lijflog 1

Ik scheer me niet al te vaak. Als ’t moet 1 keer in de 5 dagen, anders doe ik ’t pas op de 7e dag. & Dan nog als ’t uitkomt; ik ga me niet ’s ochtends voor werk ook nog ‘ns haasten omdat die kin glad moet.
’t Is ook niet nodig dat ik ’t al te vaak doe. Daarvoor groeit ’t te langzaam in die regio van m’n lichaam. & ’t Is ook wel zo lekker dat als ik me scheer, dat ’t dan ook zin heeft gehad. Dat ’t wasbakje nog wat sporen vertoond van de gedane arbeid. In de vorm van kleine haartjes die ’t wit bedoezelen. & Plakkerig blijven zitten, niet weggespoeld worden.

Daar ontstaat de tick. Want na ’t scheren poets ik vaak m’n tanden. Waarom zou ik de wasbak ontdoen van al die haartjes als ik bij ’t spoelen van m’n mond behoorlijk wat weg kan spuiten? ’t Begon onschuldig met die gedachte; ’t leek efficiënt, zuinig waterverbruik, maar allengs werd ’t een sport zoveel mogelijk haartjes met ’t legen van m’n mond door de goot te laten spoelen.
’t Is eigenlijk nog erger. Ik mag bijv hooguit 3 keer water uit de kraan slurpen om, na ’t verwijderen van resterend tandpasta in m’n mond, vervolgens te gebruiken bij ’t verwijderen van de haartjes. Ik mag slechts 1 keer op een bepaalde plek m’n mond legen. Ik moet zo goed mogelijk m’n best doen de hele wasbak te ontdoen van haartjes. Daarna mag ik nog maar een heel klein straaltje uit de kraan gebruiken om de wasbak goed schoon te krijgen.

Voor de rest gaat alles goed in Zijperspace.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.