen ik al heel tevreden was over ‘t feit dat men mij zo ongestoord m’n gang had laten gaan, maar daarbij niet gerekend had op de overburen van Henkie, die op z’n Slotermeersch (ach, een mensch past zich zo gemakkelijk aan) gezellig buiten hun koffie aan ‘t consumeren waren, toen de 4e Canta binnen 2 minuten mijn leven in kwam rijden & de bijbehorende bestuurder luidkeels om zijn imperator begon te schreeuwen, toen bekroop mij dus de stuipen, vanwege ‘t feit dat ik voelde dat 1 van die koffieleuten mij stiekem van achterop aan ‘t besluipen was om weldra aan zijne almachtige te verklappen dat ik zijn voertuigen op de korrel had zitten nemen.

Dus keerde ik me om, sprong op m’n fiets & voordat ‘t luide gebulder tot mij door kon dringen speurde ik weg, weg, weg van ‘t ultieme Cantashot.

Men voelde ‘t nadonderen in Zijperspace.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *